Onduidelijk spel met subculturen

Tentoonstelling: Steven Shearer ‘Steven Shearer’; Erik Parker ‘Liner Notes’. T/m 15 april in de Appel, Nieuwe Spiegelstraat 10, Amsterdam. Di-zo 11-18u. Inl.: 020 6255651 / www.deappel.nl

Subculturen zijn niet alleen interessant voor sociologen, maar ook voor kunstenaars. Subculturen hebben hun eigen beeldtaal, smaak en visuele symbolen. Hoe dieper ‘sub’, hoe meer er te ontdekken valt.

Twee zulke ‘exotische’ subculturen domineren een dubbele solotentoonstelling in de Appel. De Canadees Steven Shearer (1968) is een deathmetal-fan uit een voorstad van Vancouver. Erik Parker (1968) is een Afro-Amerikaan die al schilderend op het rechte pad blijft in een kwade wereld vol racisme en drugs. Een dubbele, ouderwets kleurrijke schildertentoonstellingen zijn het gevolg, en dat zie je niet gauw in de Appel.

De schilderijen van Shearer vallen tegen. Op een afgezaagde manier, met veel paars, portretteert hij rockers met vlammende haardossen. Zijn fotocollages van metal-idolen en strak typografische posters met duivelse songtitels zijn beter. Zo ziet een jongerencultuur eruit die dweept met ruigheid en duivelsaanbidding. Maar zou Shearer voor metal-begrippen wel cool genoeg zijn? Hij laat sporen van de kleinburgerlijke buitenwereld doorsijpelen doordat fotootjes van tuinhuisjes opduiken, en portretjes van commerciële popsterren. Linke soep. Death metal- scenes in Canadees suburbia staan niet bekend om hun gevoel voor humor. Meer signalen wijzen erop dat Shearer geen doorsnee metalhead is. Enkele fotocollages zijn zo doordacht compositioneel gelijkvormig – alsof deze metalfan in Vancouver tussen het headbangen door de fotografische beeldopsommingen van Ernst en Hilla Becher bestudeert, die daar school mee hebben gemaakt.

Erik Parkers schilderijen komen uit een andere wereld. De tentoonstelling meldt nergens zijn huidskleur, maar je herkent de kaleidoscopische Afrikaanse regenboogkleuren en Caribische figuratie. Zwarte roots mixen – alleen zwarte Amerikanen doen dat zo bewust. En zo matig als Shearer schildert, zo veel power toont Parker. Dikke, glanzende klodders spettert hij op doek en papier en omcirkelt ze met wilde patronen. Comicachtige figuren duiken op uit de vibrerende kleurexplosies – half monster, half voodooman – en alle hoekjes besprenkelt Parker met stipjes zoals de zwarte, Britse kunstenaar Chris Ofili doet. Daartussen priegelt hij woordjes die zijn Amerikaanse leefwereld definiëren, over pooiers, geldgebrek en geweld.

Heftige kunst allemaal. Alleen, het is een ‘hoax’. Nep. De enige subcultuur die Shearer en Parker kennen, is het kunstenaarswereldje. Shearer's persbericht meldt dat hij ‘motieven ontleent aan de obscure suburbane subcultuur’ en spreekt zelfs over ‘proletarische non-culturen’. De blanke Parker zegt dat hij zich ‘met een blue collar-mentaliteit, van negen-tot-vijf aan de schilderkunst wijdt’, en doet dat ver van drugs en getto’s.

Volgens het persbericht willen de twee met hun rollenspel commentaar leveren op schildertradities. Dat is een onbevredigende verklaring. Welke tradities dan, en hoe, en waarom? Bovendien kan commentaar ook zonder alter ego’s. Bedoeld of niet, hun werk raakt aan meer dan schildertradities. Het gaat over sociologie en subculturen.

Buiten het kunstwereldje geldt schilderkunst bijna overal als de hoogste kunstvorm. Het heeft er een aura van authenticiteit en ongrijpbare creativiteit. Als metal- of gettoculturen hun eigen codes in schilderijen vertalen, geeft dat die codes meer status, erkenning. Discussies over de actualiteit van schilderkunst, die Shearer en Parker in het kunstdiscours zeker wel kennen, spelen daar geen rol. Via hun rollenspel zetten ze de aloude schilderkunst op een voetstuk – of ze dat nu doen als bewuste stellingname of dat ze vooral opgaan in hun rollenspel als metalhead en ‘wigga’, is onduidelijk.

Maar dat is niet onoverkomelijk. Zelfs als hun kunst vragen onbeantwoord laat: hun aanpak prikkelt, en schilderen kunnen ze. Althans, Parker kan dat. En kunnen schilderen speelt in het discours dan wel een ondergeschikte, want ambachtelijke rol, in de schilderkunst is het nog altijd erg welkom.