‘Mijn vorige twee albums waren niet van mij’

Soulzangeres Joss Stone wordt volwassen en vaart met haar nieuwe plaat steeds meer haar eigen koers.

„Laat me het zelf proberen, zei ik. En ik heb ze overtuigd.”

Van onschuldig ogend bloemenmeisje ontpopte zangeres Joss Stone zich afgelopen jaar tot lolita-achtige hippiediva. De nonchalant lange blonde haardos met vlechtjes en bloemetjes werd verruild voor een woeste, in roze tinten gekleurde krullenbos. Daarnaast draagt ze nu vooral pikante minirokjes en hoge kousen in pumps.

Joss Stone uit Ashill in de streek Devon wordt volwassen en zet zich tegenwoordig nadrukkelijk af. Volgende maand wordt ze twintig. Het opvallende haar is een statement naar haar platenlabel. Na een experiment met een bruine kleur werd ze vriendelijk doch dringend verzocht het weer blond te verven. ,,I’m not here to look how you want me to”, reageerde ze. En koos prompt voor roze.

,,En zo gaan er tegenwoordig méér dingen op mijn manier”, grijnst ze tevreden tijdens een tweedaags bezoek aan Amsterdam. Of ik bezwaar heb dat ze het gesprek zelf ook opneemt? Nee. Maar de cameraploeg die haar een aantal maanden volgt voor een documentaire mag even op de gang van het hotel wachten.

Het is hard gegaan. Met een krachtige, rauwe, gepassioneerde, vurige stem die los leek te staan van haar leeftijd schudde het Brits blanke tienermeisje Jocelyn Eve Stoker in 2003 de hedendaagse soulmuziek op. Onder de hoede van Miami Soul-veterane Betty Wright, die niet meer van haar zijde week sinds ze het jonge talent hoorde zingen, maakte ze twee albums: het spraakmakende soulcovers-debuut The Soul Sessions op haar veertiende en Mind, Body & Soul (2004). In minder dan geen tijd was ze een ster van internationale allure en verkocht ruim tien miljoen cd’s.

Maar er was ook kritiek. Vooral uit Amerika. Hoewel haar jonge maar bezielde soul er overwegend positieve recensies kreeg, zou Joss geen échte soul maken. Ze was er simpelweg te jong voor. Bovendien, oordeelden veelal zwarte artiesten en critici: een blank meisje als Joss moet eigenlijk van deze muziekstijl afblijven.

Dat raakte haar, vertelde ze bij een eerdere ontmoeting in Londen. ,,Soul komt uit jezelf. Juist omdát ik nog jong ben, kan ik me inleven. Op deze leeftijd leer je juist alles voor de eerste keer. Opgroeien is één grote lijdensweg. En langzamerhand begin je in te zien hoe fucked up de wereld eigenlijk in elkaar steekt.”

Nu heeft ze er een sterker idee over. ,,Toen ik mijn eerste platendeal probeerde te krijgen, zei iemand: schatje, ik ga echt geen blank meisje met een zwarte stem tekenen. Het is te verschillend. Dus ik zei: waarom noem je mijn stem zwart – alsof je ’m kunt zien? Je hoeft toch geen ras te verbinden aan een stem? God heeft ons allemaal muziek gegeven.”

Haar derde, nieuwe cd heeft de opmerkelijke titel Introducing..Joss Stone gekregen. Dat roept vanzelfsprekend vragen op. Het voornaamste verschil, legt ze ui, gezeten op het puntje van de fauteuil met de lange blote benen over elkaar, is de mate van controle. Dit album maakte ze helemaal zélf - zonder inbreng van anderen.

,,Mijn vorige twee albums waren niet van mij”, verklaart ze, met een lage, een tikje hese stem in een afwisselend Brits en Amerikaans accent. ,,De nummers droegen mijn handtekening niet. Ik zong ze, gaf suggesties, maar de selectie of muzikale keuze mocht ik niet maken. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik niet achter bepaalde songs stond. Wat mijn vorige cd Mind, Body & Soul betreft: er zijn teveel stukken ter opvulling gebruikt om de cd vol te krijgen.

Daarnaast vond ik sommige liedjes flauw of hadden ze een belachelijke duffe tekst, zoals Don’t You Wanna Ride.

Met een vies gezicht zingt ze het luchtige refrein: ,,A car this fine don’t pass your way, don’t cha wanna ride baby.” ,,Ik bedoel maar”, vervolgt ze met een veelzeggende blik. ,,Zo hoor ik in veel nummers iets verschrikkelijks. Daarnaast was mijn stem nog volop in ontwikkeling. Ik heb nu een donkerder timbre dan toen. Op mijn debuut klonk ik als een kleuter. Maar ik stond destijds onder druk. Het album moest snel af. Producers werden verzameld en iedere belangrijke muziekbobo wilde iets te zeggen hebben over mijn muziek. Ingrijpen was als nieuwkomer lastig, ik was pas veertien, vijftien. Ik had toen onmogelijk al eisen kunnen stellen.”

Gaandeweg ontwikkelde ze haar smaak. De behoefte aan zeggenschap kreeg de overhand. ,,Ik ben op mijn strepen gaan staan toen ik weer eens op mijn kop kreeg. Ik liet mij té negatief uit over mijn albums. Laat me dan niet liegen, heb ik tegen mijn platenmaatschappij gezegd. Laat me het zelf proberen. Daar waren ze helemaal niet enthousiast over. Je bent te jong, hoorde ik steevast. Maar ik heb ze overtuigd. Ha, ze moesten wel. Er is veel in mij geïnvesteerd en ik heb tenslotte een contract voor vijf cd’s. Mijn missie was nu iets te maken waarmee ik tevreden op het podium kan staan.”

Daarbij heeft ze ook de hulp van haar mentor Betty Wright niet meer nodig. Die begeleiding, sinds haar veertiende, ging ver: Wright hield dagelijks contact met de jonge zangeres en haar familie. Ze stelde de band samen, gaf instructies en leidde met strakke hand de repetities. ,,Betty hielp me aan zelfvertrouwen. Maar haar bemoeienis houdt wat mij betreft nu een beetje op. Ik heb echt alle advies van de wereld gekregen. Nu moet ik zelf uitvinden wat werkt en ga ik mijn eigen richting bepalen. En als het mis gaat red ik me heus wel.” Hoewel haar stem nog steeds staat als een huis, met flinke uithalen en kreunen, bevat Introducing..Joss Stone meer r&b en funky soul getinte liedjes met rollende beats dan uitsluitend rauwe soul. Dat komt vooral doordat ze r&b-zanger en nu soulproducer (voor D’Angelo, Angie Stone en Macy Gray) Raphael Saadiq aantrok. In hem vond Stone een muzikale bondgenoot, die haar ideeën vormgaf. De productie is meer uitgesproken en opgesmukt dan eerdere albums. Er zijn Motown-koortjes in het blije Girl They Won’t Believe It en Arms of My Baby, scratch en hiphopbeats in Music met een bijdrage van Lauryn Hill, rapper Common kreeg een rol in het lome Tell Me What We’re Gonna Do en er klinken funky grooves in de single Tell Me ‘bout It.

Voor het schrijven vestigde Joss Stone zich een half jaar op Barbados. Ze huurde er een huis, nam er demo’s op en nodigde musici uit om liedjes mee te schrijven. ,,Ik wilde doelgericht aan dit album werken, zonder afleiding. Ik had zoveel te zeggen, er hadden wel drie albums kunnen komen.”

Stone toont zich meer uitgesproken in haar liedjes. Ze zingt over haar verlangen naar liefde en over seks. Maar haar liefde voor muziek staat voorop, zegt ze, refererend aan de Music. ,,Het is de enige constante factor in mijn leven. Voel ik mij alleen, dan zet ik Aretha Franklin of Roberta Flack op. Muziek geeft onvoorwaardelijk.” Maar ook verandering en de angst die mensen voelen voor een ommezwaai zou je kunnen beschouwen als een rode draad, zegt ze. ,,Ik houd van verandering. Niet voor niets staat er een foto van mijn benen in het cd-boekje. Ik heb er ‘LOVE CHANGE’ op laten verven. Omarm verandering, zij is onvermijdelijk. Je kunt er niet van wegrennen. Stel je voor: al zou je jezelf dag en nacht in dezelfde kamer opsluiten, je haar groeit toch door.” .

Joss Stone treedt 11/7 op in de Heineken Music Hall, Amsterdam. www.heineken-music-hall.nl