Meiden, trap niet in de moederval

Medisch gezien is het voor vrouwen gunstig om vroeg kinderen te krijgen.

Wat betreft carrière en maatschappelijke status is het nog altijd funest.

Welke studente wil moeder worden? Als het aan de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) ligt, staan ze over een jaar of wat in de rij: gezonde, jonge, blozende studentes, met voldoende fysiek gereedschap om zonder al te veel complicaties het nageslacht van Nederland veilig te stellen. Hoe dat kan? Regel kinderopvang in studentenhuizen, adviseert de RVZ.

Op het eerste gezicht lijkt kinderopvang in studentenhuizen een creatieve oplossing voor een probleem dat in Nederland vreemd genoeg alleen van medici serieuze aandacht krijgt: de aarzeling van Nederlandse vrouwen om moeder te worden. Maar het feit dat het moederstudentenplan afkomstig is van vooraanstaande medici, is meteen de achilleshiel van het voorstel. Het lost misschien een medisch probleem op – immers, hoe ouder je bent, des te moeilijker wordt het om kinderen te krijgen – maar het gaat volledig voorbij aan de achterlijke opvattingen over moederschap die in ons land gemeengoed zijn.

Wie moeder wordt, loopt in Nederland maatschappelijk gezien een flinke achterstand op. Werken en moederschap is nog steeds geen vanzelfsprekendheid. Niet voor de werkende ouders – die de zorg voor hun kind aan anderen moeten overlaten – en ook niet voor de buitenwereld, waar de gedachte heerst dat de moeder de eerst aangewezene is als het om de zorg voor de kinderen gaat. Tegelijkertijd wordt moederschap op de werkvloer vooral lastig gevonden. Deeltijdwerken is voor veel werkende moeders een uitkomst, maar wie een driedaagse werkweek heeft, kan een echte carrière in de ijskast zetten.

De status van moederschap is er een met een dubbele moraal: wie zich er een aantal jaren fulltime aan wil overgeven, wordt afgeserveerd als ambitieloze huismoeder, terwijl ook voltijd werkende moeders zich voortdurend gedwongen zien hun keuze te verdedigen tegenover anderen. De vrouwen die op beide fronten hun steentje willen bijdragen, dus een beetje werken en een beetje moederen, doen het ook niet goed. Met vrouwen die twee of drie dagen per week werken, kun je de oorlog tegen de vergrijzing immers niet winnen. En van economische zelfstandigheid, een van de belangrijkste pijlers van het emancipatiebeleid in ons land, is met een baantje van twee dagen geen sprake.

Ik geef het je te doen. Je moet wel heel erg dol zijn op luiers verschonen en snotneuzen vegen om vrijwillig voor zo’n achterstand te tekenen. Mijn ervaring is dat een luid tikkende biologische klok uiteindelijk ook genoeg is om de grens naar de achterblijvende moederwereld over te steken, maar dan is de 30 doorgaans al ruim gepasseerd en dat is medisch nu juist zo onwenselijk.

De hoge gemiddelde leeftijd van onze moeders is, kortom, een logisch gevolg van de status van moederschap in ons land. Wie al een leven heeft opgebouwd, kan het zich permitteren om maatschappelijk gezien een treetje te zakken. Maar voor wie, zoals de meeste studerende vrouwen, dat leven nog maar net is begonnen, kan het onmogelijk een aantrekkelijk vooruitzicht zijn.

Eerlijk is eerlijk, het pleidooi om jonger aan kinderen te beginnen, is medisch gezien volkomen terecht. Het voorkomt een hoop leed en teleurstelling voor de vrouwen die hun kinderwens te lang uitstellen en uiteindelijk te laat zijn om nog een kind te krijgen. Ook voorkomt het kostbare en mentaal belastende behandelingen als kunstmatige fertilisatie. Dat is het probleem allemaal niet.

Het grootste bezwaar van het advies van de RVZ is dat voor de zoveelste keer wordt gepleit voor ingrijpen op de verkeerde plek. Niet de (aanstaande) moeders zijn het probleem, maar de moederonvriendelijke omgeving waarin die vrouwen hun kinderen moeten zien te krijgen. Studentes overhalen ‘alvast’ hun kinderen te krijgen, is een onzinnig voorstel zolang er in het denken over moederschap in ons land niets veranderd.

Het is uitstel van executie. Zolang werkende moeders achterblijven in loopbaankansen en salaris, zolang de schooltijden een serieuze baan onmogelijk maken, zolang de Nederlandse man het zorgen nog altijd aan zijn vrouw overlaat, zolang de kwaliteit van de kinderopvang achterblijft, zolang de keuze voor moederschap wordt gezien als bewijs van ambitieloosheid, kortom: zolang moeder worden in ons land gelijk staat aan tekenen voor een maatschappelijk achterstand, is er hopelijk geen studente zo gek om in deze val te trappen.

Martine Borgdorff is freelancejournalist, moeder van drie jonge kinderen en auteur van het boek ‘Mama moet werken! Handboek voor werkende moeders’ dat in april verschijnt.

Meer informatie over ouderschap is te vinden op de ouder-community www.ouders.nl