Liever Burger King dan moskee

Jarenlang belegden Turkse gezinnen hun spaargeld in ‘groene fondsen’. De imam vond het goed. In het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes inventariseert stichting Turkeli klachten.

Trouw bezochten ze jarenlang de Aya Sofia moskee van de Turkse organisatie Milli Görüs. Maar aan een nieuwe moskee van Milli Görüs hebben ze geen behoefte. Eind februari maakte een groepje Turkse mannen bezwaar tegen de bouwvergunning van de Westersmoskee in het Amsterdamse stadsdeel de Baarsjes.

Jarenlang werd de Aya Sofia moskee misbruikt als illegaal wisselkantoor en ruimte voor duistere bedrijfjes, staat in hun bezwaarschrift. Laat dat nieuwe gebedshuis maar zitten. „Er is in het stadsdeel meer behoefte aan een Burger King”, eindigt het bezwaarschrift.

Deze zondagmiddag zitten een handjevol Turkse mannen in het kantoortje van stichting Turkeli in een klein straatje in stadsdeel De Baarsjes. Hier verzamelt voorzitter El Uzel de verhalen van Turkse gezinnen die hun spaargeld eind jaren '90 belegden in islamitische fondsen. Dat gebeurde onder meer in de Aya Sofia moskee. En het was goed, de iman zei het, vertellen de beleggers. Maar de fondsen gingen failliet, of bestonden zelfs niet. Weg was al het geld.

Vandaag hebben ze SP-Kamerlid Sadet Karabulut op bezoek. Ze vertellen haar hoe ze werden overgehaald hun geld te geven. Ze laten haar de formulieren zien. Er werd ingespeeld op religieuze en nationale gevoelens, en op de portemonnee. Doe het voor je land en je geloof, en verdien er ook nog flink aan.

Dat wilde bijvoorbeeld Ünal Sariyildiz wel. Een kalende man, met rode wangen. Hij laat zijn inschrijfformulier zien van het bedrijf Yimpas zien. Hij glimlacht wat. Serienummer 10573. Verkregen in 1998 in de Aya Sofia moskee. In vijftien jaar tijd spaarde hij bijna 100.000 Duitse marken. Die stak hij allemaal in het groene fonds. Later heeft hij nog gebeld naar Turkije, waar zijn rendement bleef. Hij kreeg geen antwoord.

Nieuw zijn de verhalen niet. Rond 2002 werd bekend hoe Turkse gezinnen in heel Europa massaal hun spaargeld zijn kwijtgeraakt. Daarna verdween de zwendel in Nederland weer in de Turkse gemeenschap. Maar door de hernieuwde belangstelling, sinds een paar weken, hebben de gedupeerden weer hoop gekregen dat hun geld toch nog terugkomt. De Autoriteit Financiële Markten onderzoekt inmiddels de handel in groene fondsen. En bij de stichting Turkeli melden zich elke dag nieuwe slachtoffers.

Veel slachtoffers schamen zich, zegt Sadet Karabulut. Daarom heeft het zo lang geduurd, voor ze met bewijzen naar buiten durfden te komen. „Men geloofde er ook echt in. Het is natuurlijk ook wel een beetje naïef, maar het zijn vaak eenvoudige mensen.” Maar er speelt nog iets. Veel van de slachtoffers hebben een uitkering van de sociale dienst. Ze zijn bang dat ze die kwijtraken. Aha, u heeft nog vermogen in aandelen, zal de sociale dienst zeggen, dan heeft u geen recht op een uitkering.

Maar er is ook andere angst, zegt voorzitter Uzel van Turkeli. Nu de gedupeerden eindelijk met hun inschrijfformulieren bij hem langs durven komen, worden ze geïntimideerd. Dan staan er plotseling mannen voor het raam, om te kijken wie er allemaal bij hem binnen zitten. Zelf heeft hij al aangifte gedaan van bedreiging. Hij zeg dat het de afgelopen jaren onmogelijk was om iets negatiefs over Milli Görüs te zeggen. „Dan was je een verrader. Milli Görüs was dé organisatie.”

Een andere Turkse man vertelt Karabulut hoe hij met anderen een stichting had opgericht waarmee ze toekomstige uitvaarten zouden bekostigen. Ook dat geld verdween in groene fondsen, en verdween. Voor een fatsoenlijke begrafenis hebben ze nu geen geld meer. Ook hij belde naar het bedrijf. Hij ging er zelfs langs, in Turkije. Maar zijn geld kreeg hij niet. We hebben het allemaal elders geïnvesteerd en hebben niks om u te geven, kreeg hij te horen.

Kamerlid Karabulut noteert het allemaal. De SP stelde al vragen aan de minister van Financiën. „Ik heb echt met de slachtoffers te doen. Hun gevoel is uitgebuit. Het is toch onbegrijpelijk dat dit jarenlang duurde en dat de Nederlandse overheid niets door had?”