Liefde en seksualiteit in de poppenkast

‘Met de Week van de Lentekriebels worden basisscholen enthousiast gemaakt om aandacht te besteden aan relaties en seksualiteit in hun lesprogramma voor groep 1 tot en met 8.’

Ik maak geen grap. Ik citeer uit een persbericht.

Wie verzint zulke apekool, en wil die via een persbericht ook nog verspreiden? Het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie, NIGZ.

De Week van de Lentekriebels wordt dit jaar gehouden in de regio’s Zoetermeer, Rotterdam, Utrecht, Drenthe en de Gooi- en Vechtstreek, waar basisscholen allerlei activiteiten zullen ontplooien rond het thema relaties en seksualiteit. Het persbericht zegt: ‘Zo wordt een gedichtenwedstrijd gehouden, worden er buttons en folders uitgedeeld, zijn er optredens over de liefde door een poppenkasttheater en een kindertheater, en worden lessen over vriendschap, verliefd-zijn, intimiteit en seksualiteit gegeven, die zijn ontwikkeld door Pabo-studenten’.

Dat laatste deed voor mij misschien wel de deur dicht. Pabo-studenten! Nog te stom om behoorlijk te spellen of zonder zakjapanner een eenvoudig hoofdrekensommetje op te lossen, laat staan om die vaardigheden later te kunnen overdragen aan basisschoolleerlingen – maar wél lessen ‘ontwikkelen’ in vriendschap, verliefd-zijn, intimiteit en seksualiteit, om kinderen gedurende de Week van de Lentekriebels alvast wegwijs te maken op de relatiemarkt.

Nog één citaat: ‘Ouders worden actief betrokken bij de activiteiten. Met een ballonnenactie waarbij de kinderen aan hun ballon een kaartje hangen met een lieve wens voor iemand anders, gaat de Week van de Lentekriebels van start.’

Zojuist was het de vierde keer dat ik die woorden (WvdL) voluit opschreef, en telkens deelde zich, hoe moet ik het netjes zeggen, een zeker getverderriegevoel aan me mee, dat niet overging, integendeel: dat steeds sterker werd.

Ligt het aan die ‘optredens over de liefde door een poppentheater en een kindertheater’? Zou kunnen. Voor poppenkast en kindertoneel over liefde ben ik altijd allergisch geweest. U denkt misschien dat daar wel een jeugdtrauma achter zit, maar ik ben altijd kerngezond bevonden. Ik zou ook geen Riagg weten die ooit iets van remmingen bij me heeft kunnen waarnemen. Integendeel.

In de dagen dat onze kinderen nog heel klein waren, vroeg de oudste me op een avond bij het eten plompverloren: „Hoe hebben jullie ons eigenlijk gemaakt?” Zonder met de ogen te knipperen heb ik toen onmiddellijk alles verteld, en niet via bloemetjes en bijtjes, maar helemaal naar de werkelijkheid, Man, Vrouw, Maatschappij, en zo weinig mogelijk bijzonderheden overgeslagen.

Toen ik klaar was haalde een van de meisjes (nog geen 3), die ademloos had geluisterd, de vingers uit haar mond, en zei uit de grond van haar hart: ‘Piezerikken!’ Want ze kon de v niet zeggen.

Alle risico’s die ouders bij de seksuele opvoeding kunnen tegenkomen, heb ik dus genomen, en misschien juist daarom kan ik poppenkastvoorstellingen in dit kader slecht verdragen, en Weken van de Lentekriebels helemaal niet.

In de samenleving en door de oppositie is de laatste weken in alle toonaarden geklaagd dat we met de nieuwe regering teruggaan naar de jaren vijftig. Was het maar waar. In de jaren vijftig had je één premier, één vijand, één ordinaire muzieksoort, één televisienet en één telefoon die op de gang hing – dus iedereen had alle tijd om behoorlijk te leren rekenen en spellen. Er was trouwens ook maar één poppenkast. Die stond op de Dam in Amsterdam, en die behandelde niet de liefde, maar de ruzies in een relatie.

Verstandige époque.

Maar steeds meer signalen wijzen, veel erger, op een terugkeer naar de jaren zestig en zeventig, met alle ludieke poppenkasttejater (zo moest je dat toen spellen) dat er bij hoorde. Balkende-IV: het Kabinet van de Lentekriebels.

Getver.