Kroonluchters uit Italië

Indonesië is een arm land, althans gemiddeld. Maar er is ook een kleine, rijke bovenlaag en die steekt het licht niet onder de korenmaat: Schöner Wohnen in Jakarta, eerste aflevering.

Meestal ontwikkelt zich smaak geleidelijk. Hier niet. Sutjipto: „We zijn gewoon met de architect de stad ingegaan en hebben alles gekocht, de gordijnen, de schilderijen, de klokken. Nee, de kroonluchters waren van een plaatje, want die moesten uit Italië komen.”

Italiaanse stijl noemen sommige mensen het huis, maar ook zijn vrouw Nur had tevoren geen idee dat dat zo was. Dit is het Aziatische standaard-droomhuis: vraag honderd mensen op straat hoe ze zouden willen bouwen, wanneer ze geld in overvloed hadden, en waarschijnlijk rolt dit huis eruit. En zo heeft een Thais-Singaporese architect het hier ook gemaakt: klassiek-Dallas.

Twee jaar wonen Sutjipto (56) en zijn vrouw Wahyu Nurani (51) er nu en het bevalt. Zuilen, bordes, dubbel openslaande deuren en voorbij de ontvangstkamer een centrale woonruimte die overweldigt door afmetingen: tien meter hoog, twintig bij dertig oppervlak, een brede wenteltrap naar een tweede bordes boven. Overal marmer (‘uit Italië’), op de trapleuningen met de hand geslepen, op de lambriseringen door het hele huis heen ook. De achterkant is getint glas, wel tien meter hoog, met daarachter een speels vormgegeven zwembad en een kleine huismoskee – compleet met koepeltje.

Nur is een vlotte vrouw. Ze is na haar trouwen gaan studeren en werkt nu ook een paar dagen per week als notaris. Net als haar man (die overigens ook nog politieke connecties heeft en onroerend goed).

En ze zingt, en ze zijn op dansles en ze golft – met het karretje rijden ze vanuit de ondergrondse garage (9 auto’s) zo naar de golfbaan om de hoek. Nur: „Als je ouder wordt, moet je samen hobby’s ontwikkelen.” Ze nemen me mee naar beneden, naar de grote, rood gestoffeerde huisbioscoop, waar acht leren fauteuils staan opgesteld als waren ze uit de eerste klas van Singapore Airlines gesleuteld. De karaokemachine gaat aan, Nur pakt de microfoon en zingt een paar Maleisische smartlappen. Foutloos en zuiver.

Hun badkamer is tien bij tien, licht met donkerbruin marmer. Aan de ene kant op een verhoging een rond bubbelbad. Erboven een koepel die met blauwe lucht en wolken is beschilderd. Aan de andere kant een glazen douche. Ertussen een klein bankje: „Als mijn man bezig is, ga ik hier zitten en kletsen we”, vertelt ze. Het is zo’n beetje de enige kamer waar een flatscreen ontbreekt, al had de architect het wel gepland. Hij: „Dat is niks in je badkamer.”

Twee van hun drie kinderen wonen thuis, de oudste (29) met vrouw en kind van ruim één jaar. Zij wonen boven aan de voorkant. Heel gezellig zo’n kind, om beurten draagt iedereen het ook wel eens en het kindermeisje als stille schaduw erachter maakt dat je het desgewenst ook altijd weer kwijt kunt. De jongste dochter is er niet. Studeert in Australië (wie het kan betalen, laat zijn kinderen niet in Indonesië studeren, maar in Amerika of Australië). Haar vertrekken vormen een andere wereld: modern, Italiaans. Op een bank een vrolijke berg kleren en schoeisel, waar, aldus haar broer, „het huispersoneel af moest blijven”.