Koele Fin maakt bij Ferrari reputatie waar

Kimi Raikkonen won in Melbourne zijn eerste GP in dienst van Ferrari. Hij kreeg felicitaties van zijn voorganger Schumacher.

Bij zijn vorige werkgever, McLaren-Mercedes, werd Kimi Raikkonen de Iceman genoemd; altijd de rust zelve, nooit last van druk. De Fin werd afgelopen winter door het Formule 1-team van Ferrari aangetrokken om Michael Schumacher te doen vergeten. Die druk blijkt in elk geval geen probleem voor de Fin: in zijn eerste race voor zijn nieuwe baas, gisteren in Melbourne, heerste Raikkonen van poleposition tot finish.

De 27-jarige coureur, die in oktober 2005 voor het laatst een Grand Prix had gewonnen, hield de hele race een veilige marge op de nummer twee, de Spaanse titelverdediger Fernando Alonso, die dit seizoen voor McLaren rijdt.

„Een beter begin had ik me niet kunnen wensen”, zei Raikkonen na afloop. „Een nieuwe ploeg, een eerste race, en meteen een eerste plek.” Zelfs Michael Schumacher slaagde daar pas in bij zijn achtste race in een Ferrari. De laatste Ferrari-debutant die wist te winnen was Nigel Mansell in 1989.

Het is tekenend voor het talent dat de koele Fin bezit. Tijdens zijn beste seizoen, 2005, werd hij maar liefst zeven keer eerste, maar in de strijd om het wereldkampioenschap moest hij buigen voor Alonso, vooral door terugkerende problemen met zijn auto bij McLaren. Maar ondanks zijn succes – hij won gisteren zijn tiende Grand Prix – speelt Kimi Raikkonen ook regelmatig een hoofdrol in hardnekkig terugkerende verhalen over een feestende en drinkende autocoureur uit Finland.

Zijn baas bij Ferrari, Jean Todt, waarschuwde Raikkonen afgelopen december al in het openbaar, toen de Fin zijn eerste testkilometer voor zijn nieuwe renstal nog moest rijden. „Finnen houden ervan om van tijd tot tijd te drinken”, zei Todt toen tegen de Franse krant Le Figaro. „Maar hij zal hier meer zichtbaar zijn en als hij wil proosten met zijn vrienden, moet hij dat discreet doen.”

Raikkonen ontkent dat zijn privéleven de oorzaak is van het ontbreken van een wereldtitel op zijn palmares. De bolides waarin McLaren hem liet rijden waren niet snel genoeg en vertoonden te vaak gebreken, zei hij bij zijn overstap naar Ferrari.

Gisteren bleek dat laatste niet het probleem bij McLaren, want Alonso werd tweede en de zeer imponerende debutant Lewis Hamilton, de eerste zwarte Formule 1-coureur, werd derde. De jonge Brit was daarmee de eerste debutant die het podium haalde sinds 1996, toen de Canadees Jacques Villeneuve tweede werd bij zijn debuut, ook in Australië.

Alonso, vorig jaar net vóór Raikkonen winnaar in Melbourne, erkende dat er tussen McLaren en Ferrari een gat moet worden gedicht. „Ferrari was een beetje te snel voor ons dit weekend”, zei de tweevoudig wereldkampioen.

Voor Raikkonen kon het seizoen niet beter beginnen. Maar de vraag blijft of de Fin constant zal kunnen rijden over zeventien races. Hij heeft in elk geval de steun van zijn grote voorganger, Michael Schumacher. De Duitser, die voor het eerst sinds 1991 niet meer aan de start verscheen bij de opening van een nieuw seizoen, was de eerste die Raikkonen wilde feliciteren. Maar toen de Fin van zijn teambaas een mobiele telefoon aan zijn oor kreeg gedrukt, klapte Raikkonen het toestel snel weer dicht. „De lijn was slecht, ik hoorde niks”, zei hij met een glimlach.

Voor het nieuwe Nederlandse team van Spyker, met name voor Christijan Albers, verliep het eerste raceweekeinde rampzalig. Albers werd gekweld door tal van problemen met zijn auto, haalde ondanks de Ferrarimotor onvoldoende snelheid en eindigde in de kwalificatie als laatste. Uiteindelijk besloot hij in de reserveauto van start te gaan – verplicht vanuit de pits door het verwisselen van auto.

Maar het feest duurde niet lang voor Albers, die in de voorbereiding op het eerste volledige seizoen van Spyker toch al weinig kon rijden met de nieuwe auto, omdat die pas zes weken geleden klaar was. Gisteren was zijn optreden in Australië al na een kwartier voorbij, toen hij een bocht miste. Oorzaak: het kabeltje van de communicatieradio naar zijn rechteroor zat vast. „Ik kon mijn hoofd niet meer draaien. Een bocht naar rechts ging nog wel, maar naar links niet meer. Om dat kabeltje weg te trekken moest ik even naar beneden kijken om het te vinden. Maar daardoor remde ik dertig meter te laat. Daar was geen circuit meer, zeg maar.”

In plaats van een klassering was een stootkussen van banden zijn lot. „We moeten dit weekeinde snel vergeten”, zei Albers. „Maar ik kan hier alleen maar van leren en harder worden. Het motiveert mij des te meer om er in de volgende race in Maleisië wel wat moois van te maken.”