Juridische bewijsvoering zou wetenschapper verbazen

Maurice de Hond mag misschien wat te ver gaan met zijn actie tegen het Openbaar Ministerie, op één punt heeft hij gelijk: er is inderdaad kritiek mogelijk op de wijze waarop politie en justitie de schuld van verdachten trachten aan te tonen. Wellicht is hierbij niet zozeer sprake van boze opzet, maar van een afwijkende methode bij de bewijsvoering. Juristen kiezen hierbij fundamenteel andere uitgangspunten dan natuurwetenschappers.

Juristen lijken te kiezen voor het uitgangspunt dat de waarheid bestaat en ook kan worden gekend. Dit betekent dat onomstotelijk kan worden aangetoond wat er feitelijk is gebeurd. Natuurwetenschappers kiezen voor het uitgangspunt dat de werkelijkheid weliswaar bestaat, maar niet geheel kan worden gekend. Wel kan het zicht op de werkelijkheid worden benaderd. Darom hanteren natuurwetenschappers nooit een enkelvoudig bewijs. Alle beschikbare feiten moeten aansluiten op het opgestelde verklaringsmodel of er moeten duidelijke redenen zijn waarom een beschikbaar feit buiten beschouwing mag worden gelaten. Juristen daarentegen hanteren het uitgangspunt dat één onweerlegbaar feit voldoende is om het geheel te bewijzen. Andere gegevens mogen dan buiten beschouwing worden gelaten. Bijvoorbeeld: wanneer op de kleding van de verdachte een bloedspat van het slachtoffer wordt aangetroffen, waarvoor geen plausibele verklaring kan worden gegeven, dan is dat voldoende bewijs voor een veroordeling. Dit is ook het geval wanneer op het slachtoffer verder geen materiaal van de verdachte maar wel materiaal van een ander wordt aangetroffen.

Een voorbeeld uit de geneeskunde kan verduidelijken hoe vreemd deze werkwijze eigenlijk is. Stel een patiënt komt bij zijn arts met klachten over algeheel onwel zijn, misselijkheid, hoesten, pijn in de borstkas en schouder en benauwdheid. De arts verricht onderzoek waarbij hij met een kijker het maagslijmvlies inspecteert. Hij neemt hierbij waar dat het maagslijmvlies is beschadigd. Dit klopt goed met de misselijkheid en het algehele onwel zijn, overigens niet met de andere klachten. Indien dit een rechtszaak zou zijn, is dit voldoende voor een diagnose en voor het inzetten van een behandeling. In de geneeskunde wordt in dit geval gelukkig doorgezocht. Daarbij komt dan wellicht een of andere aandoening van de longen aan het licht. Het maagslijmvlies was geïrriteerd door het gebruik van pijnstillers in verband met de stekende pijnen.

Natuurlijk is er een belangrijk verschil. Juristen gaan ervan uit dat de verdachte niet de waarheid spreekt en het feitenmateriaal probeert te manipuleren. De verdachte wordt bijgestaan door een raadsman, die zal proberen om tekortkomingen in de bewijsvoering aan het licht te brengen.

Dat mag echter niet zover gaan dat verkeerde uitgangspunten voor bewijsvoering worden gekozen. Het komt mij wenselijk voor dat bij de rechtspraak meer gebruik wordt gemaakt van een natuurwetenschappelijke inbreng. Natuurwetenschappelijk geschoolde rechters kunnen een belangrijke rol spelen bij de beoordeling van de deugdelijkheid van de bewijsvoering. In deze behoefte kan worden voorzien door ook natuurwetenschappers (of geneeskundigen) op te leiden tot rechter, teneinde hen zitting te doen nemen in meervoudige kamers.

Prof.dr. Anton J.M. Loonen is hoogleraar farmacotherapie aan de Rijksuniversiteit Groningen.