Elias is triomf voor het goede amateurkoor

Concert: Elijah van Mendelssohn door het Ned. Phil. Orkest/ Ned. Concertkoor o.l.v. Paul McCreesh. Gehoord: 17/3, Concertgebouw, Amsterdam. Herh.: 20/3, aldaar.

Amateurkoorzangers smullen ervan, maar voor geen enkel symfonieorkest behoort Mendelssohns avondvullende bijbeloratorium Elias tot het standaardrepertoire. Dirigent Philippe Herreweghe zorgde ervoor dat het werk nog af en toe te beluisteren was, ook op een sterke cd. Maar dat maakt het weinig minder opvallend dat het Nederlands Philharmonisch Orkest Elijah driemaal uitvoert met het twintig jaar bestaande, uit geschoolde amateurs samengestelde Nederlands Concertkoor.

De Britse dirigent Paul Mc Creesh, bekend van zijn onstuimige uitvoeringen van onder meer de oratoria van Händel, voert Elias helaas in de Engelse vertaling uit. Dat is voor hemzelf prettiger, en zou ook voor een Nederlands koor makkelijker zijn. Maar een Nederlands koor zingt net zo lief Duits en de Duitse versie is met minder omhaal van woorden directer.

De slagkracht van het oudtestamentische drama leek ook voor |Mc Creesh toch steeds een van de voornaamste doelen. Daartoe werden weinig middelen geschuwd. Het Nederlands Concertkoor is met zijn honderdtwintig zangers sowieso al in staat tot een vlamkracht die Elias met zijn vuurkaros moeiteloos het zwerk in kan jagen. De grote koorscènes kregen extra ruggensteun van het op volle kracht blazende orgel.

Het pleit voor McCreesh en het alert spelende orkest dat grote effecten nergens ten koste gingen van de finesses. De keuze om de onstuimige koorscènes zeer snel te nemen en die werking te versterken door de passage ervoor juist te vertragen deed al snel wat gewild aan, maar McCreesh hield wel tweeëneenhalf uur de vaart en de aandacht vast.

Bas Jonathan Lemalu (Elijah) bezit een troostrijk wollig geluid, maar ontbeert de profetische fileertoon die als complement soms ook noodzakelijk is. Helderder en indringender was tenor John Mark Ainsley, naast de mooie alt Renata Pokupic en de heldere sopraan Rosemary Joshua, die haar klaroenachtig geluid in Hear ye, Israel helaas wat smerend aanjoeg.

Opmerkelijk was het de solistische ensembles door ‘solisten’ uit het koor te laten zingen, want natuurlijk bereikten zij in de balans geen professionele afwerking. Maar hun moedig en daardoor roerend aandeel droeg bij aan de eer van het Nederlands Concertkoor. Dat zong de vierentwintig veeleisende koorscènes tot en met de laatste climax loepzuiver, kernachtig en met tekstbegrip. Het kan zo nog minstens twintig jaar mee.