Eerlijk zeemansgraf voor naamloze held

Elk kwartaal kiest het Rijksmuseum een nieuwe invalshoek voor de collectie.

Zo wil het museum met andere ogen naar de bestaande werken kijken.

Deze maand waart De Dood rond in het Rijksmuseum. Tijdens de verbouwing van het hoofdgebouw kiest het Rijksmuseum met de tijdelijk beperkte ruimte en slechts een klein deel van de collectie elk kwartaal een nieuw thema. Zo wil het museum met andere ogen naar bestaand werk kijken. Later komen thema’s als Moeder, Macht en Feest aan bod.

Het is niet zo verwonderlijk dat het Rijksmuseum voor de begeleiding van het thema De Dood bij de Amsterdamse dichter en kunstenaar F.Starik uitkwam. „Starik is goed met de dood”, schreef hij ooit over zichzelf.

Starik was een tijd lang fervent zanger van gedichten van de Tachtigers, zoals het ‘Doodsliedje’ van Willem Kloos. Nu is hij coördinator van De Eenzame Uitvaarten in Amsterdam. Aangesloten dichters uit de zogenoemde Poule des doods dragen een zelfgeschreven gedicht voor, voor overleden stads- en tijdgenoten zonder naasten. „Een minimale blijk van beschaving”, zoals Starik het zelf noemt.

In het Rijksmuseum zag Starik een parallel tussen deze Eenzame Uitvaarten en de naamloze slachtoffers uit de Gouden Eeuw. Vooral het schilderij Het ontploffen van het Spaanse admiraalschip tijdens de zeeslag bij Gibraltar, 25 april 1607 van Cornelis van Wieringen gaf hem inspiratie. Op het schilderij tuimelen talloze dodelijk getroffen zeelui van de hoogste ra’s en belanden tussen de brandende galjoenen. Met pijnlijke precisie heeft de schilder rondvliegende ledematen vastgelegd. Soldaten – aan flarden geschoten – kleuren de zee op veel plekken bloedrood, her en der drijven onfortuinlijke zeelieden net onder het wateroppervlak. Het was een heroïsche slag voor de Hollanders, want tegenover slechts honderd vaderlandse gevallenen stonden meer dan vierduizend gesneuvelde Spanjaarden.

„Het jaar na de zeeslag zal een uitzonderlijk goed palingjaar zijn geweest”, zegt Starik, staand voor het schilderij dat hem en zijn collega-dichters zo inspireerde. Een propagandastuk over een zeeslag, nu op een maand na, precies 400 jaar geleden. Het markeerde het begin van de populariteit van dit soort schilderijen en de cultus van de zeehelden.

„Ik heb iedere dichter twee lijken voorgehouden”, vertelt Starik. „Daar mochten ze uit kiezen.” Liever dit schilderij van Van Wieringen dan de doeken met vanitas-stillevens of het schilderij dat een zaal verder hangt: De lijken van de gebroeders De Witt (Jan de Baen, ca 1672-1675), hoewel Starik dat zelf mooier vindt. „Die bleke, uitgebeende lijken, gevild bijna als De Geslachte Os van Rembrandt! Maar voor negen dichters is er te weinig variatie. Bij de Slag bij Gibraltar was er meer keuze. Dat schilderij geeft heel goed de chaos en willekeur van de dood weer. In die tijd was de dood een minder vreemd deel van ons bestaan. Op het schilderij wordt de dood volstrekt zonder enige terughoudendheid getoond. Bovendien is er een zekere parallel met De Eenzame Uitvaarten. Dit zijn de anonieme slachtoffers van de geschiedenis, de Naamloze Helden die een eerlijk zeemansgraf kregen.”

Op vrijdagavonden 23 en 30 maart worden deze naamlozen herdacht door Starik en negen andere dichters: Pieter Boskma, Drs.P., Eus, Jannah Loontjens, Neeltje Maria Min, Tonnus Oosterhoff, Mustafa Stitou, Rien Vroegindeweij, Vrouwkje Tuinman en F. Starik zelf. Tijdens de opening op 2 maart droegen alle negen dichters voor. Aanstaande vrijdag en de vrijdag daarop zal Starik voordragen met twee of drie dichters uit hetzelfde gezelschap.

Aanvankelijk zou er ook een boekje met de gelegenheidsgedichten verschijnen, maar dat bleek te duur te zijn. Daarom staan de voordrachten nu als podcast op de site van het museum.

Tot en met 31 maart is ‘De Dood’ het thema in het Rijksmuseum. Geopend: dagelijks van 9.00 tot 18.00 uur, op vrijdagen ook van 18.00 tot 22.00 uur. rijksmuseum.nl/dood