Een Oegandese soldaat in Mogadishu

Oegandese soldaten van de Afrikaanse Unie zijn in Somalië aangekomen om de vrede te bewaren. Maar Somaliërs houden niet van buitenstaanders, ook niet als die uit Afrika komen.

Nairobi, 19 maart. - Net iets voor zonsopgang op de negende december 1992 doemden in de haven van Mogadishu de silhouetten op van Amerikaanse soldaten. Daar waren de bevrijders van Somalië. Zij zouden een einde maken aan de honger onder de bevolking en aan de krijgsheren en hun milities die de voedselhulp inpikten. Het groepje westerse correspondenten en hun Somalische assistenten liepen met uitgestrekte handen op hen af. Dat gebaar werd niet gewaardeerd. De soldaten smeten de buitenlandse journalisten op de grond en drukten hun armen op hun rug. „Put your fucking face in the dust”, schreeuwden ze.

De Somalische collega’s kregen het zwaarder te verduren. Zij werden van de buitenlandse journalisten gescheiden en hun handen met touwen vastgebonden. „Wie zijn deze zwarten”, riep een Amerikaanse soldaat die de leiding had. De Somalische gezichten vertrokken van woede. „Als dit onze bevrijders zijn, dan gaan wij tegen ze vechten”, gromde een Somalische assistent.

De beginuren van de invasie waren de voorbode van de ramp die VN-operatie ‘Restore Hope’ zou worden. Een half jaar later was Mogadishu gevaarlijker dan vóór de interventie. Onder Amerikaanse leiding mengden de VN zich in de clanstrijd door hun kogels te richten op één krijgsheer, Farah Aideed. De VN verloren daardoor hun rol als neutrale vredestichter en werden vijand nummer één van alle Somaliërs. Door gebrek aan culturele affiniteit met de van oorsprong nomadische bevolking en zonder kennis van het politieke temperament stapelden de vredestichters blunder op blunder. Drie jaar later bliezen de Amerikanen en hun collega’s de aftocht. De interventie had 120 VN-medewerkers het leven gekost, onder wie 42 Amerikanen en zeven Nigerianen. Tevens kwamen talrijke hulpverleners en journalisten om. Op het hoogtepunt, in 1993, bestond de VN-vredesmacht uit 28.000 man.

Vorige week arriveerden de eersten van 1500 Oegandese soldaten van een vredescontingent van 4000 man. Nigerianen zullen zich bij de Oegandezen voegen en als de Afrikaanse Unie haar zin krijgt, komt het totaal later dit jaar op 8000 militairen. Zullen zij beter met de trotse en krijgshaftige Somaliërs omgaan, hebben zij een kans op succes waar de militaire supermacht 15 jaar geleden faalde?

De VN-macht destijds bestond uit manschappen van allerlei nationaliteiten: de goed bewapende Amerikanen, de beter geacclimatiseerde Fransen, de oude ‘koloniale’ Italianen, de islamitische geloofsbroeders uit Pakistan en Maleisië en de Afrikaanse broeders uit Nigeria en Botswana. De Somaliërs identificeerden zich met geen van allen; in hun cultuur stellen ze zich xenofobisch op en zijn beducht voor buitenstaanders. De pikzwarte Nigerianen werden met dezelfde minachting tegemoet getreden als de melkwitte Amerikanen.

Ook nu zullen de onder de bananenbomen geboren soldaten uit Oeganda met wantrouwen worden ontvangen in Somalië.

In de vijandige omgeving gingen VN-soldaten zich destijds slecht dragen. Doorgaans gedisciplineerde militairen uit Canada, België en de Verenigde Staten werden beticht van en later soms veroordeeld voor misdaden tegen Somalische burgers. De Oegandezen lopen ook dat risico.

Het Oegandese leger heeft in Afrika geen goede naam. Na de interventie in Oost-Congo tien jaar geleden veroordeelde het Internationaal Gerechtshof in Den Haag Oeganda tot een boete van tien miljard dollar wegens moord, martelingen en plunderingen. Regeringssoldaten hebben zich misdragen in de twintig jaar oude oorlog in Noord-Oeganda en ook bij de acties onlangs tegen de nomadische Karimojongs in het oosten vielen onschuldige slachtoffers. De regeringssoldaat met de laagste rang loopt niet zelden op rubberen teenslippers. Bij de terugtrekking uit Congo in 2003 moesten de Oegandese soldaten te voet naar huis bij gebrek aan transportvliegtuigen. De soldaten moeten vaak in hun eigen onderhoud voorzien. Daarentegen verdienden de hogere rangen aan de oorlogen in Congo en Noord-Oeganda, door smokkel van grondstoffen en corruptie.

Net als Ethiopië rond Kerstmis zijn inval van Somalië coördineerde met de VS, ging de Oegandese president Museveni pas akkoord met het zenden van troepen na grote druk vanuit Washington. Naar verluidt zou president Bush vorige maand vrijwel dagelijks met Museveni hebben gebeld over de crisis in Somalië. De VS betalen vrijwel de hele rekening. Museveni krijgt meer aanzien in het Westen door de missie in Somalië; een steuntje in de rug dat de president goed kan gebruiken nu hij in Oeganda aan populariteit inboet. En de Afrikaanse voetsoldaat neemt graag een baantje aan als vredessoldaat, omdat hem dat een gegarandeerd inkomen van 500 dollar per maand oplevert. Mede daarom zal Burundi, zelf nauwelijks ontwaakt uit een burgeroorlog, ook soldaten naar Somalië sturen.

Het gevechtspatroon in Mogadishu is chaotisch, niemand weet precies wie de aanvallen op de buitenlandse troepen uitvoert. De aanvallers operen vanuit volkswijken en de meeste slachtoffers vallen wanneer de Ethiopische invasietroepen terugschieten op de wijken. Een incident loopt gemakkelijk uit de hand. Een klein voorval in de nauwe straatjes, waarbij een groepje Somaliërs en Amerikanen betrokken waren, leidde in 1993 tot een veldslag van twee dagen – en uiteindelijk het vertrek van de Amerikanen. Dat gevaar dreigt ook voor de Oegandezen in Somalië.