‘Deze grap kost me een ton per dag’

De sleepboten in de haven van Rotterdam staken voor de derde keer in een maand. Bonden en directie van Smit praten niet meer. „Dit is funest voor onze haven.”

Kapitein Ron Post belt in de kombuis van de Fairplay 21 met de sleperscentrale: „Ik zie nog geen voorstel. Het is hier total silence. Maar we zijn erg vastberaden. Het kan nog een heel lang voorjaar worden.”

Aan de landtong in de Nieuwe Waterweg bij Rozenburg liggen negen sleepboten van Smit Internationale stil. Voor de derde keer in een maand staken ze. De 240 slepers willen delen in de hoge winst die Smit Internationale vorig jaar maakte. „We verdienen niet veel”, zegt Post. „Ik ben kapitein en krijg 1.850 euro netto per maand. Vindt u het gek dat we zeggen: mogen we ook een beetje?”

De bemanning rukt alleen uit als er gevaar dreigt, zoals gisteren bij een veerboot uit Engeland die tegen de kant botste. Voor de rest lezen de slepers een krant, neuriëren mee met muziek en repareren een kompas. Het bedrijfsleven in de Rotterdamse haven voelt de staking. Overslagbedrijf Vat Logistics doet er alles aan om de overlast te beperken. „Het veroorzaakt gigagrote problemen”, klaagt Kees Neele, hoofd douanezaken bij Vat. „Een deel van de schepen die hier zouden lossen, zijn uitgeweken naar Antwerpen en Hamburg. Een schip moest helemaal terug naar India. Chauffeurs van ons staan uren voor niets te wachten bij de terminals.”

Als schepen uitwijken naar andere havens, moet er vervoer worden geregeld om de lading in Rotterdam te krijgen. Sommige reders sturen hun schepen eerst naar andere havens om een deel van hun vracht te lossen in de hoop dat de slepers op de terugweg werken. Neele: „Dit is funest voor de Rotterdamse haven.”

Inmiddels zijn tientallen schepen uitgeweken naar andere havens. Het is makkelijk voor een schip ergens anders te lossen. „Lading is als water”, zegt directeur Jan Buiter van overslagbedrijf Cosco: „Reders beslissen snel om naar een andere haven te gaan.”

„Normaal staan er bij mij 2.000 containers op de kade”, zegt directeur Herman van Strien van overslagbedrijf Uniport. Hij wijst naar de hoge kranen die gewoonlijk containers uit de schepen naar de trucks tillen en nu stilstaan. Vorige week vertrokken drie grote schepen voor zijn kade, omdat de slepers weer dreigden het werk neer te leggen. Van Strien pakt zijn rekenmachine, tikt met tussenpozen een paar cijfers in en zegt: „Deze grap kost me bijna een ton per dag, in totaal nu vijf à zes ton.”

Het bekende ECT is tien keer zo groot. Die heeft volgens Van Strien een vergelijkbare schade, dus rond 5 à 6 miljoen. Als schepen Rotterdam mijden, int ook het Havenbedrijf geen havengeld. Elk schip betaalt tot enkele tonnen havengeld. Een dag vertraging kost een reder 50.000 tot 100.000 euro per dag, stelt een woordvoerder van tankopslagbedrijf Vopak. Raffinaderijen en chemische bedrijven vrezen gebrekkige toevoer van grondstoffen: extra moeilijk in hun volcontinue productie.

Daarom eiste oliemaatschappij Shell twee weken geleden in kort geding tegen vakbond FNV Bondgenoten de staking te beëindigen. Shell wilde dat de staking de aanvoer en dus productie niet in gevaar zou brengen. De rechter gebood de slepers steeds maximaal vijf dagen achter elkaar te staken en telkens een pauze in te lassen van ten minste vier dagen, zodat de petrochemische industrie kan doordraaien.

„Het is onverteerbaar dat 240 lui de haven vrijwel platleggen”, zegt Buiter van Cosco. „Die eis van 16 procent loonstijging in één jaar. Dat is toch exorbitant. Heeft u 16 procent loonsverhoging gekregen? Rotterdam wordt zo een onbetrouwbare, moeilijke haven.”

Bestuursvoorzitter Ben Vree van Smit Internationale ondervindt nog weinig financiële gevolgen van de stakingen. Dat komt doordat de sleperij een handvol procenten van de omzet uitmaakt. Hij zegt vier keer zijn bod voor een nieuwe cao te hebben verbeterd en dat de bonden geen duimbreed hebben toegegeven.

Vree is vooral bang dat de andere 3.000 werknemers – vrijwel allemaal in het buitenland – ook hogere looneisen gaan stellen. „Ik vind de looneis oneerlijk ten opzichte van de anderen. Zij hebben het afgelopen jaar meer bijgedragen aan de winstgroei van Smit dan de slepers. Bovendien heeft ons sleepbedrijf vijftien jaar zware verliezen gemaakt en was het vorig jaar pas het derde jaar met winst. Toen het slecht ging, hebben ze ook niet ingeleverd.”

De Smit-topman: „Vakbondsbestuurder Cees Bos gaat alleen akkoord als we al zijn eisen inwilligen. Hij heeft de strategie van: Teken maar bij het kruisje.”

Kapitein Post van Fairplay 21: „We hebben extraatjes gekregen van 2.000 euro en 750 euro. Maar die krijgt iedereen bij Smit Nederland. Wij hebben een zwaar beroep. Wij slepers willen meer.”