Dag in de Branding: muziektrektocht

Dag in de Branding 03 met diverse uitvoerenden op verschillende lokaties. Gehoord: 17/3 Den Haag. Volgende ‘Dag in de Branding’: 19/5. Info: www.dagindebranding.nl.

Twaalf uur lang nieuwe muziek. Dat is wat de ‘Dag in de Branding’, voortgekomen uit het vroegere Haagse ‘Festival in de Branding’, zijn bezoekers viermaal per jaar voorschotelt. Zaterdag vond de derde aflevering plaats, tijdens een reis van festivalgangers langs concertzalen en theaters.

De Dag in de Branding heeft nog geen overkoepelend thema. Ook een centrale componist, zoals het ‘Festival’ die vaak had, was er niet. In het volgende seizoen zal dat allemaal gaan veranderen, maar hopelijk blijven in ieder geval de kwaliteit, de variatie en de ongedwongen atmosfeer.

Echt nieuwe muziek, in de vorm van wereldpremières, klonk er zaterdag maar weinig. Op het programma stond vooral oudere ‘nieuwe muziek’ die in Den Haag (en daarbuiten) nodig nog gehoord moest worden: van Berio tot Turnage, van Reich tot zelfs Stravinsky. De jongste Haagse componisten hebben in april dan ook niet voor niets hun eigen ‘Springfestival’. Maar het programma was vrijwel zonder uitzonderingen interessant en het niveau soms uitzonderlijk hoog.

Een uitschieter was bijvoorbeeld Bespoken, de choreografie van Paul Selwyn Norton bij 6 Melodies for Violin and Piano (1950) van John Cage, uitgevoerd in het Korzo Theater. Geheel in overeenstemming met het ideaal van Cage en diens choreograaf/danser Merce Cunningham, kwam Nortons choreografie grotendeels los van de muziek tot stand.

Vervreemdend, maar ook fascinerend, was het resulterende contrast tussen Cage’s eenvoudige, achteloze muziek en de bewerkelijke choreografie, vol emotierijke aantrek- en afstootgebaren. Pianist Gerard Bouwhuis en violiste Heleen van Hulst, die de onthechte herhaling van steeds nèt niet hetzelfde voortreffelijk vertolkten, werden soms met een simpele aanraking in de dans betrokken door dansers Jussi Nousiainen en Irena Mikeck.

Bij deze productie was veel danspubliek aanwezig en Korzo puilde uit. Zo leek elke voorstelling een aanzienlijk ‘eigen’ publiek te trekken, naast de bescheiden groep festivalbezoekers die de volledige ‘dienstregeling’ van deze Dag in de Branding volgde.

De tocht langs verschillende locaties kon grotendeels te voet worden afgelegd. Een touringcar (mét videokunst aan boord) bracht het publiek naar het verder weg gelegen Theater Zwembad De Regentes, waar in de foyer onder de grote zaal de blauwe zwembadtegeltjes en -lijnen nog zijn te bewonderen.

Verrassend was de productie van Greek (1988) die daar werd gepresenteerd door de Nieuwe Opera Academie en een ensemble van het Koninklijk Conservatorium o.l.v. Hans Leenders.

Componist Mark-Anthony Turnage brak in Engeland door met deze opera naar een toneelstuk van Steven Berkoff, waarin de Oedipusmythe wordt verplaatst naar een Engels arbeidersgezin in het Thatcher-tijdperk.

De jonge bariton Alistair Shelton-Smith maakte grote indruk als Eddy, de hoofdpersoon die met zwaar cockneyaccent het publiek voor zich wint, ondanks zijn immorele levensloop. Het is een immoraliteit die hij aan het slot overigens weerlegt – ‘waarom is het onjuist dat ik mijn moeder liefheb?’ De voorstelling werd verder gedragen door de beeldende, vindingrijke regie en vormgeving – zonder decor, maar rijk aan rekwisieten – door Javier López Piñon en Sophie Ketting.

In deze jonge, bruisende branding viel het Residentie Orkest op met een wat net concert in de ‘eigen’ Anton Philipszaal. De – voor dit orkest zeldzame – ontmoeting met dirigent Reinbert de Leeuw resulteerde wel in sterke uitvoeringen van Kagels Andere Gesänge (2002) en Viviers Orion (1979), maar de rommelige, ongeconcentreerde uitvoering van Berio’s Eindrücke (1974) stelde teleur.

Stravinsky’s Divertimento (1934-49), afgeleid van het neoklassieke ballet-annex Tsjaikovski-pastiche Le Baiser de la Fée (1928), hoort op een festival als dit niet thuis. Ook De Leeuw leek nauwelijks overtuigd van de noodzaak dit werk onder het stof uit te halen, en deed niet meer dan het noodzakelijke.

Wat een verschil met de vitaliteit die elektronicus Tom Verbruggen, alias Toktek, ’s avonds laat in Het Paard van Troje tentoonspreidde. Schijnbaar fysiek vergroeid met zijn zelfgesoldeerde en -gemodificeerde apparatuur (joysticks, pedalen en andere mysterieuze dingen) ‘bestuurde’ hij een hyperactieve muziek die zowel middenrif als hersenschors aansprak.

Dat het festival deze muziek, maar ook die van gitaar/percussieduo Jorrit Dijkstra en John Hollenbeck, even vanzelfsprekend onder ‘nieuwe muziek’ schaart als Turnage en Cage, is even gedurfd als lovenswaardig. Juist in deze grensgebieden kan de branding immers op zijn onverwachtst woelen en overrompelen.