Boeiuh is ons toverwoord, chilluh onze hobby

Jongeren kijken geen journaal, lezen geen krant en houden niet van politiek. Ze zijn passief, maar daar kunnen wij niks aan doen, vindt

Rob Wijnberg.

Maatschappelijke apathie is een van de meest wijdverbreide en minst erkende fenomenen in onze huidige samenleving.

Dat 65-plussers zich, na een leven hard werken, afwenden van de dagelijkse politieke en maatschappelijke beslommeringen in Nederland en de wereld, is nog voor te stellen. Dat heet nu eenmaal ‘de oude dag’. Dat veertigers zich meer bezighouden met hun werk en gezin dan met de ellende op het Journaal, is ook nog te begrijpen. Maar dat de jongste generatie, tussen de 15 en 30 jaar, geen greintje idealistisch engagement vertoont, is op z’n minst opvallend.

De cijfers zijn ondubbelzinnig: 3,6 procent van mijn generatiegenoten kijkt naar het Journaal, 1 procent is lid van een politieke partij, 41 procent gebruikt cannabis. We lezen gemiddeld twaalf minuten per dag, spenderen ruim 180 minuten voor de televisie en chatten meer dan we studeren. Ondertussen is uitgaan vervangen door loungen en houden de oordopjes van de iPod de drukke wereld buiten. ‘Boeiuh’ is ons toverwoord, ‘chilluh’ onze hobby.

Doorgaans zijn er drie reacties op deze levenshouding. Óf ons schouderophalen wordt ontkend, óf het wordt goedgepraat, óf het wordt ons verweten.

Ontkenners sluiten hun ogen voor de realiteit en wijzen steevast naar die ene oprichter van Coolpolitics. Goedpraters noemen jongeren ánders betrokken: praktisch idealisme heet het wanneer je gaat winkelen in New York en tegelijkertijd twee bomen plant in een regenwoud. Verwijters spelen de oude nar en bekritiseren de jeugd uit onwetendheid en verveling, zoals dat sinds Plato al gemeengoed is. Zelden wordt een poging ondernomen onze passieve houding te doorgronden.

Niemand lijkt zich af te vragen waarom de oorlog in Irak welgeteld één jongerendemonstratie kende, terwijl de overige 25 (burger)oorlogen die op dit moment gaande zijn, werden gelaten voor wat ze zijn: het testbeeld op onze tv.

De hoofdoorzaak is gemakkelijk te herkennen: de informatieoverload waar wij dagelijks mee te kampen hebben.

Twintig televisiezenders, drie treinkranten, zes dagbladen, duizend tijdschriften en honderden televisieschermen in bus en tram bombarderen hun publiek non-stop met nieuws, opinies en achtergronden. Bovendien is het meeste ook nog op ons gericht. Aan de jonge mens – met een gat in zijn hand en de duim op de sms-knop – valt immers nog te verdienen.

Maar aan lessen informatieverwerking doet onze samenleving niet. Welke school of universiteit leest klassikaal kranten of kijkt in de klas tv? Geen. Niemand gelooft immers dat omgaan met andermans ellende – ook al is het niet ‘werkelijk’ – geleerd hoeft te worden.

Dus knijpen wij, om niet overspoeld te worden door een golf van wereldproblematiek, onze ogen vaker dicht, wachtend op het moment dat het ‘laatste nieuws’ zijn letterlijke betekenis eens waarmaakt.

Ondertussen zoeken wij een uitvlucht in magische fictie: Da Vinci Code, Harry Potter en Lord of the Rings hebben met elkaar gemeen dat zij een alternatieve werkelijkheid bieden, ver weg van de ellende om ons heen. Maar de echte werkelijkheid is vaak óók niet meer van fictie te onderscheiden: Hart van Nederland, Editie.nl en RTL Boulevard schakelen zó geruisloos over en weer tussen probleemwijken in Rotterdam en dansen met sterren dat het lijkt of het allebei even belangrijk is.

Tegelijkertijd is reality-tv veranderd in creality-tv. Registraties van de suffe werkelijkheid verveelden de snel afgeleide kijker en werden vervangen door gecreëerde en gemanipuleerde real life: relatietests op tropische eilanden of pesterijen in een gouden kooi tonen ons zogenaamd de ware aard van de mens.

Het is dus niet verwonderlijk dat wij ons, toen het tweede vliegtuig het WTC doorboorde, afvroegen: „Is de nieuwe Spielberg uit?” Zes jaar later is de vraag nog even prangend.

De overvloed aan zowel schrikbarende als triviale informatie is slechts deels de verklaring voor onze apathie. De wereld is sinds 2001 namelijk verscheurd door extremen. Aan de ene kant predikt de radicale islam de waarheid Gods, aan de andere kant zwaait het ‘verlichte’ Westen met zijn moderne waarheden.

Hoe houd je je daarin staande? Via de gulden middenweg. De ‘waarheid’, zoals al door het postmodernisme werd aangekondigd, is door mijn generatie abrupt afgeschaft, of wordt in ieder geval gewantrouwd. Het gevolg: we zijn relativerend op het onverschillige af.

Dat vertaalt zich aan de ene kant in bewonderenswaardige ruimdenkendheid. De meeste jonge mensen moeten niets hebben van een verbod op hoofddoekjes of een strenger immigratiebeleid. Homoseksualiteit, abortus en euthanasie zijn geen belangwekkende issues meer. En ook mensen van verschillende afkomst en ras kunnen van ons eerder bewondering dan afkeuring verwachten. De hedendaagse helden zijn Afro-Amerikaanse rappers uit the hood, rondvormige latina’s van net boven de evenaar en een knuffelmarokkaan uit Zaanstad.

De andere kant van dit enorme relativeringsvermogen is echter dat we nergens meer echt in geloven. Het is de donkere zijde van het informatietijdperk: hoe meer je weet, des te minder vruchtbaar is de grond voor een eigen waarheid.

Dat leidt onherroepelijk tot identiteitsverlies, gecompenseerd door een toenemend hedonisme en zucht naar erkenning. Op zoek naar eeuwige roem, schrijven we ons massaal in voor Idols of X-factor. Op zoek naar de best betaalde baan gaan we liever bedrijfskunde of communicatie studeren, dan filosofie of oude talen. Op zoek naar constante aandacht stellen we onszelf tentoon op weblogs, reislogs en digitale profielen.

Identiteitloosheid heeft zelfs een beangstigende kant. Om aan de magnetische kracht van relativisme te ontsnappen, zijn extreme of opvallende houdingen of uitlatingen steeds meer een vereiste. ‘Lonsdale- jongeren’ gedragen zich als neonazi’s, maar zijn vooral op zoek naar zichzelf. Niet voor niets gaat hun rechtse opvatting op triviale wijze samen met een kledingstijl; ze willen bovenal iemand zijn.

Voor de lezer die zichzelf ook wel eens heeft verweten meer interesse te hebben in zichzelf dan in de wereld om hem heen, rest dus een geruststellende boodschap: u bent jong van geest.

Zelfbeklag is sowieso niet nodig, het is de tijdgeest die ertoe noopt. De jongste generatie is immers de spiegel van de samenleving waarin zij leeft. De spiegel waar iedereen wel eens in kijkt, soms met misprijzende blik, soms met stiekeme jaloezie, maar altijd vol herkenning.

Rob Wijnberg (24) is redacteur van nrc.next. Op 22 maart verschijnt zijn eerste boek, ‘Boeiuh – Het stille protest van de jeugd’, een pamflet over jongeren, nieuws en maatschappelijke betrokkenheid.

Lees meer over dit onderwerp op www.boeiuh.com.