Blij met Woonhotel

Onlangs las ik in de krant het artikel ‘Ongure types in het Woonhotel’ (nrc.next, 9 maart). Begin dit jaar heb ik door een echtscheidingsprocedure noodgedwongen mijn intrek in het Woonhotel moeten nemen. Voorafgaand aan mijn intrek werd ik grondig gescreend door de hotelmanager: ik had het idee een soort ballotagecommissie te moeten passeren. Ik juich dit overigens alleen maar toe, want niemand zit op overlast van anderen te wachten. In het artikel staat dat „prostituees, verslaafden en ex-gedetineerden” het hotel zouden bevolken. Door mijn werk ga ik op de meest onmogelijke tijden van en naar het Woonhotel, maar in de twee maanden dat ik er nu verblijf, heb ik niets, maar dan ook niets, uit het artikel kunnen herkennen.

Ik ben echt niet naïef om niet te willen zien wat er speelt in Rotterdam-Zuid. Ook ik had mijn bedenkingen over de buurt waar het Woonhotel zich bevindt.

De collega’s op het werk weten dat ik tijdelijk in het Woonhotel verblijf. U kunt zich dan ook de hilariteit voorstellen toen een collega mij het artikel te lezen gaf. Ik zal helaas de rest van mijn carrière als „onguur type” door het leven moeten gaan.

Ik was zeer verheugd dat er in mijn woonplaats een mogelijkheid kwam voor tijdelijk onderdak. Het Woonhotel is een welkome organisatie in de huidige maatschappij met zijn huisvestingsproblematiek.

J. Molenaar, inwoner van het Woonhotel, Rotterdam

Brieven en opiniestukken graag opsturen naar opinext@nrc.nl