Bedreigingen

Een jaar na 9/11 nam ik deel aan het tv-programma Rondom Tien. Samen met Hirsi Ali pleitte ik voor meer zelfkritiek bij moslims. Wegens bedreigingen aan haar adres direct na de uitzending dook Hirsi Ali onder. Zij zou gevaar lopen vermoord te worden. Ikzelf las na Rondom Tien wat hatemail aan mijn adres verzonden op diverse migrantensites.

Hatemail beschouw ik niet als bedreiging. Hoogstens als indirecte bedreiging. Het draait vooral om makkelijk in anonimiteit geuite woorden, meestal door jongeren, die woede of frustratie voelen opwellen als iemand met een kritische geest zich over hun geloof uitlaat. Daar de mediamachine wekenlang na het programma op volle toeren draaide rondom Ayaan besloot ik mij in de luwte te begeven. Dat is mij niet door iedereen in dank afgenomen. Echter, mijn besluit was mede ingegeven door een artikel over mij daags na het programma, dat het beeld opriep als zou ook ik door de ‘moslimgemeenschap’ als buitenstaander worden beschouwd en dus mijn bescherming in die gemeenschap kwijt zou zijn geraakt.

Ik ben ervan overtuigd dat als ik in die tijd van de daken zou hebben geschreeuwd dat ook ik bedreigd was, ik op sympathie kon rekenen van het publiek. Ook zou ik intense media-aandacht krijgen. Erger nog, mogelijk was ik dan door het leven gegaan als bedreigde moslim.

Regelmatig uiten moslims kritiek op andere moslims. Regelmatig kunnen ze rekenen op dreigementen. Zoals de Egyptische feministe en schrijfster Nawal al-Sadaawi die nu om veiligeheidsoverwegingen naar Amerika vertrekt. Maar hoe dan ook: bij elke bedreiging, indirect of direct, volgt een belangenafweging door degene die wordt bedreigd. Blijf ik in de luwte of maak ik het bekend bij de media? Ik vind het moeilijk om categorisch iets te zeggen over wie waarbij het meeste baat heeft. Wel was het in mijn geval zo, dat ik dacht dat media-aandacht meer kwaad dan goed zou doen. En ik denk dat ik niet de enige ben.

Naema Tahir

Naema Tahir is Worldconnector zie www.worldconnectors.nl