Baldadigheid en gedram bij Pfeijffer

Toneel; De eeuw van mijn dochter van Ilja Leonard Pfeijffer, door Annette Speelt. Theater a/h Spui Den Haag en op tournee t/m 16 mei. Inl. 070-3465272 of www.annettespeelt.nl

Terwijl de dochter met doorgesneden keel op de ontbijttafel ligt, tussen kaas en hagelslag, lezen mevrouw Balkenende en premier Jeroen Krabbé ongestoord verder. Krabbé leest NRC.Next, mevrouw Balkenende neemt wat regeringsstukken door.

Een tekenend beeld uit het toneelstuk De eeuw van mijn dochter, het toneeldebuut van Ilja Leonard Pfeijffer, opgevoerd door toneelgroep Annette Speelt. Volgens de schrijver is dit Nederland: de natie die knus rond de tafel zit, moedwillig de ogen sluitend voor de doden die er onder haar ogen vallen.

De politieke satire begint in de toekomst, bij het graf van premier Balkenende, waar zijn ‘vriend’, de acteur Jeroen Krabbé een ijdele grafrede houdt. Vervolgens trouwt Krabbé met de weduwe, om zelf premier te worden. De stuurse dochter – een explosief mengsel van Hamlet, Elektra, Kassandra en Lolita – tracht dit te voorkomen, gesteund door drie Griekse goden.

Pfeijffers beginsituatie is ijzersterk en geestig. En ook verder bevat zijn tekst veel staaltjes van baldadige humor, geestige verwijzingen naar actualiteit en de klassieken, en verfrissend spotten met de dramawetten. Virtuoos dichtte hij tongbrekende berijmde alexandrijnen – meer in de traditie van Komrij dan van Vondel – die de satire enige allure geven.

Regisseuse Annie van Hoof heeft haar acteurs uitstekend geregisseerd: Jaap Spijkers, die Krabbé speelt, en Nettie Blanken als de weduwe, tonen zich grote komieken die veel halen uit hun karikaturale karakters. De jonge Lidewij Mahler, als de dochter, heeft maar twee scènes, maar die vult ze buitengewoon dwingend in. Zeker in Mahlers versie is de dochter de best geslaagde creatie deze avond.

Maar veel verder dan de geestige beginsituatie is Pfeijffer in zijn debuut niet gekomen. Er wordt ons steeds een catastrofe beloofd, die maar niet komt. De karakters krijgen verder ook geen invulling, ze botsen nauwelijks, er zijn vrijwel geen conflicten, kortom; er is vrijwel geen drama. Daarbij komt dat Pfeijffer en de groep in alles het kunstmatige van het toneelstuk benadrukken, als consequentie van Pfeijffers uitgesproken visie op kunst en op de politiek. Politiek is immers allemaal theater. Liegen, ontkennen, ensceneren en veinzen vormen een belangrijk thema. De alexandrijnen doen al erg kunstmatig aan, de personages benadrukken telkens hun kunstmatigheid. Dat plaatst de toch al dramaloze voorstelling op grote afstand.

Eén zaak neemt Pfeijffer wel zeer serieus en dat is zijn politieke boodschap. Daaraan is alles ondergeschikt gemaakt. En die boodschap, met veel herhalingen erin geramd, is te simpel: onder premier Balkenende heeft de slechte kant van Nederland de overhand gekregen. Balkenendes Nederland, dat kleine, benepen, bange, in zichzelf gekeerde, conservatieve nepdorpje, zal uiteindelijk blind in de zee zinken. Tenzij wij tot inkeer komen! Als Pfeijffer die boodschap op een opiniepagina verkondigt, is ze al clichématig. Als onderwerp van een politieke satire is ze helemaal teleurstellend.