Afghanistan redux (2)

afghanen.jpgAls onze jongens in Uruzgan mijn stukje van zaterdag op hun webblog plakken, mag ik dat toch zeker ook! U vindt het onder de stippellijn, lees gerust verder …

Ach, Afghanistan … met een zekere nostalgie denk ik aan die zoele zomeravonden van 2001, aan de rivier de Oxus, toen Bush jr. langskwam om 9/11 te wreken. Een  ruïnestad van Alexander de Grote stak bleek af tegen het pikzwart fonkelend hemelgewelf vol sterren en Stealth-bommenwerpers. Het getsjirp der chicaden, het gerommel van ingegraven tankgeschut, de geur van jasmijn, rijst met schapenbotten …

Avontuur bestond nog. We mochten te paard naar het front, door schoftdiepe rivieren, satelliettelefoon nonchalant over de schouder. Overdag was het dan schermutselen met de Talibaan in gindse loopgraven. Ik herinner me Oleg K. die met een vuurrood hoofd riching veilige bunker rende, achtervolgd door mitrailleurkogels die zandfonteintjes opwierpen. Altijd dicht op hun onderwerp, die fotografen.

Op de terugweg kregen we ruzie met een oude mujahedeen die de pont over de Oxus naar Tadzjikistan beheerde (een vlonder met een tractormotor). Voor straf liet de man ons een hele dag in de zon braden, pas ’s avonds laat zetten hij thee en over. Hij accepteerde koekjes.

De pontcommandant zag niets in die Amerikaanse actie tegen de Talibaan, terwijl die toch zijn halve familie hadden uitgemoord. Maar nee, daar kon niks goeds van komen, die Amerikanen. (toen alom ’toeristen’ genoemd) ‘Wij hebben de Russen gehad, de Pakistanen en de terroristen, en wat hebben zij voor Afghanistan gedaan? Als de wereld ons gewoon eens met rust liet, dan zou het goed gaan hier.’

Amen! Een niet onaardige reportage uit de oude doos hier, en foto’s van Oleg (ook hier). Over de door hem gefotografeerde soldaten van de toenmalige ‘Noordelijke Alliantie’ het volgende: zij waren apestoned (apenstoned?) en trachten achtereenvolgens een vrouwelijke en een niet onknappe mannelijke Nederlandse correspondent aan te randen. Even dreigde daar een heuse gangbang in het woestijnzand. Nee, geen namen! En voor mij had niemand oog …

Ik hou op. Het dreigt een beetje ‘Oom Wim vertelt’ te worden hier.

Geschiedenisles uit mooi Afghanistan: wegwezen!

In de jaren tachtig van de vorige eeuw vocht het Rode Leger in Afghanistan. Dat liep nogal slecht af. Moet nu de NAVO in het zand bijten? Advies uit Moskou: zorg voor thee, veel thee, en maak dat je wegkomt.

Door onze correspondent Coen van Zwol

Moskou, 17 maart. Heeft de man die in de jaren ’80 het Rode Leger in Afghanistan leidde nog een advies voor de Nederlandse troepen? Generaal Varennikov denkt na, glimlacht. „Tentjes opvouwen, uniform strijken en terug naar uw mamaatje.”

En als dat niet mag van de NAVO? „Uw troepen zitten in Uruzgan? Lastig gebied. Hou de weg naar Kandahar open, dat is al heel moeilijk. Maak een groot kamp met een fiks mijnenveld er omheen, hele hoge muren en stevige bunkers tegen raketten. U bent een rijk land, u kunt de commandanten van de Talibaan omkopen niet te schieten”.

De NAVO herhaalt in Afghanistan de fouten van het Rode Leger, klinkt het steeds vaker. De in Pakistan ‘gebruinde en uitgeruste’ Talibaan maken gesteund met Arabisch geld en vrijwilligers een comeback. Ze leggen in het zuiden hun wil op met sabotage en terreur, voeren guerrilla- aanvallen uit op de NAVO.

De toestand, schreef de Italiaanse expert Valerio Pellizzari gisteren, doet in alles denken aan Afghanistan onder de Sovjetbezetting. Het luchtruim hangt vol hightech: Apaches en F16’s nu, Hind’s en Migs toen. NAVO-troepen bezetten oude Russische bases, de CIA zetelt nu in het oude hoofdkwartier van KGB. De Afghaanse president is meer de burgemeester van Kabul.

Een feest der herkenning voor Rusland. Daar heeft de patriottische kassakraker ‘Rota 9’ juist weer wat aandacht gevestigd op de vergeten oorlog in Afghanistan. In deze film vergeet de USSR een eenheid aardige jongens, Rota 9, die zich daarna op een bergkam aanvalsgolven van mujahedeen van het lijf houden. ‘En toch hebben we gewonnen’, fluistert na afloop de enige overlevende.

Sergeant Viktor Erskov moet erom lachen. „Wij zagen nooit het oogwit van de doegi (geesten). Je stierf door een scherpschutter, een raket of een mijn. Toch was het de mooiste tijd van mijn leven.” Erskov werd in 1984 op een trein naar Centraal-Azië gezet toen hij niet talentvol genoeg bleek voor het jeugdijshockeyteam van Dynamo Moskou. Als commando vocht hij twee jaar in de Afghaanse bergen.

Erskov: „In 1986 hadden we de zaak met grote inzet min of meer onder controle, toen vond Gorbatsjov Afghanistan niet langer de moeite waard. Of je zet massaal troepen en materieel in en accepteert veel doodskisten. Of je roeit de halve burgerbevolking uit. Ben je tot geen van beide bereid, dan kun je beter vertrekken.”

De stramme parachutistenkapitein Vladimir Sjirsev, nu voorzitter van de Russische blindenbond, denkt dat Afghanistan elke veroveraar sinds Alexander de Grote voor dezelfde problemen stelt. „Bergen, woestijnen, insecten, ziektes en partizanen”, telt hij op zijn vingers uit. „De VS, Europa, Pakistan en Saoedi-Arabië hebben de oorlog daar opgestookt, nu krijgt het Westen de problemen terug. Bin Laden en de Talibaan zijn uw boemerang! Ik werd in 1987 blind door een Italiaanse landmijn en vind het treurig, maar ironisch dat de zoon van die Italiaanse fabrieksarbeider nu sneuvelt in Afghanistan.”

Gewezen opperbevelhebber Valentin Varennikov blijkt milder. Als jong kapitein bestormde Varennikov Berlijn, in de jaren ’80 leidde hij vier jaar het Rode Leger in Afghanistan, in 1991 nam hij enthousiast deel aan de coup tegen partijleider Gorbatsjov. In 2001 spraken we hem al. Toen klonk hij in zijn haveloze kantoortje als een bittere houwdegen. Maar vijf jaar Poetin doet wonderen voor de nu 84-jarige veteraan: hij is nu gerespecteerd lid van de Doema en zetelt in een prachtig kantoor aan het Rode Plein.

Varennikov betreurt dat de NAVO in zo’n lastig pakket zit, maar zeg niet dat hij niet heeft gewaarschuwd. „De Amerikanen begonnen er met 20.000 man. Zo’n kleine strijdmacht is per definitie eerder een probleem dan een oplossing. De Afghaanse stammen moeten er onderling uitkomen, zo’n legertje van buiten is een destabiliserende factor.”

Maar in 2001 was Amerika high van het concept van de ‘contactloze blitzkrieg’. Met een combinatie van massieve bombardementen en prikacties van commando’s had men de Talibaan op de knieën gedwongen zonder zelf verlies te lijden. Wat nieuwe oorlog, foeterde Varennikov in 2001. De Talibaan waren geïmplodeerd door eigen impopulariteit en Amerikaans smeergeld aan stamoudsten. Wat was er verder bereikt? Bin Ladenwas nog een vrij man, het Pentagon beheerste alleen wat startbanen en legerbases in de woestijn. „Zonder grondtroepen en tankdivisies controleer je niets.”

Die kritiek komt nu ook van Westerse zijde. De NAVO zet onvoldoende mankracht in en leunt te sterk op luchtacties. Vorig jaar voerde de NAVO 2.100 bombardementsvluchten uit. Zo ontzie je de eigen troepen, maar terroriseer je de burgerbevolking. Net zoals het Rode Leger in de jaren tachtig, erkent Varennikov. „Ik wil het nu wel zeggen: onze inval van 1979 was een blunder. Afghanen zijn gastvrij op het absurde af, maar zien ze je eenmaal als bezetter, dan gaan ze tot het uiterste.”

De ernstigste fout, aldus Varennikov, is Afghanistan jouw normen op te leggen. Zoals het Rode Leger jonge communisten in het zadel hielp, zo vervangt de NAVO lokale leiders omdat ze corrupt zijn, of radicaal-islamitisch, of wreed.

Varennikov: „Kijk gewoon wie lokaal respect afdwingt, oordeel niet over hem maar doe zaken. Zet al die leiders nog een keer in een grote tent bijeen voor een Loya Jirga, nationaal overleg. Zorg voor genoeg thee en sluip stiekem weg terwijl ze aan het praten zijn.”

Strijd van muhajedeen
Op 25 december 1979 viel de Sovjet- Unie Afghanistan binnen. Opzet was een bevriend communistisch bewind in Kabul in het zadel te houden tegenover het verzet van de muhajedeen (islamitische strijdgroepen) . Eerst wilde het Rode Leger, dat tegen de invasie was, alleen garnizoenen in de grote steden. Al snel sloeg ‘mission creep’ toe. Sovjettroepen schoten het falende Afghaanse regeringsleger te hulp, raakten betrokken bij stamrivaliteiten. Gevolg was een guerrilla op grote schaal. Miljoenen Afghanen vluchtten naar Pakistan.

Door grote inzet van manschappen dwongen de Russen in 1985-1986 de mujahedeen in het defensief. Maar door Amerikaanse, Pakistaanse en Saoedi- Arabische steun aan de islamitische groepen, kantelde het strijdverloop. Vanaf medio 1987 zocht de USSR een eervolle uitweg. Op 15 februari 1989 reden de laatste Sovjet-troepen over de Vriendschapbrug naar Oezbekistan.

(NRC/Handelsblad, 17 maart 2007)