26 jaar op de vlucht en alsnog opgepakt

Hij was 26 jaar op de vlucht en is gisteren in Rio de Janeiro opgepakt. De Italiaan Cesare Battisti, extreem-linkse militant, is vijftien jaar geleden in zijn geboorteland bij verstek tot levenslang veroordeeld voor vier moorden die hij eind jaren zeventig gepleegd zou hebben. Van 1990 tot 2004 werd hij beschermd door Frankrijk, dat hem weigerde uit te leveren.

Battisti (52) was in ‘de loden jaren’ lid van de ‘gewapende proletariërs voor het communisme’, een aan de Rode Brigades gelieerde gewelddadige groep. Hij wordt verantwoordelijk gehouden voor de moord op een juwelier, een slager en twee agenten. In 1981, twee jaar na zijn arrestatie, ontsnapte hij uit de gevangenis.

Na een periode in Zuid-Amerika kwam hij in 1990 naar Frankrijk. Daar kreeg hij, net als andere Italiaanse linkse ex-revolutionairen, een beschermde status op basis van de ‘Mitterrand-doctrine’. Mede onder druk van linkse Franse intellectuelen betwistte de Franse president de juistheid van de Italiaanse massaprocessen tegen linkse terroristen. Battisti ontkende de hem ten laste gelegde misdaden en beloofde af te zien van militante acties.

Hij begon te schrijven en werd een succesvol auteur van misdaadromans. Zijn laatste boek, Mijn vlucht, verscheen vorig jaar. Hierin geeft hij toe lid te zijn geweest van de ‘gewapende proletariërs’, maar ontkent hij opnieuw mensen te hebben vermoord.

Na jarenlang aandringen van Italië besloot een Franse rechter in juni 2004 dat Battisti mocht worden uitgeleverd. President Chirac stemde ermee in. Battisti dook opnieuw onder. De politie ontdekte hem gisteren via een sympathisante, die werd geschaduwd toen ze hem geld bracht op zijn onderduikadres nabij het strand van Copacabana. Naar verwachting zal de ex-terrorist spoedig worden uitgeleverd aan Italië.