‘Wij moslims voelen ons overal tekortgedaan’

Veel moslims in Groot-Brittannië voelen zich in de steek gelaten door de regering en de politie, die regelmatig moslims van bed licht op verdenking van terrorisme. „Zie ons als burgers én moslims, niet louter als moslims.”

Floris van Straaten

De eigenaar van een islamitisch boekwinkeltje in het vervallen zuidoosten van Birmingham helpt eerst een jonge moeder met een baby bij de aanschaf van een fraai versierde Koran. Dan installeert hij zich naast een elektrisch kacheltje en wil hij, zij het op basis van anonimiteit, wel even ingaan op de positie van de lokale moslims. „Wij moslims voelen ons overal tekortgedaan”, stelt hij.

Het is een gevoelen dat breed leeft, niet alleen onder moslims in Birmingham, maar ook elders in Groot-Brittannië. Ze voelen zich in de steek gelaten door de regering en door de politie, die met enige regelmaat jonge moslims van hun bed licht op verdenking van terrorisme.

„Het is makkelijk je af te reageren op een kleine gemeenschap als die van de moslims”, meent Mohammed Naseem, al sinds 1975 voorzitter van het bestuur van de Centrale Moskee in Birmingham en als arts gespecialiseerd in besnijdenissen. „Het doet denken aan de behandeling van de joden door de nazi’s in Duitsland in de jaren dertig.”

Zulk zelfbeklag leidt weer tot woedende reacties van niet-islamitische politici, columnisten en anderen. Niet alleen noemen ze de vergelijking met het lot van de joden ongepast, ook verwijten ze mensen als Saleem veel te makkelijk voorbij te gaan aan een reeks van terroristische complotten van jonge radicale moslims.

Ook in Birmingham deed zich eind januari zo’n geval voor. De politie arresteerde negen moslims op verdenking van betrokkenheid bij een samenzwering. Het doel zou – naar Iraaks voorbeeld – zijn geweest een Britse islamitische militair te ontvoeren en te doden. Er zou tevens een video van de zaak worden verspreid. Vijf mannen zijn intussen in staat van beschuldiging gesteld.

Zulke incidenten zadelen zowel de regering als de moslims op met een dilemma. Hoe handhaaf je de veiligheid zonder de moslims van je te vervreemden?

„Het is van het grootste belang dat de overheid de juiste balans vindt”, zegt Rushanara Ali, verbonden aan de Young Foundation, een denktank in Londen. „De politie kan zich niet veroorloven de bedreiging te negeren, maar ze moet er ook voor zorgen dat de meerderheid van de moslims zich niet belegerd voelt.”

Veel moslims menen echter dat de regering het speciaal gemunt heeft op jonge moslims. Een van de arrestanten in Birmingham, die begin februari werd vrijgelaten, vertelde dat hem helemaal niets over het vermeende complot tegen de militair was gevraagd. Hij omschreef Groot-Brittannië woedend als „een politiestaat”.

Critici van de regering, niet alleen moslims maar ook burgerrechtenorganisaties, wijzen op cijfers van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daaruit blijkt dat tussen september 2001 en eind september 2006 1.013 mensen zijn opgepakt op verdenking van betrokkenheid bij terrorisme. Van hen werden er slechts 204 aangeklaagd en 38 veroordeeld. Een woordvoerster van het ministerie wijst er overigens op dat van de 1.013 arrestanten 176 anderen wel degelijk een veroordeling aan hun broek kregen, zij het voor andere vergrijpen dan terrorisme. Dat laatste is vaak lastiger te bewijzen.

Al enkele jaren probeert de regering een dialoog met moslims op gang te brengen. „Een probleem is”, aldus Ali, „dat er geen moslimleiders zijn die namens de hele gemeenschap kunnen spreken. De Britse moslims kennen namelijk een grote verscheidenheid. De regering kan zich dus beter tot een brede groep richten.”

De regering moet evenmin proberen de agenda van zo’n dialoog eenzijdig vast te stellen. Dat betekent volgens Ali dat de regering bijvoorbeeld niet moet proberen te verhinderen dat de Britse politiek ten aanzien van Irak en Afghanistan, een doorn in het oog van veel moslims, aan de orde wordt gesteld.

De incidenten grijpen ook diep in de levens van veel gewone moslims in. Velen erkennen dat de moslims door extremisme, dat uit hun gelederen voortkomt, een probleem hebben. „Ik sprak met de ouders van een van de arrestanten van die groep in januari”, zegt Shabir Hussain, een bestuurslid van een moskee in de oostelijke wijk Alum Rock. „Ze waren diep geschokt door de zaak. Ze hadden er geen idee van waar hun zoon mee bezig was.”

Volgens Hussain, zelf 55 jaar oud en vader van een volwassen zoon, is het voor ouders echter onmogelijk hun zoons voortdurend in de gaten te houden. „Er moet wederzijds vertrouwen zijn”, zegt hij in de sobere huiskamer van zijn woning. „Je kunt niet de hele tijd vragen: wat heb je net op internet zitten bekijken? Waar ga je naar toe? Met wie? Maar ik zeg u: er is geen enkele moslimvader, die tegen zijn zoon zal zeggen: blaas je zelf en andere mensen maar op.”

De moslimjongeren in Alum Rock en omgeving zijn zelf, na kritische artikelen in de Britse pers, niet happig meer op contacten met journalisten. „Sorry, we hebben het te druk”, zegt een groepje tieners, wanneer ze horen waarover het gaat. „We zijn erg moe”, zeggen twee jonge medewerkers van een lokaal restaurant, het Peshawari Kebab House. „Ik ben toevallig net terug van vakantie”, zegt een jongeman bij een kapperszaak. „Ik weet niet precies wat er is gebeurd. Vraagt u het maar bij de moskee hier in de buurt.”

Zo goed en zo kwaad als het gaat, zoeken alle betrokkenen nu naar oplossingen. Hussain en andere leiders in de gemeenschap spreken regelmatig met de lokale politie. „We hebben ook jeugdgroepen opgericht, waarin jongens kunnen voetballen en waarin ouderen veel met jongens van tussen de 10 en 16 jaar praten.”

De islamitische boekhandelaar, afkomstig uit Kashmir, bepleit een verdere aanpassing van zijn collega-moslims aan hun Britse omgeving. „Mijn vrienden noemen mij een kokosnoot: bruin van buiten, blank van binnen”, lacht hij. Zelf is hij al een eind gevorderd met dit proces. „Toen het Engelse voetbalteam vorige zomer bij het wereldkampioenschap werd uitgeschakeld, heb ik gehuild.”

Rushanara Ali heeft een ander recept. „We moeten jonge moslims niet langer uitsluitend beoordelen op grond van hun religie. Het is gevaarlijk mensen zo in hokjes te verdelen. De mensen hebben meerdere identiteiten en iedereen moet zijn eigen identiteit vinden. Betrek er ook mensen van andere groepen in de samenleving bij. Wij moslims maken deel uit van deze samenleving. De anderen moeten ons zien als burgers én moslims, niet louter als moslims.”