Volhouder Spyker zit in F1 om te winnen

Het eerste volledige jaar in de Formule 1 wil Spyker vooral leren. Maar op termijn mikt het eerste Nederlandse team in de snelste autosport ter wereld op een plaats in de topvijf. „Kleine teams kunnen succes hebben.”

De eerste trainingsresultaten wijzen nog niet op een gouden toekomst, maar het Nederlandse Formule 1-team Spyker is niet van plan het kleinste jongetje de klas te worden. „Wij zijn niet in de Formule 1 gestapt om mee te rijden, maar om te winnen”, zegt Victor Muller, chief executive van Spyker Cars, in de paddock van het circuit van Melbourne.

Tot het zover is zullen de twee coureurs van Spyker, Christijan Albers en de Duitser Adrian Sutil, zich moeten vastklampen aan het bedrijfsmotto van de fabrikant van luxe sportwagens uit Zeewolde: Nulla tenaci invia est via – voor de volhouder is geen weg onbegaanbaar. In Albert Park reden Albers en Sutil gisteren hun eerste trainingsrondjes. Het resultaat: een negentiende en een twintigste plaats, op bijna vier seconden van de snelste coureur, Felipe Massa. Alleen de Italiaan Vitantonio Liuzzi was langzamer dan de oranje bolides.

Albers moppert na afloop van de training. Over zijn stoeltje, dat niet goed zit, en de banden die maar niet heet willen worden, waardoor hij onvoldoende snelheid kan maken. „Maar dan hebben we tenminste wat te doen. We maken elke dag een stapje. Morgen is er weer een nieuwe dag.”

Het heeft tijd nodig, zegt Victor Muller. De Spyker-baas nam vorig jaar dankzij de financiële steun van internetondernemer Michiel Mol de boedel van het matig presterende Midland over van de Canadese zakenman Alex Shnaider. „Het is een wilde reis geweest”, zegt Muller over de overname, die ruim honderd miljoen dollar kostte. Zijn compagnon Mol, directeur van het Formule 1-team, trof een „gedemoraliseerde onderneming” aan op Silverstone. „Men keek reikhalzend uit naar een koper”, zegt Muller.

Maar sinds de aankoop ging Spyker aan de slag om te investeren in de nieuwe renstal. Voor de motor werd een contract gesloten met Ferrari – niet bepaald de kleinste op dat gebied. Muller: „Dat gaf meteen geloofwaardigheid. In de Formule 1 zag men direct dat Spyker er serieus werk van wil maken.” Dat gold ook voor het aantrekken van Mike Gascoyne als technisch verantwoordelijke man. Hij werkte eerder voor Jordan, Toyota en Renault. „Een absolute design-goeroe”, zegt Muller. Ook de komst van het Duitse talent Adrian Sutil, die de autosport verkoos boven een carrière als concertpianist, gaf Spyker krediet.

En vlak voor de training in Melbourne maakte Spyker bekend dat het twee hoofdsponsors binnenhaalde: Etihad Airways en Aldar, een vastgoedontwikkelaar, beide uit het emiraat Abu Dhabi, zusterbedrijven van een onderneming die sinds 2005 investeert in Spyker Cars.

Al die inspanningen moeten ertoe leiden dat Spyker binnen vijf jaar in de topvijf meerijdt, dus tussen de Ferrari’s, de Renaults, de McLarens en de BMW’s. „Dat zou een topprestatie zijn”, zegt Muller. „Je moet wel realistisch zijn. We staan volgend jaar niet op het podium. Maar kleine teams kunnen wel degelijk succes hebben. Het beste voorbeeld is Jordan, de voorloper van Midland, dat in 1999 derde werd met een piepklein team. Geld is niet de doorslaggevende factor, anders zou Toyota wereldkampioen moeten zijn. Het gaat om slimme mensen in combinatie met geld.”

Maar Spyker dekte zich al in tegen al te hoge verwachtingen in het nieuwe seizoen. De technische baas, Gascoyne, waarschuwde vijf weken geleden al dat Spyker in Melbourne weleens achteraan zou kunnen staan bij de start. De nieuwe Spyker F8-VII, genoemd naar het aantal cilinders van de motor en het bouwjaar 2007, reed pas vorige maand voor het eerst uit de Spyker-garage op Silverstone. De andere teams waren toen al maanden bezig met testrijden. Muller maakt zich daarom geen zorgen. „We zijn net begonnen.”

Muller trekt de parallel met de autofabriek Spyker Cars, die hij zes jaar geleden nieuw leven inblies als nazaat van het oud-Hollandse automerk Spijker (1898-1925). „Er was niets in Zeewolde. We hebben gezegd dat we over 2006 voor het eerst winst gaan maken. Dat is al een mirakel. Met het Formule 1-team zijn we nog geen zes maanden bezig. En toch heeft Spyker sindsdien internationaal meer aandacht gekregen dan in de zes jaar ervoor.”

Het was precies wat hij voor ogen had toen. „Het doel was de brand awareness van Spyker te verhogen. Dat gebeurt. Tot gisteren was er nog nooit een Spyker in Australië geweest. Nu krijgen we vragen uit allerlei landen. Het zal nog een jaar duren, dan zal je het in de verkoopresultaten zien. Er is een gouden marketingregel: als tweehonderd miljoen mensen je merk kennen, kun je tweehonderd auto’s verkopen.”

Muller is vooral „heel trots” dat er een echt Nederlands Formule 1-team rondrijdt, ook al is Silverstone de thuisbasis en is het technische personeel, overgenomen van Midland, Engels. „Maar we hebben niet voor niets oranje auto’s en oranje pakken. Nederland heeft veel te weinig respect voor zijn erfgoed. Spijker maakte de eerste Grand Prix-auto al in 1903. Waarom zou je niet ontzettend trots zijn op Nederlandse prestaties?” Toch zal het Formule 1-team niet naar Nederland komen, zegt Muller. „In Nederland zouden we de auto’s niet eens kunnen testen. Het is ongelooflijk jammer dat wij geen Grand Prix meer hebben. Maar de bureaucratie maakt dat onmogelijk.”