Requiem voor een treinleeslijn

Op vertoon van het boekenweek-geschenk mag er morgen gratis met de NS worden gereisd. Een doekje voor het bloeden, vindt een teleurgestelde treinleesfan.

„Bestijg den trein nooit zonder uw valies met droomen”, dichtte Jan van Nijlen. Maar morgen kunt u beter iets anders in uw reistas doen: De brug van Geert Mak. Op vertoon van het boekenweekgeschenk, gratis verkrijgbaar bij de aankoop van €11,50 aan boeken, mag u op 18 maart gratis treinreizen. Als u geluk hebt, maakt u zelfs een optreden mee van een van de negen cabaretiers die ergens in Nederland de coupés bestijgen met humor en zang.

Het is allemaal een uitvloeisel van ‘Tijd voor lezen’, het samenwerkingsverband dat de Nederlandse Spoorwegen zes jaar geleden aanging met de Stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek. Destijds leidde de bekendmaking van deze joint venture tot gemonkel – had de NS het sponsorgeld niet beter kunnen gebruiken? – maar het was natuurlijk een uitstekend idee. Per slot van rekening is de trein, met zijn afleidingsarme omgeving en concentratiebevorderende cadans, de ideale plaats om te lezen. Tenminste, als er geen cabaretier de coupé binnenvalt.

Jarenlang heb ik de trein gebruikt als bibliotheek, een plaats waar ik niet gestoord door computer en telefoon de pillen kon verslinden die ik voor mijn werk als recensent moest lezen. Ik trof het, want ik woonde in Haarlem, het beginpunt van een van de langste doorgaande treinverbindingen van Nederland. Elk uur, om tien over heel, vertrok de trein naar Maastricht, een half uur later gevolgd door de rechtstreekse trein naar Heerlen.

Gemiddeld één keer per week stapte ik even na achten in een van de oranjerode, soms pluchen, coupés die de eersteklasreiziger ter beschikking stonden in de zogeheten Koploper. Ik installeerde me met thermoskan en walkman aan het raam en begon te lezen. De concentratie was maximaal; in elk geval na Amsterdam, waar de meeste reizigers instapten. De enige afleiding die ik mezelf toestond was een blik uit het raam bij het oversteken van de grote rivieren. Niet alleen omdat ik zelf tien jaar lang aan de Waal gewoond heb, maar ook omdat het fascinerend is om te zien hoe hoog het water staat. En je zult maar naar Bommel gaan en de brug niet zien.

Een kleine drie uur na mijn vertrek arriveerde ik in Maastricht, waar het altijd mooier weer was dan in het noorden. Ik liep door de Stationsstraat naar de Sint-Servaasbrug, keek links en rechts uit over de Maas, kocht een vlaai bij Pâtisserie Royale, en stapte om één minuut voor half twaalf in dezelfde trein waarmee ik gekomen was. Om acht minuten voor half drie reed ik dan weer het station van Haarlem binnen, meestal met zo’n 300 gelezen pagina’s in mijn tas en mijn hoofd.

Tot zover het rozevingerige verleden. Aan alle dingen komt een eind, en in elk geval aan de mooiste treinleeslijn van Nederland. De nieuwe dienstregeling, die inging op 10 december, heeft een overstap in Amsterdam ingebouwd en van het traject Haarlem-Maastricht een hindernisrace ge maakt. Toen ik vorige week voor het eerst sinds maanden weer een dik boek wilde lezen – Het schervengericht, wat anders? – volgden de teleurstellingen elkaar op.

Het begint al in Haarlem, waar de krappe dubbeldekstrein van kwart over acht (type Hoofdstoter) steevast bomvol is – zelfs in de eerste klas wordt gestaan. De overstap in Amsterdam is op hetzelfde perron, gelukkig, en naar een betere trein (de nieuwe dubbeldekker), maar dan wel een waarin de aparte coupés zijn afgeschaft en de concentratie bedreigd wordt door kreunende tussenbalkons. En het venijn zit in de staart. De aankomst in Maastricht is 11.05 uur, het vertrek 11.23 uur. Alleen een geoefend snelwandelaar met een kelnersdiploma lukt het nog om een vlaai halen bij Pâtisserie Royale – en zelfs dat wordt onmogelijk bij een niet ongebruikelijke vertraging van vijf minuten.

Ach ja, waar zijn de spoorwegen van weleer? Wanneer ik morgen de trein bestijg met De brug, mag ik blij zijn als ik de 96 bladzijden gelezen heb vóór ik ten tweeden male de grote rivieren oversteek.