‘O, was u dat? Ik heb er spijt van’

Wie komt er bij de rechter en waarom? Twee jongens sloegen een agent in elkaar. De politierechter geeft een straf, maar geen smartegeld. „In Amerika krijg je miljoenen.”

Het slachtoffer zit achterin de zaal. Een man van middelbare leeftijd in een rood sportjack. John, 23 jaar, biedt hem zijn excuses aan. „Ik zie u nu pas voor het eerst. Ik wist niet dat u het was. Ik heb er spijt van.”

Het slachtoffer is politieagent in Noordwijk. Hij zegt: „Ze zien nooit de persoon, alleen het uniform.” Maar zelfs dát heeft John niet gezien. Hij stond in de nacht van 10 juni in een groep vechtende hooligans. Hij rukte zich los toen hij werd vastgegrepen. „Ik voelde een klap in mijn nek.” Dat was de wapenstok. „Er zat er iemand bovenop me.” Dat was de andere agent, een man van zeker twee meter. Hij zit ook in de zaal.

John en zijn jongere broer Frank (19), kraanmachinisten uit Lisse, zitten bij de politierechter in Den Haag. Hun ouders zijn er ook. De jongens staan terecht voor verzet tijdens arrestatie en mishandeling van politieagenten.

Ze waren wezen stappen in Noordwijk. Het was een uur of twee ’s nachts, ze kwamen net de kroeg uit, toen ze twee vechtende groepen passeerden. Er was al politie bij. In auto’s, met paarden en drie surveillanten te voet. De politie had, staat in het proces verbaal, de groepen net tot bedaren gebracht toen de broertjes langsliepen en Frank, de jongste, riep: „Feyenoord.” En toen, zegt de lange agent, werd het weer feest.

Rechter Du Pon kan zijn verbazing niet onderdrukken. De broers zijn nogal klein. De oudste praat, de jongste „is een beetje dichtgeklapt”.

De rechter: „Maar die avond was u niet dichtgeklapt.”

Frank: „Dat moet je toch gewoon kunnen zeggen?”

De rechter: „Ik zou dat niet doen.”

Frank kreeg eerst klappen, John wilde zijn broertje beschermen en sloeg terug. Een van de surveillanten zag dat en wilde hem arresteren. John ging als een wilde tekeer, zegt de politie. Nu kwam zijn broertje hém helpen. Hij gaf een agent een kaakslag en om hem in het politiebusje te krijgen, zegt de politie, waren vijf man nodig.

„Ik was doodsbang”, zegt John nu tegen rechter Du Pon. John trok en duwde. „Wist ik veel wie me vasthield? Ze wouden me allemaal wat aandoen.” Een van de politieagenten viel. Dat is de man die nu achterin de zaal zit met de rode jas. Hij heft zijn rechtarm op. Die komt niet verder dan halverwege zijn borst. Door de val scheurden de aanhechtingsspieren van zijn schouder. Hij is 55 en moet nu bureauwerk doen, het is de vraag of hij ooit nog de straat op kan.

De politieagent heeft een slachtofferverklaring ingeleverd bij de rechtbank én hij vraagt 5.000 euro smartegeld van de broers. Dat bedrag heeft hij samen met iemand van Slachtofferhulp uit de schadevergoedingsgids van de ANWB gehaald. Daar stond een voorbeeld in van een 56-jarige automobilist die werd mishandeld door een medeweggebruiker, waarna hij viel en zijn schoudersspieren scheurde. En die man kreeg ruim 7.000 euro.

Eigenlijk behandelt alleen een burgerlijk rechter schadeclaims. Maar sinds 2000 kan een strafrechter bij de straf ook een schadevergoedingsmaatregel opleggen. En rechter Du Pon is daar heel blij mee. „Het grote voordeel is: het slachtoffer hoeft niet zelf achter z’n geld aan.” Dat doet het incassobureau van justitie. En dan betaalt tachtig procent van de veroordeelden ineens wél.

Officier van justitie Gudde vindt het lastig om een „prijskaartje te hangen” aan het leed dat de agent is aangedaan. Materiële schade kun je nog aantonen met bonnetjes. Maar immateriële schade is „nattevingerwerk”. Er moet een verband zijn tussen het gebeurde en het leed. En dat is heel moeilijk te bewijzen. Ze vindt 5.000 euro „ontzettend veel geld”. Toch vraagt ze de rechter de claim toe te wijzen.

Dat doet de rechter niet. Hij geeft de jongens elk veertig uur werkstraf. De jongste krijgt, door zijn justitieverleden, ook nog een week voorwaardelijke celstraf. De rechter twijfelt er niet aan dat ze zich hebben verzet bij hun arrestaties. Maar of Frank de agent met opzet heeft mishandeld, dat is niet zeker.

De officier van justitie heeft „geen lekker gevoel” bij het oordeel, ze overweegt hoger beroep. De vader van Frank en John is ook niet tevreden. De straf is onzin. „Hadden ze maar een capabele politieman op ze af moeten sturen.” En de politieman, die niets krijgt, is teleurgesteld in „de Nederlandse rechtsgang”. „In Amerika krijg je miljoenen.” Hij is, zegt hij, de vierde bij het korps die wordt gemolesteerd. Eén collega kreeg 400 euro smartegeld. „Dat mochten ze met z’n vijven betalen.”