Nederland te weinig op eigen culturele verleden gericht

In de inleiding op haar `hertaling` van `Nantes` van de Franse chansonnière Barbara - het opnieuw vertellen van dit liedje in een andere taal en voor een nieuw publiek - vraagt Maria Stahlie (M, 3 maart) zich af: waarom ”is het in de literatuur al een paar eeuwen lang niet meer gebruikelijk voor schrijvers om zich te ontfermen over de verhalen van andere schrijvers? Waarom zouden schrijvers elkaar niet de eer bewijzen om elkaars verhalen opnieuw te vertellen” [...]

Het is Maria Stahlie blijkbaar ontgaan dat de `vertellende interpretaties` van literaire werken waartoe zij oproept niet enkel tot het verleden behoren. Ook in de laatste decennia zijn vele bekende verhalen opnieuw verteld - denk hierbij bijvoorbeeld aan romans zoals Maryse Condé`s Bovenwindse hoogten (Wuthering Heights van Charlotte Brontë), Valerie Martins Mary Reilly (Jekyll and Hyde van Stevenson) en Jane Smiley`s De wetten van het land (Shakespeares King Lear), of zelfs aan de met de Pulitzerprijs bekroonde roman De Uren van Michael Cunningham (Virginia Woolfs Mrs. Dalloway).

Internationaal is het dus zeer gebruikelijk om de klassiekers opnieuw te vertellen. Wel heeft Maria Stahlie gelijk als ze meent dat het in Nederland veel minder gebruikelijk is.

Het feit dat het opnieuw vertellen van bekende verhalen in Nederland relatief weinig voorkomt zegt daarom misschien wel iets fundamenteels over Nederland en de Nederlandse literaire canon, namelijk dat zij te weinig op het eigen culturele verleden zijn gericht voor een sterkte culturele identiteit.