Column

Nastic

Zaterdag zat ik bij Barcelona-Real Madrid. Heel hoog in Camp Nou genoot ik de ogen uit mijn bril. Wat een leuke wedstrijd. Prachtige 3-3. Twee keer Ruud en drie keer Messi. Zo heeft God het voetbal ooit bedoeld. Lekker vers knispervoetbal.

Vrolijk potje dat ergens om gaat. Net als AZ afgelopen donderdag. Knokken tot het gaatje. Blijven proberen om die bal er in te krijgen. En wat kan een bal prachtig op de lat ketsen. Heerlijk geluid. Zij die niet van voetbal houden, raad ik aan te stoppen met lezen. Zij snappen de poëzie van de bal op de lat niet. Dat geluid. De echo in de onderbuik. Maar zij snappen ook niet het kaartje dat al een paar weken in je portefeuille gloeit. Het kaartje waar je je kroegvrienden jaloers mee maakt door het alleen maar even te laten zien. Laat staan dat zij de heenreis begrijpen. En het leeg grazen van de sportpagina’s. Ieder woord wordt gewogen. Zit Capello wel of niet op de bank? Hoe gaat het tussen Frank en Samuel? En welke spelers starten in de basis?

Zaterdag was ik vrolijk op Schiphol. Geen treuzeldouanier kreeg mij chagrijnig. Louter lentevogels in mijn hoofd. Later lunchte ik aan het strand van Barcelona, mocht ik met de overvolle metro naar het stadion en daar hangen. Lang hangen. Mensen kijken. Zenuwachtige mensen. Supporters. Veel mannen. Zenuwachtige vaders en zenuwachtige zonen. En hoe hoger in het stadion hoe leuker. Ver van de business-seats.

In het stadion bedacht ik wat ik op dat moment ook had kunnen doen. Ik had de conference voor de jarige Joop van den Ende kunnen voorbereiden. Tot mijn verbazing was ik daar namelijk voor gevraagd. Volgens het feestcomité was het wederzijds respect zeer groot en zou het een enorme verrassing zijn als ik daar op zou treden. Toen ik later de duizend gasten over de rode loper zag gaan, was ik toch blij dat ik voor Barcelona had gekozen. Wil ik Willibrord Frequin aan het lachen maken? Nee, dat wil ik niet. Hoorde later van Joop dat mijn collega Balkenende het fantastisch gedaan had. Een hilarisch optreden.

Dit soort uitnodigingen brengen mij de laatste tijd regelmatig uit balans. De grenzen vervagen steeds meer. Het vaste contingent BN’ers is uitgeput, zo erg dat men nu zelfs mij begint te vragen. In mijn mailbox viel laatst een invitatie van de EO. Of ik als atheïst een brief aan God wilde schrijven?

Het diepste dieptepunt kwam van de Viagra-zender Max. Of ik een middagje gezellig bij Catherine kwam keuvelen. Als dat soort vragen binnenkomen, dan twijfel ik hardop of ik door moet gaan met mijn vak. Een bezoek aan Catherine is de definitieve dood van elke cabaretier. Nog erger dan Talpa.

Gelukkig was ik in Spanje en niet alleen in Barcelona. Zondag zat ik ruim op tijd in de trein naar Tarragona. Op naar de topper Nastic tegen Sevilla, de koploper op dat moment. Nastic is te vergelijken met RKC. Beeldschoon bouwvallig stadionnetje met uitzicht op zee. Een stadion waar de bal nog uit kan. Een hoge poeier kan belanden in het zoute water. Het stadion was uitverkocht en mijn neef en ik hadden de laatste twee kaartjes. Tussen de nootjes etende Spaanse gezinnen. Ik denk dat ik de slechtste wedstrijd van mijn leven heb gezien. Maar wat was het leuk. Het zonnetje, de zee, de mensen en de trommelaar. Een dikke man die voor aanvang trommelend over het veld struint en het publiek opjut. Publiek dat zich overigens niet laat opjutten. De blikkerige speaker, het ontroerende orkestje en de veertienduizend mensen die pal achter hun clubje staat. Het clubje dat zo goed als zeker degradeert. Maar het won wel van Sevilla en bewees het machtige Barcelona daarmee een enorme dienst. 1-0. Een fladderende kopbal. Een ziekenhuisgoal in een nattekrantenpot. Maar gezellig. Zo gezellig.

Soms ben ik zo gelukkig en denk ik: zal ik dit in een brief aan God schrijven? Of aan Catherine vertellen? Of hou ik het gewoon voor mezelf en vertel ik het aan niemand. Helemaal niemand!