Managementstijl

Bureau Berenschot heeft een onderzoek uitgevoerd naar de crisis in het Centraal Museum in Utrecht. Daarbij is gebleken dat het personeel een gebrek aan vertrouwen heeft in Pauline Terreehorst, de directeur. Medewerkers kenschetsen haar stijl van leidinggeven als “solistisch, slecht delegerend, niet open voor kritiek, soms onvoorspelbaar, weinig communicatief en overhaast”. Berenschot onderschrijft deze kwalificaties. Terreehorst trekt uit het rapport de conclusie: “Ik moet veranderen en dat wil ik ook.” Niet alleen zijzelf vindt dat nodig, ook Berenschot vindt dat haar managementstijl anders moet.

Waarom in een column over onderwijs aandacht voor het probleem van een museum? Omdat vergelijkbare problemen zich voordoen op talloze scholen. Er wordt een nieuwe directeur aangesteld. Het bestuur heeft bewust gekozen voor die bepaalde persoon vanwege zijn of haar ideeën over de organisatie, welke kant het op moet, op welke punten het anders moet. Daar is die nieuwe directeur op uitgezocht. En dan blijkt dat het niet werkt. De directeur zoekt binnen de school naar steun bij docenten die zijn ideeën delen met als gevolg onderling wantrouwen binnen het docententeam en de marginalisering van gevestigde docenten. De onvrede vertaalt zich in oplopend ziekteverzuim en het besluit van enkele ouderen om eerder met vervroegd pensioen te gaan dan ze oorspronkelijk van plan waren. Docenten melden hun klachten bij het bestuur, maar dat stelt zich op achter de directeur, want uiteindelijk hebben de problemen alles te maken met de keuze die zij als bestuurders hebben gemaakt. Zo iemand laat je niet vallen. Er moet hoe dan ook een oplossing worden gevonden waarbij die directeur kan aanblijven.

Soms gaat een bestuur zo ver de directeur te blijven steunen, ook als duidelijk is dat dit ten koste van de school gaat. Het bestuur hecht dan meer aan zijn eigen prestige dan aan het wel en wee van de school. Veel vaker wordt, al dan niet na het inschakelen van een adviesbureau, gezocht naar een oplossing zoals die nu ook wordt voorgesteld door Berenschot en waarbij kool en geit gespaard worden: de docenten wordt gevraagd loyaal mee te werken met de nieuwe directeur die van zijn kant belooft dat hij zijn stijl van leidinggeven zal veranderen.

Een ruzie, ook als die hoog is opgelopen, kan worden uitgepraat, bijgelegd, maar ik heb nooit gezien dat een nieuwe directeur die vanwege zijn stijl van leidinggeven in conflict raakte met het gros van het personeel, hierin slaagde. Managementstijl is niet een pak dat je, als blijkt dat het niet past, zomaar kunt uittrekken en door een ander vervangen. Je mag het dan ook niemand aandoen dit van hem of haar te eisen.

Er is vaak kritiek op de arbeidsverhoudingen in de voetballerij. Spelers worden gekocht en verkocht. Moderne slavenhandel, zo klagen hun advocaten als hun dat zo uitkomt. Onzin. Overal zijn de werknemers meer slaaf dan in de voetballerij. De leiding van een voetbalclub weet dat als de verhoudingen tussen trainer en spelers ernstig verstoord zijn, dit gevolgen heeft voor de prestaties en dat er spelers zullen vertrekken, en dus is er maar één conclusie mogelijk: de trainer moet weg. Die oplossing is uiteindelijk ook voor de trainer zelf de beste.

Voor elke organisatie, ook voor een school, geldt dat de prestaties lijden onder verstoorde verhoudingen, maar voor de meeste docenten geldt dat ze geen kant op kunnen. Hoe moeilijker het is voor werknemers naar elders te vertrekken, hoe langer een dergelijke crisis kan doorzieken.

lgm.prick@worldonline.nl