Leer ze fröbelen

Het jonge kind is al te lang onderbelicht gebleven op de pabo’s. Maar de klos wil niemand terug.Marlies Hagers

“Maak nou eens een echt goede hbo-opleiding voor het jonge kind”, bepleitte de Groningse onderwijshistorica en hoogleraar genderstudies Mineke van Essen onlangs in haar afscheidscollege. Zij reageerde op een advies van de HBO-Raad om de differentiatie binnen de pabo’s door te zetten. Studenten zouden moeten kunnen kiezen tussen een specialisatie in het jonge, of het oudere kind.

Het blijkt een beladen onderwerp met nogal wat ‘zeer’ uit het verleden. Ooit bestond er een aparte opleiding tot kleuterjuf, de klos. In 1985 is die samengevoegd met, toen nog, de pedagogische academie (pa). Wil de historica terug naar het verleden?

“Nee, zeker niet”, zegt Mineke van Essen. “De klos is vaak geromantiseerd, maar in feite was het een ‘stencilopleiding’. Er gebeurde van alles intuïtief, theoretisch stelde het weinig voor. De pa had een veel hogere status. Dat maakte dat de klos op het moment dat die beide samengingen, heel weinig in te brengen had. Daarmee is toen het idee dat een kleuter iets anders is dan een basisschoolkind onder tafel geschoven.”

kweekschool

Van Essen schreef een boek over de geschiedenis van de kweekschool van vroeger en heeft ook oud-klosdocenten geïnterviewd. “Ik merkte dat het onderwerp heel gevoelig ligt. De fusie werd indertijd met de mantel der liefde bedekt, het was de tijd waarin niveauverschillen taboe waren. Je mocht niet zeggen dat een kleuterleerkracht minder was dan een basisschoolleerkracht. Je mocht ook niet zeggen dat kleuters nog niet zoveel hoeven te leren.” Maar zodra je binnen de opleiding kiest voor specialisatie op het jonge of oudere kind haal je de hiërarchie weer de pabo binnen, denkt Van Essen. Voor de status van de pabo en voor die van de kleuterleerkracht is het volgens Van Essen een goed idee om de opleidingen weer uit elkaar te trekken. “Door mijn onderzoek kom ik tot de conclusie dat er nog nooit een goede opleiding heeft bestaan voor het jonge kind. Ik pleit vooral voor een experiment hiermee. Samen met de opleidingen voor kinderdagverblijf en peuterspeelzaal, dan kun je ook meteen het probleem van taalachterstand meenemen.”

“Stel dat je twee opleidingen hebt, wat gaat er dan gebeuren binnen een team?” vraagt Miep van Himbergen zich af, docent aan pabo De Kempel in Helmond. Een retorische vraag, waarmee ze suggereert dat de hiërarchie juist zal terugkeren als je twee opleidingen gaat maken. Als lid van het ‘docentennetwerk voor het jonge kind’ vindt Van Himbergen wel dat er nog veel te verbeteren valt aan de opleiding. Zeker nu de politiek zoveel meer van kleintjes lijkt te gaan eisen. Maar de kleuterschool zou ze niet terug willen en de ‘knik’ in de opleiding hoeft ook niet bij groep 3 te liggen. “Er is niet zoveel verschil in leren tussen kleuters en kinderen van 7, 8 jaar”, zegt zij. En: “Als je bij groep 3 de knik legt, kun je dat ook wel gaan doen bij groep 8 – een pre-puber leert ook weer heel anders dan een kind uit groep 6.”

Ze zegt ook: “Ik was zo’n ‘oude’ kleuterjuf, ik weet maar al te goed hoe dat toen op school ging. Van de basisschool mocht ik niets doen met cijfers en letters. Het waren gescheiden werelden. Die moeten we niet opnieuw creëren.”

Het idee om een link te leggen met de voorschool, spreekt haar ook niet aan, althans niet als een aparte opleiding waarin voorschool en kleuterschool tot één nieuw beroep opleiden. “De kennis over de aanpak op de peuterspeelzaal zit nog in een totaal andere fase.”

Aleid Beets-Kessens spreekt het idee van een aparte HBO-opgeleide specialist jonge kind wel aan, maar vooral omdat er op de pabo volgens haar domweg te weinig tijd is om studenten te leren wat ze moeten weten over het jonge kind. Zij geeft op Fontys Hogeschool opleidingen aan leerkrachten die zich willen verdiepen in onderwijs aan jonge risicokinderen. “Ik zie zoveel ‘handelingsverlegenheid’. Ze zeggen bijvoorbeeld: ik ben bang dat ik het verkeerd doe. Ik laat ze met blokken en kralenplanken spelen en dan zeg jij dat ik het makkelijker voor ze moet maken als ze het niet kunnen, maar hoe moet ik dat doen? Die leerkrachten hebben vaak al geen kennis van hoe ze het materiaal kunnen gebruiken. Ze kennen niet de theorieën van ontwikkelingsspychologie, pedagogiek, observeren en spel en spelen. Dat is zo jammer. Zeker als je bedenkt hoe ontzettend goed werk er is gedaan door pedagogen als Fröbel en Montessori. Daar weten ze niets van af.”

koesteren

“Ik ken directeuren”, zegt Aleid Beets, “die hun klossers koesteren, terwijl die vaak helemaal niet op de hoogte zijn van nieuwe inzichten. Of ik hoor ‘daar heb je er weer een’, alsof de kennis die wij zijn blijven ontwikkelen, er niet toe doet. Wij moesten indertijd een applicatiecursus volgen om bij te scholen voor het basisonderwijs, maar basisschoolleerkrachten hoefden niets bij te leren over het werken met kleuters.”

Henk Mulders, voorzitter van het College van Bestuur van de Hogeschool Edith Stein (uitsluitend pabo) in Hengelo, schreef mee aan het advies van de HBO-Raad. “Het was een duidelijke wens van minister Van der Hoeven om één bevoegdheid te behouden”, zegt hij. Maar ook de scholen zelf willen dat. “Zeker op het platteland zijn er scholen met misschien honderd leerlingen en vier leerkrachten. Die scholen willen leraren die breed inzetbaar zijn.”

“De differentiatie binnen de pabo was al in gang gezet, het advies van de HBO-Raad is juist bedoeld om dat nog veel scherper te maken”, zegt hij ook. “Met meer inhoudelijke verdieping, meer kennis over ontwikkelingspsychologie en didactiek voor die specifieke groep, de vier- tot achtjarigen.”

Een strikte scheiding van de opleidingen wil de HBO-Raad niet. Dat zou de oude situatie terugbrengen. “Kleuters hadden toen vaak grote aansluitingsproblemen, veel kinderen bleven zitten. Dat is daarna juist zo enorm verbeterd.”