Kijken naar hoofd, hart, talent

Søren Lerby (48) maakte naam als speler van Ajax en PSV. De oud-voetballer behartigt nu de belangen van Heitinga, Sneijder en Van der Vaart. „Een voetballer moet zijn eigen keus maken.”

Søren Lerby had het na twee seizoenen eigenlijk wel gezien bij Ajax. Zijn contract met de Amsterdamse voetbalclub was afgelopen en gedesillusioneerd keerde de linksbenige voetballer terug naar zijn ouders in Denemarken. Het einde van zijn profloopbaan leek al snel gekomen. Vader Lerby had zich nooit met de voetbalcarrière van zijn zoon bemoeid, maar nu vond hij het tijd om in te grijpen. „Søren je bent altijd met voetbal bezig geweest, geef het nog één kans”, stelde Lerby senior. De middenvelder kwam tot inkeer en keerde terug naar Nederland. Bij Ajax zou Lerby uitgroeien tot de leider van een ploeg waarmee hij vijf keer landskampioen werd.

De nu 48-jarige oud-voetballer moet lachen als zijn beginjaren in De Meer ter sprake komen. Ruim dertig jaar geleden werd de bikkelaar op zijn eerste werkdag samen met zijn landgenoot Frank Arnesen door trainer Rinus Michels in een blauwe Mercedes van het hotel naar het stadion gereden. De Generaal wees de voetballers vervolgens op buslijn 8 en tramlijn 9. „Nee, een zaakwaarnemer had ik niet”, stelt Lerby in de lobby van Hotel Jan Tabak in Bussum. „Begeleiding bestond in die tijd amper. Binnen het elftal speelde Ruud Krol wel een leidende rol. Maar je moest je vooral zelf staande zien te houden. Bij Ajax ben ik als voetballer zonder hulp van anderen volwassen geworden. Zo werkt het nu niet meer.”

Lerby is vandaag de dag directeur en eigenaar van Essel Sports Management. De oud-voetballer van Ajax, Bayern München, AS Monaco en PSV behartigt de belangen van onder anderen de internationals Rafael van der Vaart, John Heitinga en Wesley Sneijder. De laatste twee verdedigen morgen de kleuren van Ajax in het duel met tegen PSV. Lerby speelde de topper zowel in Amsterdamse als in Eindhovense dienst. „Het voetbal is zo sterk veranderd dat je het niet meer kan vergelijken met de tijd waarin ik speelde”, zegt Lerby. „Toen ik voetbalde volgden de camera’s alleen de bal. Dan deelde je in het begin van de wedstrijd een paar tikjes uit. Daarmee was de toon gezet. Dat kan nu niet meer. Als je een sliding maakt moet je al oppassen dat je niet een rode kaart krijgt. Alles wordt nu enorm uitvergroot. Dat komt voor een groot deel door de invloed van de televisie. De media volgen iedere beweging. Het publiek krijgt alles te zien. Daardoor worden spelers automatisch voorzichtiger en staan de scheidsrechters onder een grotere druk. Als er nu iets met een club of een voetballer gebeurt, is dat een week later nog steeds nieuws.”

De voorbije jaren maakte Lerby als zaakwaarnemer van Sneijder van nabij mee onder welke druk jeugdige voetballers kunnen komen te staan. Eind 2004 registreerden de televisiecamera’s feilloos hoe de voetballer uit Utrecht zijn middelvinger opstak naar trainer Ronald Koeman. Dit seizoen kwam Sneijder met een scheldpartij negatief in het nieuws. De woorden ‘blinde tyfushond’ leverden de middenvelder een rode kaart op van scheidsrechter Ruud Bossen. Lerby wil het gedrag van de voetbalprof niet goed praten, maar hij weet wel waar het vandaan komt. „Ik weet heel goed dat een bepaald temperament een voetballer naar hoogtepunten kan brengen, maar ook naar dieptepunten. Natuurlijk praat ik met Wesley over dit soort voorvallen. Maar nooit lang. Hij weet zelf wat goed is en wat fout is. Dat geval met die vinger was eigenlijk niet zo ernstig. Maar als die beelden steeds maar weer worden herhaald, lijkt het heel wat. Hij heeft daarop zijn excuses aangeboden. Wat er dit seizoen tegen Sparta gebeurde had ook met leeftijd te maken. In de weken voor dat duel kreeg Wesley steeds aanslagen op zijn benen te verwerken. Ook in de wedstrijd tegen PSV bijvoorbeeld. Tegen Sparta werd het hem net even iets te veel. Ik heb aan het begin van mijn loopbaan ook wel eens achter een scheidsrechter aangezeten. Naarmate je ouder wordt, leer je dat dat niets oplevert. Je kunt beter met ze gaan babbelen en ze gelijk geven. Dat soort dingen leert Wesley nu ook inzien. Het mooie van hem is dat hij helemaal niet met zijn imago bezig is. Hij voetbalt, meer niet. Dat siert hem.”

Lerby richtte zich na zijn actieve loopbaan vooral op een baan buiten de voetballerij. Nadat hij in 1989 gestopt was met voetballen zocht hij zijn heil in de vleesindustrie. „Ik had als voetballer altijd heel intens geleefd. En ik wilde heel graag laten zien dat ik ook wel iets anders kon. Een vriend van mij had een groot bedrijf dat werkte met het afval van varkens. Dat sprak me wel aan. Vijf jaar heb ik op commissiebasis gewerkt. Vanuit Nederland verkochten we varkensdarmen of koeienmagen aan bedrijven in Polen, voor het maken van worst. Ik heb dat heel leuk gevonden. Maar naarmate de tijd verstreek kwam de interesse in de voetballerij terug. Via Jesper Olsen (oud-speler van Ajax, red.) ben ik teruggekeerd in het voetbal. Hij hield zich bij Manchester United bezig met het begeleiden van voetballers. In Engeland liepen ze wat dat betreft ver voor op Nederland.”

Lerby probeert samen met zijn collega’s bij Essel Sports Management zijn spelers zoveel mogelijk zaken uit handen te nemen. „Vandaag de dag kunnen voetballers niet meer zonder professionele begeleiding. Ik heb er bewust voor gekozen om een full-service managementbureau op te zetten dat het hele pakket voor de sporters regelt. Zo zijn er mensen gespecialiseerd in financiële dienstverlening, zoals het afsluiten van verzekeringen of het beleggen van geld. Wij kunnen de hele financiële huishouding doen. Zelf hou ik me alleen bezig met voetbalzaken, want daar heb ik verstand van. Ik bemoei me wel met Rafael van der Vaart, maar anderen houden zich bij ons met zijn vrouw Sylvie Meis bezig.”

De voormalige international van Denemarken geniet ervan als hij Van der Vaart als leider van HSV ziet schitteren. „Ik ken Rafael al sinds zijn zestiende. Ik weet nog goed dat ik voor hem zijn eerste contract met Ajax afsloot. Daarin werd vastgelegd dat hij met het eerste elftal zou mogen meetrainen. Niet iedereen vond dat zo’n goed idee. Ze waren bang dat hij de schoppen van spelers als Jan van Halst niet zou overleven. Ik zie Rafael nog verbaasd kijken. ‘Van Halst? Die zie ik toch een uur van tevoren aankomen’, zei hij. Prachtig om te zien hoe ver hij nu is gekomen.”

Heitinga verlengde onlangs zijn contract met Ajax tot 2011. Sneijder en Van der Vaart worden de laatste maanden in verband gebracht met Europese topclubs als Barcelona en Bayern München. Lerby blijft even stoïcijns voor zich uit kijken als hem wordt gevraagd naar de toekomstplannen van ‘zijn’ spelers. Hij roert even in zijn kopje koffie. „Ik heb met Wesley afgesproken dat hij de komende tijd gewoon gaat voetballen. Hij heeft het naar zijn zin bij Ajax. Maar dat er naar hem wordt gekeken is niet zo gek. Hij heeft als middenvelder dertien doelpunten gemaakt. Ik denk dat hij zeker geschikt is voor de Europese top. Hij zal misschien niet alle kopduels winnen, maar hij heeft geleerd dat hij op het veld een andere oplossing moet zoeken. Ik kon zelf als speler het fysieke geweld aan. Sterker, daar moest ik het juist van hebben. Dat geldt ook wel een beetje voor Rafael. Nu het dit seizoen met HSV minder loopt moet hij harder werken. Van de Champions League naar degradatievoetbal. Dat verschil is groot, maar hij heeft het ongelooflijk naar zijn zin in Hamburg. Gelukkig is het degradatiegevaar even naar de achtergrond verdwenen, want Rafael is natuurlijk geen speler voor de tweede Bundesliga.”

Lerby werd in het verleden wel eens afgeschilderd als huismakelaar van Ajax. Jonge spelers als Robbert Schilder, Mitchell Donald en Vurnon Anita laten hun belangen ook behartigen door het bureau waarbij naast Lerby ook oud-Ajacied Sjaak Swart in dienst is. „Dat we veel met spelers van Ajax werken klopt”, zegt Lerby kalmpjes. „Maar wat is daar vreemd aan? Sjaak en ik hebben allebei bij Ajax gespeeld. Dan leer je mensen kennen. Ooit heeft een of ander blad geschreven dat we spelers zouden ronselen. Dat we ze een brommer in het vooruitzicht zouden hebben gesteld. Allemaal onzin. Wij gaan uit van kwaliteit. Bij ons bureau zijn zeventig voetballers verdeeld over bijna alle clubs aangesloten. We kijken naar drie dingen: hoofd, hart en talent. Als één van die aspecten ontbreekt, wordt het vaak een moeilijk verhaal. Vergeet niet dat jongens als Heitinga, Sneijder en Van der Vaart tevreden over ons zijn. Zij zijn natuurlijk wel voorbeelden voor anderen.”

De buitenwereld doet volgens Lerby onterecht nog wel eens geringschattend over voetbalmakelaars. „Onze manier van werken is allang niet meer weg te denken in de industrie. Voetballers hebben begeleiding nodig. En vergeet niet dat clubs blij zijn met professionele kantoren. Zakendoen in deze wereld is heel complex. Het is echt niet zo dat je als makelaar even naar Barcelona rijdt om een deal rond te maken. Daar gaat vaak een jarenlang traject van begeleiden aan vooraf. Clubs willen soms maar al te graag betalen om een goede speler vast te leggen. En wij doen graag mee aan een keurmerk voor voetbalmakelaars. Daarom is Essel vanaf het begin betrokken bij de oprichting van Pro Agent. De zogenaamde cowboys heb je in iedere branche. Die heb je in de autowereld en ook in de journalistiek. Er zijn toch ook journalisten die van één woord een groot verhaal maken?”

Lerby regelde tijdens de winterstop onder meer de overgang van de negentienjarige Jordy Brouwer van Ajax naar FC Liverpool. In niets lijkt de huidige voetbalwereld nog op die van dertig jaar geleden. Lerby: „Mijn ouders kregen heel veel kritiek te verwerken toen ze mij op jonge leeftijd van Denemarken naar Nederland lieten gaan. Voor mij was het een groot avontuur. Ik was op mijn vijftiende al met school gestopt. Ik had een opleiding gevolgd om drukker te worden. Ik had dus weinig te verliezen. Nu wijs ik de ouders van een jongen als Jordy Brouwer op alle moeilijkheden die hem te wachten kunnen staan. Maar je moet er vooral voor zorgen dat de voetballer zijn eigen keus maakt. Dat was dertig jaar geleden overigens net zo belangrijk. Ik ben blij dat ik naar mijn vader heb geluisterd en besloot terug te gaan naar Ajax.”