‘Karzai moet serieus met de Talibaan gaan praten’

De laatste ambassadeur van de Talibaan in Pakistan zat drie jaar in Guantánamo, en zit nu een huisarrest uit in Kabul. Hij vindt dat de Afghaanse regering met de Talibaan moet gaan praten.

In een onbestemde buitenwijk van Kabul, waar verharde wegen afwezig zijn en modder de straten bedekt, ligt het grote huis van mullah Abdul Salam Zaeef, de laatste ambassadeur in Pakistan van het in 2001 verdreven Talibaan-bewind. Onder huisarrest van „de Amerikanen” slijt de 39-jarige Zaeef er zijn dagen in anonimiteit. Vanuit het tochtige huis wil hij de internationale gemeenschap en de Afghaanse president Hamid Karzai graag een advies geven: „Erken de Talibaan als oppositie en garandeer dat ze vrij en onafhankelijk aan de onderhandelingstafel kunnen zitten. Dan pas kan er een oplossing komen voor Afghanistan.”

Zaeef – zwarte tulband, zwartgeverfde baard – ziet er nog net zo uit als in de nadagen van het Talibaan-regime. Als ambassadeur in Pakistan (sinds begin 2000) werd hij tijdens de door de VS geleide aanval op Afghanistan het bekendste gezicht van de Talibaan voor de westerse wereld. Talrijke persconferenties gaf hij in de tuin van de ambassade in Islamabad. Maar tegenwoordig praat hij alleen nog voor zichzelf. „Ik mag van de VS geen contact hebben met de Talibaan. Als ik dat wel doe, krijg ik problemen”, zegt hij.

Op 11 september 2005 werd hij door de VS ‘vrijgelaten’, na ruim drie jaar en acht maanden detentie in onder meer Guatánamo Bay.

Met zijn brilletje, redelijke beheersing van het Engels en universitaire achtergrond lijkt Zaeef enigszins af te wijken van het archetype van de conservatieve, laag opgeleide Talib – de Talibaan waren oorspronkelijk een beweging van koranstudenten op het platteland. Hoewel hij geen spreekbuis voor de Talibaan meer is verkondigt hij, zo blijkt tijdens het gesprek, nog altijd hun gedachtegoed. Een gevangenschap van drie jaar en acht maanden heeft daar geen verandering in gebracht.

Zaeef stond in 1992 aan de basis van het Talibaan-bewind. Hij is afkomstig uit het Panjwayi-district in Kandahar. Daar begonnen hij en andere mullahs met het helpen van slachtoffers van het aanhoudende geweld in Afghanistan. „Zo is destijds onze beweging ontstaan. De Talibaan waren populair omdat ze oorlogsslachtoffers steunden.” Afghanen hebben volgens Zaeef dan ook helemaal geen behoefte aan democratie („Dat is een westerse uitvinding”), maar willen gewoon leven volgens het islamitische recht. Vrouwen mogen wel werken en studeren, maar gescheiden van de mannen. Televisie, bioscopen en muziek vergiftigen de geest. En daarom mogen ook zijn zes zoons en drie dochters – hij heeft twee vrouwen – niet worden blootgesteld aan dat soort verleidingen.

Hij zegt: „De mogelijkheden van de Afghaanse regering raken uitgeput. Het land verloedert. Corruptie en werkloosheid nemen toe, terwijl de veiligheid steeds verder afneemt. Zij moet serieus met de Talibaan gaan praten.”

Vast staat, zo weet Zaeef, dat de Amerikanen niet met de Talibaan willen praten. De Talibaan vechten in zijn ogen voor onafhankelijkheid van het land, maar de VS hebben hen als terroristen gebrandmerkt. „En met terroristen kan je natuurlijk niet praten. Ondanks vijf jaar steun van het buitenland is de regering er niet in geslaagd vrede en stabiliteit te brengen en de Talibaan te verslaan. Hoe lang wil Karzai zo nog doorgaan? Hoe lang zullen de Afghanen dat accepteren?”

Maar zijn suggestie van het aangaan van onderhandelingen met de Talibaan is niet zo eenvoudig uitvoerbaar als wellicht lijkt. Karzai wordt door veel Afghanen gezien als een marionet van de regering-Bush. Hoe kan Karzai dan iets beloven? Hoe kan hij garanderen, mochten de Talibaan openstaan voor gesprekken, dat ze niet worden gearresteerd door de VS en afgevoerd naar Guantánamo? Za-eef „Waarom zouden de Talibaan Karzai en de VS vertrouwen?”

Zelf heeft Zaeef weinig goede herinneringen aan zijn tijd als gevangene van de VS. Op 2 januari 2002 arresteerde de Pakistaanse politie Zaeef in Islamabad. Die leverde hem uit aan de Amerikanen in Peshawar, de hoofdstad van de North-West Frontier Pronvincie die grenst aan Afghanistan. Hij zegt: ,,Ik kwam terecht in de gevangenis op de Amerikaanse legerbasis in Bagram in Afghanistan. Ik was geblinddoekt met mijn handen geboeid op mijn rug. Ze trokken mijn kleren uit, in de aanwezigheid van vrouwelijke soldaten en gooiden me in de sneeuw. Ze schopten en sloegen me, totdat ik uiteindelijk mijn bewustzijn verloor. Daarna hebben ze me een maand lang wakker gehouden in een cel. Ik mocht alleen zitten.”

Na een maand verhuisden de Amerikanen hem via Kandahar naar Guantánamo, waar hij tot 10 september 2005 zou zitten. Hij zegt: ,,Ik wil hier verder niet meer over praten, het is te pijnlijk. De VS hebben hun mond vol over mensenrechten, maar kijk hoe ze zelf daarmee omgaan. Afghanistan is beter af zonder de VS.”