Gooien, tellen, kwekken

Amerikaanse vrouwen spelen Bunco: de kunst van het helemaal niets hoeven te kunnen.

Je bent een succesvolle Amerikaanse vrouw: slim, hoogopgeleid, een leuk salaris. Dus wat doe je na je werk op een doordeweekse avond? Je reist een uur of langer naar de andere kant van de stad, of helemaal naar de suburbs, om een spelletje te spelen waarvoor je nu eens eindelijk niets, maar dan ook echt niets hoeft te kunnen: Bunco.

Voor een Buncogroep zijn ten minste twaalf spelers nodig, in groepjes van vier aan tafeltjes. Op iedere tafel liggen drie dobbelstenen. Om de beurt gooien, waar het om gaat is drie keer hetzelfde cijfer te werpen: Bunco! (Dit schreeuwen: ,,BUN-CO!”)

Iedere ronde een ander cijfer zien te gooien. Eerst drie enen, dan drie tweeën, dat is alles. ‘No strategy, no skill’, dat is het motto van Bunco.

Vliegensvlug Bunco spelen en oeverloos kwekken gaan moeiteloos samen. Dat verklaart vermoedelijk de populariteit onder Amerikaanse vrouwen. Hier spelen er 21 miljoen regelmatig Bunco, volgens een onderzoek van Procter & Gamble, dat ook niet als al te serieus moet worden genomen, want de firma was vorig jaar hoofdsponsor van het Wereld Bunco Kampioenschap in Las Vegas.

Maar inderdaad: Bunco is overal te vinden. In het ruime huis van desuburbmoeder. En in het luxueuze appartement van Jacki Bauer in Fairfax. Naast de kapitale ijskast hangt een foto van een rustiek kruidenrekje. Verder nauwelijks tekenen van huiselijk leven, totdat om acht uur zeventien andere leden van de Bunco-groep binnendraven.

Wendie, Millie, Katie, Gretchen, Sarah, Libby, Stephanie, Jamie, Liz, Meagan, Tricia, Tess, Rachael, Jennifer, Trish, Theresa en Catherine dragen allemaal dezelfde nette pantalons, de hooggehakte laarsjes en de wollen mantels van de hoofdstedelijke carrièrevrouw. Ze hebben zich via internet aangemeld. Even ploffen ze neer met hun meegebrachte snacks. Slagroomsoesjes. Chocolademousse. Oreokoekjes. Brownies. Toast. De onvermijdelijke veggie-dip.

Dan springen ze, snel iets in hun mond proppend, al weer op om in een kringetje naar een punt op de hagelwitte vloerbedekking te wijzen: ,,Omigosh!”

De rode wijnvlek van de vorige keer is verdwenen!

Hoe, hoe, hoe?

,,Bleek, meiden.”, zegt Jacki. ,,Gewoon bleek erop gesmeten.”

Mooi. Dan kunnen nu de flessen open.

Half negen. De intrigerende Wendie heeft nu vier keer de woorden ,,mijn ex-echtgenoot” gebruikt , terwijl ik doorvraag over haar baan. Ze leerden elkaar kennen op het Pentagon. Defensie is de grootste werkgever van Washington en omgeving. Zij zit op een afdeling die ,,militaire leiders uit het buitenland” begeleidt. ,,Van Noord-Afrika tot Bangladesh: ze krijgen met mij te maken”, zegt Wendie.

Wat zij met al die militaire bazen doet? ,,Wij leren ze strategische communicatievaardigheden, zoals we dat noemen”, grijnst Wendie. Maar nu wil ze weer over haar ex-man praten.

Negen uur. Tricia, die als financieel analist ook voor Defensie werkt, en Libby, jurist, diepen het afkorten van namen uit. Tricia heet eigenlijk Patricia en we mogen haar ,,desnoods” Trish noemen, ,,maar geen Pat, ik háát de Patty-versie.” Dat heb ik nou ook, zegt Libby, die eigenlijk Elizabeth heet en ,,liever dood dan een Beth” is.

Kwart over negen. De gesprekjes gaan nu echt nergens meer over, ze verdampen ter plekke.

Jacki zet jazzmuziek op. We zetten de tafels klaar. Bunco gaat om ontmoeten, zegt Jacki. Niet zozeer om beklijven. In Washington is vaak nauwelijks tijd om elkaar echt te leren kennen. Voor je het weet is je volledige vriendenkring verdwenen, is iedereen alweer verhuisd voor een volgende baan in een andere staat.

We beginnen. Gooien, tellen, gooien.

,,Gretchen krijgt een ring van haar vriend, seriously, hij gaat haar ten huwelijk vragen.”

Gooien, tellen, gooien: ,,One, one, three. Two ones.”

Gretchen vertelt aan een andere tafel over die bijna-verloofde – hij heeft haar nog niet gevraagd maar wel een voorvertoning van de ring gegeven.

,,Gretchen!”, roept Tricia uit. ,,Dat is zó fout!”

Gooien, tellen, gooien, tellen. Steeds van tafel wisselen. Tot tien uur. Dan is de wijn op.

,,De wijn is op!”, roept Jacki.

,,De wijn is op!” roept iedereen.

Gooien, tellen. ,,Five, five one. Two points.”

Een snelle laatste ronde en dan over naar de prijsuitreiking – ha gezellig, iedereen wint! Ik krijg een roze ei met smarties en een tube Onmiddellijke Eiland Gloed: ,,Een subtiele zelfbruinende crème voor een natuurlijk ogende teint”.

Onafhankelijkheid en intelligentie. Succes en geld. Hoe combineren Amerikaanse vrouwen dat toch zo moeiteloos met het gedrag van de bakvis? ,,Make it fun!”, had Jacki gezegd.

Dus niet zo Europees tobben nu, maar het ook eens proberen. Ik ga nog even aan de tafel met de roze dobbelstenen zitten om ook maar eens wat te kraaien. ,,Omigosh. These dices are só cute.” En niemand kijkt raar.