Fiscaal boetesysteem op de schop

De rechter ondermijnt het fiscale boetesysteem. Het ministerie van Financiën heeft daar nog geen antwoord op.

Wie iets fout doet krijgt straf; dat is geaccepteerd. U kunt niet worden bestraft voor fouten die u niet zelf hebt gemaakt. Dat is ook logisch. Althans als het gaat om bijvoorbeeld verkeersovertredingen, diefstal en brandstichting. Maar fiscalisten vinden het doodnormaal als de inspecteur u beboet voor fouten die uw belastingadviseur of uw eigen boekhouder op zijn geweten heeft; zelfs als u nergens weet van had.

Die boete kan net zo hoog zijn als de belastingaanslag. In de praktijk gaat het soms om honderdduizenden euro’s. Daar heeft de Hoge Raad in december in een verrassende uitspraak een eind aan gemaakt. Ook belastingbetalers kunnen alleen worden gestraft voor hun eigen wandaden; niet die van derden zoals hun accountant. Dat slaat een gat in het fiscale boetesysteem want de wet biedt de inspecteur geen mogelijkheden om zo’n knoeiende accountant zelf te beboeten.

Volgende week behandelt het parlemlent een wetswijziging die boetes mogelijk maakt voor een accountant of belastingadviseur die samen met zijn cliënt fraude pleegt. Ook na deze aanscherping staat de inspecteur met lege handen als een adviseur knoeit of erg slordig is (juridisch: grove schuld heeft). De fiscale wereld staat nog steeds perplex.

De verwarring is alleen maar groter geworden nu de rechtbank in Leeuwarden de lijn van de Hoge Raad onlangs consequent heeft doorgetrokken. De Hoge Raad beoordeelde de gevolgen van een onjuiste aangifte; een vergrijp. Bij de rechtbank ging het om een één maand te laat ingediende aangifte, een verzuim. Het betrokken bedrijf kreeg een boete van 5 procent van het te laat betaalde bedrag. Het probleem was overigens niet door een externe accountant veroorzaakt. De controller binnen het eigen bedrijf was een beetje laks geweest. De wet biedt geen mogelijkheid hem daarvoor te beboeten. De belastinginspecteur stelt dat de man in dienst is van het bedrijf zodat de fiscus het bedrijf de verzuimboete kan opleggen. Daar denkt de rechtbank anders over. Ook in dit geval wil de rechter alleen een schuldige beboeten. Het bedrijf (een bv) is een rechtspersoon. Die kan geen schuld hebben, dus de schuld moet liggen bij de directeur, in dit geval ook de enig aandeelhouder. De rechter ging na of hem iets verweten kan worden. Dat is niet het geval. De directeur wist van niets en had de zaken administratief goed geregeld.

De controller was deskundig genoeg om zelfstandig belastingaangiften te doen. Het betrof overigens een futiel verzuim dat de controller op eigen initiatief herstelde. Bij afwezigheid van elke schuld van de directeur kan het bedrijf niets worden verweten, zo concludeert de Leeuwarder belastingrechter Van der Wal. Met het schrappen van de boete zet de rechter de situatie op scherp. Bedrijf, directeur en controller kunnen niet worden beboet.

Tussen zo’n vonnis van één lagere belastingrechter en het uiteindelijke oordeel van de Hoge Raad zit soms vijf jaar. Het kan dus lang onzeker zijn of honderdduizenden verzuimboetes die de fiscus jaarlijks oplegt, rechtsgeldig zijn. Dr. van der Wal (42) promoveerde anderhalf jaar geleden. In zijn proefschrift kritiseerde hij hetzelfde boetestelsel dat hij nu als rechter onderuithaalt. Als zijn uitspraak standhoudt, heeft de staatssecretaris van Financiën een op korte termijn onoplosbaar probleem.

Aertjan Grotenhuis