En niemand zag de aap

Leren doe je vooral van je fouten, leerden vwo’ers van hersenprof Maarten Frens. Hij ging terug naar school om over zijn vak te vertellen.Jacqueline Kuijpers

“Heeft iemand enig idee waarom wij hersenen hebben?” In de collegezaal van het Camphusianum Gymnasium in Gorinchem klinkt besmuikt gelach als Maarten Frens deze vraag de zaal in slingert. Maar de zesdeklassers zijn goed voorbereid op het gastcollege dat deze systeemfysioloog vandaag geeft. “Om je lichaam te besturen”, wordt geantwoord. “Om reflexen te verwerken” en “om te denken”.

De afgelopen week was het Brain Awareness Week, een internationaal evenement dat dit jaar voor het eerst ook in Nederland op grote schaal aandacht kreeg. De belangrijkste activiteit deze week was de terugkeer van zo’n tachtig ‘hersenprofs’ naar de schoolbanken. In heel Nederland ontvingen havo/vwo scholen deze week een neurowetenschapper die kwam vertellen over zijn vak.

Maarten Frens, hoogleraar systeemfysiologie – “dat is iemand die met een ingenieursblik naar de hersenen kijkt”, zegt hij later tegen de leerlingen – aan het Erasmus MC in Rotterdam is actief in het bestuur van de Neurofederatie die de week organiseert. “De belangrijkste achtergrond van de Brain Awareness Week is dat wij uit onze ivoren onderzoekstorens komen en het publiek laten zien hoe belangrijk hersenen zijn en hoeveel onderzoek er op dit vlak plaatsvindt.” Want mensen weten verrassend weinig van het hoe en waarom van de hersenen, valt Frens keer op keer op. “Je kunt je afvragen of dat erg is, want iedereen functioneert. Maar het zou leuk zijn als wij iets van onze fascinatie kunnen overbrengen voor dat ingewikkelde apparaat dat met zulke simpele knoppen zoveel taken tegelijk kan verrichten.”

De belangrijkste boodschap die Frens voor het voetlicht wil brengen is dat het grootste deel van de hersenen gebruikt wordt om de mens te laten bewegen – 80 procent van alle zenuwcellen bevinden zich in het cerebellum, dat verantwoordelijk is voor de aansturing van de motoriek. En dat, in tegenstelling tot wat mensen denken, zaken als ‘bewustzijn’, ‘zintuigen’ en ‘voelen’ maar relatieve bijzaken zijn. Frens begint met een inleiding in de anatomie van de hersenen, de werking van zenuwcellen en een uitleg van hoe het leerproces er in de hersenen uitziet. Leren blijk je vooral te doen van je fouten, want iedere cel die een ‘foute’ boodschap afgeeft wordt kleiner en dus minder belangrijk in het doorgeven van informatie. Daarna laat Frens vier foto’s zien met de vraag wie van de geportretteerden het beste zou kunnen leren: Balkenende, een zeeslak, Einstein of de tennisster Anna Kournikova. De meeste stemmen gaan op voor Einstein. Fout, zo blijkt aan het einde van het college, dat moet Kournikova zijn: want zij is het beste in motorisch leren.

Het onderdeel van het college dat de meeste hilariteit veroorzaakt is een mini-experimentje dat Frens uitvoert. Hij verdeelt de circa 35 scholieren in twee groepen en geeft beide groepen een opdracht bij een filmpje van een groepje basketballende jongeren. De ene groep moet tellen hoe vaak het witte team de bal overspeelt en de andere groep hoe vaak de bal stuitert. Na afloop worden er fanatiek antwoorden geroepen. Maarten Frens lacht eens, knikt en zegt dan: “En wie van jullie heeft de gorilla gezien die dwars door het beeld liep?” Een enkeling steekt gniffelend zijn hand op, maar de overgrote meerderheid heeft de aap niet gezien. Terwijl, zo zien we in de herhaling, die toch uitgebreid in beeld is als hij langzaam van rechts naar links door het blikveld wandelt.

Maarten Frens: “Dit toont aan dat je normaliter maar één ding heel geconcentreerd kan doen. Daarom zijn getuigenverklaringen ook notoir onbetrouwbaar.”

Tijdens de kleine twee uur dat het college duurt gapen sommigen eens of leggen een poosje hun hoofd te rusten op hun tas die ze op hun tafeltje voor zich hebben gelegd. Maar de meeste leerlingen houden hun aandacht erbij. “Het was erg leuk”, zegt Annemarie Schouten (17). “De stof sloot heel goed aan bij wat wij hebben behandeld en hij kan het heel helder brengen.”

Dat vinden Barbara van Straaten (17) en Tim Frieke (17) ook. “Ik had nog nooit een hersenprof ontmoet, dus in die zin is de missie van de Brain Awareness Week geslaagd”, zegt Barbara.

Tim is wat kritischer. “Ik vond het wel veel herhaling van wat we al wisten. Ik had liever meer gehoord over zijn werk, het onderzoek dat ze doen en hoe ze dat dan doen. Ik had ook verwacht dat hij meer reclame zou maken voor zijn universiteit.” Annemarie knikt. “Nu weten we niet eens wat we moeten studeren om van hem college te krijgen!”

www.brainawarenessweek.nl