‘Een goede moslim durft zelf te denken’

De in Nederland wonende Marokkaanse schrijver Fouad Laroui ergert zich aan de onwetendheid over de islam onder autochtonen én allochtonen. „Als één religie zich leent voor individualisering van het geloof, dan is het de islam.”

De Marokkaanse wetenschapper Fouad Laroui (46) behoort hij tot de kleine kring van intellectuelen die stelling nemen tegen radicale en strikt conservatieve moslims. Hij is schrijver van het boek Over het Islamisme, een persoonlijke weerlegging (2006). Het is een bevlogen pleidooi voor de islam als een individualistisch en tolerant geloof en tegen het islamisme (het totalitaire fundamentalisme). Aan de hand van moslimdenkers als Averroës, de Moorse wijsgeer uit het Córdoba van de twaalfde eeuw, verdedigt Laroui een verlichte islam.

Doelwit van zijn boek zijn vooral de alwetende imams die zich in blinde geloofsijver met zoiets bezighouden als de vraag of de verstoting van de vrouw via een sms’je kan. Twijfel en gezond verstand zijn volgens Laroui geenszins in tegenspraak met de islam en de Koran. En waar dit wel het geval is moet de moslim kiezen voor de wetenschap en de feiten.

Laroui groeide op in het zuidelijke kustplaatsje Essaouira en studeerde in de metropool Casablanca. Als econoom kwam hij in 1990 naar Nederland, werkte vervolgens als economisch onderzoeker van 1995 tot 1998 aan de universiteiten van Cambridge en York, en kwam terug naar Amsterdam om milieukunde te doceren aan de Vrije Universiteit en vervolgens Franse literatuur en Arabische cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schreef ook verschillende romans en novellen.

Had u dit boek ook geschreven als u in Frankrijk was blijven wonen?

„Waarschijnlijk niet. Het debat in Nederland schokte mij door de onwetendheid van de deelnemers. Allochtonen, in het bijzonder Marokkanen, profileerden zich als vertegenwoordigers van de islam. Maar het beeld dat ze van de islam gaven was mager en pover. Je hoorde nooit iets over de bloeiperiode van de islam in Bagdad, over wijsgeren als Averroës. Het ging over hoofddoekjes en wat voor kleding de vrouwen moesten dragen. Dat ergerde me.

„Veel autochtone Nederlanders met de beste bedoelingen ter wereld kregen zo het beeld van een achterlijke religie. Met het debat wilde ik me niet bemoeien, maar ik vond het, om een groot woord te gebruiken, mijn burgerplicht om een boek te schrijven voor autochtonen èn voor allochtonen van de tweede en derde generatie. Met het idee: wat jullie horen heeft niets te maken met de islam, maar met het islamisme.”

U heeft uw boek geschreven voor tweede generatie jongeren die hetzelfde pad op dreigen te gaan als Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. Maar is uw boek met al zijn verwijzingen naar de filosofie en de wetenschap wel toegankelijk voor deze groep?

„Het is waar dat veel Marokkanen van de tweede generatie geen enkele studie hebben gevolgd. Veel jongeren hebben dogmatische denkbeelden, ingeprent door een imam of het internet. Ik denk dat je die jongeren beter bereikt via een leraar die mijn boek uitlegt en in een context plaatst. Het biedt veel praktische details om tegengas te geven tegen het fundamentalisme. Neem de steniging van de overspelige vrouw. Steniging wordt vaak als voorbeeld genomen om te bewijzen dat de moraal van het christendom niet te vergelijken is met die van de islam. Maar het punt is dat steniging nergens in de Koran voorkomt. Het is van later, het is toegevoegd via de hadith (de uitleg van de koran, red.). Dat moet je die jongens en meisjes duidelijk maken. Mijn advies aan hen is hetzelfde als het antwoord van de filosoof Kant op de vraag wat de Verlichting nu eigenlijk is: durf zelf te denken.

„Mijn boek is gericht tegen het fundamentalisme. En het totalitarisme dat daarmee samenhangt: dat je alle details van het dagelijkse leven moet rechtvaardigen met het geloof. Ik vestig daarbij de aandacht op een religie die ik het beste ken. Maar het fundamentalisme van de Bible-belt in de Verenigde Staten of van de ultra-orthodoxe joden is net zo gevaarlijk. Het verschil is dat het in het christen- en jodendom toch om een minderheid gaat. Het fundamentalisme in de islam dreigt een meerderheid te worden.”

U verdedigt een islam die is gebaseerd op de rede en die heeft bijgedragen aan het verlichtingsdenken. Veel mensen denken dat die islam niet kan hebben bestaan.

„De grote denker van de verlichting Voltaire, bepaald geen vriend van religie, heeft gezegd dat hij gecharmeerd was van het rationalisme van de islam. Mohammed verricht geen wonderen, geneest geen leprozen en maakt blinden niet ziend. En zijn boodschap is simpel: er is maar een God en die moet geëerd worden. Je moet je goed gedragen en daarmee basta. Goethe zegt dit: ‘Als je kijkt naar de kern van de boodschap van de islam, zijn we allemaal moslim’. Veel militante moslims zeggen nu dat het westen zich altijd tegen hen heeft gekeerd. Dat is niet waar, er waren veel Europeanen die de islam zo slecht nog niet vonden. Ze vonden de godsdienst humaan en rationeel. Tijdens het begin van de islam onder de Abassieden in Bagdad in de achtste eeuw werd de islam tot staatsreligie verklaard. De eerste kaliefen hanteerden de doctrine: wat er staat geschreven is mooi, maar is meestal allegorisch van aard. Je kon je daarom nooit beroepen op het geschrevene. Om problemen op te lossen moest je je verstand gebruiken.

„Driehonderd jaar later in Andalusië heeft Ibn Roshd, zijn naam is later verbasterd tot Averroës, een fatwa geschreven onder de titel ‘De beslissende Verhandeling’. Een klein boek dat bijzonder interessant is als advies van de onbetwiste religieuze autoriteit van Cordoba. De vraag die hij stelt was of je als moslim filosofie als wetenschap mag studeren. Het antwoord, gebaseerd op de Koran: niet alleen mag je dat, je moet het zelfs, als goed moslim. Punt twee is nog revolutionairder. Als je constateert dat er een tegenstelling bestaat tussen filosofie en wetenschap enerzijds en de koran anderzijds, dan moet je kiezen voor de filosofie, voor de wetenschap en de rede. Want het is God die je je hersens heeft gegeven. En God kan zichzelf niet tegenspreken. Het boek kun je altijd interpreteren, de wetenschap niet.

„Jammer genoeg hebben de vijanden van Averroës en de aanhangers van het dogmatisme gewonnen. Voor hen staat alle waarheid in het boek. Letterlijk. Averroës werd verbannen, zijn werk verbrand. Dat betekende het einde van de filosofie in de moslimwereld. Alleen Ibn Khaldoun (1332-1406), het genie dat in zijn eentje de basis heeft gelegd voor de sociologie, wist de deur naar de Verlichting nog even open te houden. De huidige generatie moslims weet niets van dit alles. Ze gebruiken wel de naam van Averroës of Ibn Khaldoun, om hun trots te voeden, maar ze hebben geen flauw benul waar beiden voor staan. Het zou ze waarschijnlijk verbazen.”

Het fundamentalisme is de facto al aan de macht?

„Het heeft zeker de macht als het gaat om de ideeën. De wrange ironie in het Midden-Oosten is dat er regimes zijn die zo bang zijn voor het fundamentalisme dat zij zelf alvast het werk voor ze opknappen. Zoals het verbod van Nichane, het Marokkaanse weekblad, omdat in het decembernummer een paar grappen over religie stonden. En de minister van cultuur in Egypte moest vorig jaar opstappen omdat hij in een debat tussen neus en lippen door had gezegd dat de hoofddoek eigenlijk een symbool is voor de onderdrukking van de vrouw. Terwijl hij lid is van een seculiere regering in een seculier land!

„Mijn boek kan ook helemaal niet verschijnen in het Arabisch. In geen enkel Arabisch land. In Marokko heb ik het niet eens geprobeerd, ik maak me geen illusies. In het Frans is het overigens wel verkrijgbaar in Marokko.”

U verdedigt het geloof als een strikt individuele zaak. Bent u niet bang dat veel gelovigen het bewust niet zo willen zien?

„Waar het om gaat is dat moslims het verschil tussen geloof, godsdienst, ritueel en gedragsleer niet kennen. Ze denken dat je echt moet doen wat een imam zegt, anders kom je in de hel. Ik probeer duidelijk te maken dat je je eigen geloof tegenover dogma’s moet zetten. Dat is volgens mij de enige oplossing om binnen en buiten Europa fricties en oorlogen te vermijden. Als één religie zich leent voor individualisering van het geloof, dan is het wel de islam. Een moslim is fundamenteel onkerkelijk, domweg omdat er geen kerk is. Er staat niemand tussen hem en God. Elke moslim is zijn eigen bisschop. Maar daarvoor moet je wel de islam goed kennen.”

Islamisme is volgens u een vorm van blasfemie is.

„Islamisten hoor je altijd zeggen dat God over alles een mening heeft en ze hebben dan ook altijd antwoorden op de meest uiteenlopende vragen. In mijn boek geef ik het voorbeeld van de vraag aan een imam of je je vrouw mag verstoten per sms. Dat veronderstelt dus dat God zit te kijken naar alle sms’jes en beoordeelt of die al dan niet door de beugel kunnen. Wat heeft dat in godsnaam met God te maken? Dat je denkt dat God zich hiermee bezighoudt is de grootste blasfemie die er is. En de islamisten doen dat dus de hele dag door.”

U geeft een reeks van dit soort vragen die door de televisie-imam van de Arabische zender Al Jazeera worden behandeld.

„Op Al Jazeera valt het nog wel mee, omdat de imam Al-Quaradawi daar maar een of twee uur per week verschijnt. Maar er zijn tientallen Arabische satellietzenders die vierentwintig uur per dag over de islam gaan. Wat ik de televisie-imams kwalijk neem, is het totalitarisme. Dat zo’n man ergens in een studio beweert dat hij antwoord heeft op alle vragen. Ze gedragen zich als paus van de moslims. Dat is natuurlijk een contradictio in terminus, want een dergelijke hiërarchische autoriteit kent de islam niet. Laatst was er een man die zei dat hij graag wilde dat zijn vrouw een blonde pruik droeg als ze lagen te vrijen. Mocht dat van God? Als ik de imam was, zou ik zeggen: wat heeft dat met God te maken? Maar die imam gaat daar serieus op in.”

De opkomst van de imams lijkt hand in hand te gaan met de groeiende macht van de conservatiefste stromingen binnen de soennitische islam, zoals het wahabisme uit Saoedi-Arabië.

De opkomst van het wahabisme is te verklaren met twee woorden: geld en olie. De Saoedi’s steken miljarden in dawa, de verplichting om je medemens te bekeren tot het ware geloof. Massaal financieren ze de bouw van moskeeën. En de betaler beslist. Dus wordt daar het wahabisme gepredikt, een stroming die weinig te maken heeft met de islam zoals die bijvoorbeeld in Marokko wordt beleden.

„De eerste generatie Marokkaanse Berbers die naar Nederland kwam, was grotendeels analfabeet. Hun kinderen hebben meestal maar weinig affiniteit met de Arabische taal. Als ze omstreeks hun zestiende naar een identiteit gaan zoeken, ontstaat er een probleem: een deel van hen vindt die in de islam en blaast dat facet enorm op. Die goedgebekte imams uit het wahabitische kamp overdonderen hen met hun perfecte klassieke Arabisch. Maar omdat ze zelf de bronnen niet kunnen raadplegen, krijgen ze geen duidelijk beeld van de islam. Ze maken een denkfout die je aantreft bij alle religies: hoe strenger, hoe dichter bij de waarheid.”

Bij het zoeken naar oplossingen voor sociale problemen onder allochtonen bestaat de neiging om religieuze autoriteiten te raadplegen, in plaats van seculiere moslims. Wat vindt u van deze aanpak?

„Persoonlijk ben ik geen voorstander van religieuze uitingen in het openbare leven. Religie is een persoonlijke zaak. Als je God serieus neemt, dan praat je daar niet over in de kroeg of op televisie bij Paul de Leeuw. Ze hebben bij de Erasmus Universiteit in Rotterdam nu een hoogleraar aangesteld (Tariq Ramadan, red.) die over God komt praten, terwijl je juist hoogleraren moet hebben die religie als onderwerp van wetenschappelijke studie nemen, vanuit antropologisch of sociologisch standpunt. Waar ben je mee bezig als je op een universiteit iemand binnenhaalt die eigenlijk een propagandist van een religie is?”

De tweede generatie jongeren wordt in Nederland nog steeds als ‘Marokkanen’ aangesproken. Maar ze hebben weinig meer te maken met hun leeftijdgenoten in Marokko. Zijn ze niet vooral Nederlands?

„Wat mij opvalt is dat sommigen hun identiteit zoeken in het benadrukken van de islam. Ze staren zich blind op een islam die ze op internet vinden.

„In Marokko zelf heb je veel jongeren die er een probleem van maken dat er nog steeds een grote invloed uitgaat van Franse ideeën uit de tijd van het protectoraat. De islamisten zien dat niet als een verrijking of een opening naar de wereld, maar als een verwatering van de identiteit. Ze willen krampachtig terug naar wat ze denken dat hun identiteit is. Dat neemt de belachelijkste vormen aan. Zo willen ze kleren van vroeger dragen. Voor je het weet dragen ze Afghaanse kleren die niets met Marokko te maken hebben. Het is een nep-identiteit. Ik zie hier in Amsterdam af en toe iemand met een lange baard en in onhandige Afghaanse kleren op een fiets zitten.”

De boodschap van uw boek zou je kunnen samenvatten als: wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet?

„Het is een zin die letterlijk in de Koran staat. Maar ook letterlijk in het verhaal van de Jeruzalemse rabbijn Hillel. Een man vroeg hem de Thora samen te vatten, staande op één been, en Hillel gaf het antwoord: „doe niet aan anderen wat gij niet wilt dat aan uzelf wordt aangedaan”. De kern van de moraal hoef je dus niet op de Olympus of bij God te zoeken. Alle religies en alle seculiere filosofieën komen daarin verrassend overeen.”

Uw boek spreekt de hoop uit dat de zaken kunnen verbeteren, maar tussen de regels door klinkt een zekere wanhoop.

„Natuurlijk. Het is moeilijk een genuanceerde boodschap te hebben, tegenover hen die moord en brand schreeuwen. Veel mensen horen liever een duidelijk en dogmatisch discours. Maar was het niet Willem de Zwijger die zei: ‘Point n’est besoin d’espérer pour entreprendre, ni de réussir pour persévérer’ (Het is niet nodig te hopen om te ondernemen, noch te slagen om vol te houden, red.). Dat heb ik in Marokko op school geleerd. Ik wist toen niet eens dat hij uit Nederland kwam.”

Faoud Laroui: Over het Islamisme, een persoonlijke weerlegging (Uitgeverij De Geus).

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel ‘Een goede moslim durft zelf te denken’ (17 maart, pagina 41) wordt de hadith verklaard als: uitleg van de koran. Dit is onjuist. De hadith is een verzameling overgeleverde verhalen over leven en werk van de profeet en in die zin een aanvulling op de Koran.