Donald Duck versus Tocqueville

Checkpoints bepalen het gezicht van de Amerikaanse vlieghavens. Onlangs was ik voor de eerste keer in Amerika. Inderdaad ging er van alles door mijn hoofd. Dood aan Amerika, hoorde ik mezelf zeggen. In Houston moest ik overstappen. Daar stond ik op Amerikaanse bodem. Ik had een raar gevoel. Ik wist zo veel over de VS, en ik had zo veel Amerikanen gesproken in mijn leven, maar ik had nooit de behoefte gehad om ernaartoe te gaan. Waarom eigenlijk? Wilde ik niet in het land komen dat mijn generatie tot vijand had verklaard? Schaamte of trots?

In gedachten verzonken ging ik naar een checkpoint. Overal stonden de geüniformeerde agenten van de Homeland Security. Ineens moest ik aan Geert Wilders denken, omdat ik in Houston zijn sms had kunnen lezen. Het was zaterdag en in deze krant stond mijn column. Wilders had geschreven: „Ik heb hard om je column moeten lachen, wat een onzin! Het ga je goed. Groet!”

Terwijl ik naar Homeland Securtiy mensen keek, begon ik hard te lachen. Jammer dat Geert niet hier is. Want daar waren alleen maar twee blonde agenten. De rest, dus 98 procent waren latino’s, Chinezen en ook andere volkeren.

Over staatssecretaris Albayrak had Wilders gezegd dat je de slager (Albayrak, verantwoordelijk voor vreemdelingenzaken) zijn eigen vlees (de vreemdelingen) niet moet laten keuren. Dat doen de Amerikanen dus wel. De grenzen worden bewaakt door de nieuwe Amerikanen. Omdat kennelijk de Amerikanen ervan uitgaan, dat juist degenen die bewust voor de VS hebben gekozen, beter in staat zijn de grenzen van hun geliefde, nieuwe vaderland te verdedigen. Ik hoop echter dat Wilders, na het lezen van dit stuk, in plaats van in bad Donald Duck te gaan lezen (wat ik uit zijn nabije omgeving heb gehoord), Democray in Amerika van Alexis de Tocqueville gaat lezen. Want het zijn de Arabische sjeiks die in bad Donald Duck lezen.

Aan deze conversatie met Geert kwam een eind, toen een agent van Homeland Security bij het checkpoint – in de geest van Geert Wilders – vroeg of ik nog een Iraans paspoort bezit. Mijn stellige antwoord was: nee. Toch had ik zo’n gevoel – wat alleen de ex-onderduikers hebben – dat de agent ergens op een knopje had gedrukt. En jawel, een paar meter verderop kwam de volgende latino naar mij toe. Hij begon mijn paspoort te bestuderen en stelde drie belangrijke vragen: Hebt u ooit een Iraans paspoort gehad? Wanneer was u voor de laatste keer in Iran? En sinds wanneer bent u een Nederlander?

Trots begon ik met de laatste vraag.

Ik mocht verder. En weer had ik het gevoel dat het nog niet voorbij was. Bij het volgende checkpoint kwam een kleine Chinese agent naar mij toe. We moesten samen naar een nog grotere checkpoint gaan. Hij sprak zoals veel Chinezen door zijn neus. Hij vroeg naar mijn werk in Nederland en naar de reden van mijn verblijf in de VS. Ik was daar op uitnodiging van Secular Islam Summit. Hij keek mij enigszins geschrokken aan en vroeg een en ander over dit symposium. Zijn Engels was nog slechter dan dat van mij. Dat gaf wel enige opluchting.

Bij het doorzoeken van mijn spullen trof hij mijn tweetalige gedichtenbundel aan. „O, naast wetenschapper bent u ook een dichter”, zei de Chinees met een oprecht vriendelijke glimlach.

Hij verdween en dertig minuten later was hij terug. We moesten naar een andere afdeling. Weer moest ik wachten. Toen was ik het zat en ging ik de ruimte binnen waar heel veel van die agenten stonden. Ik vroeg aan de Chinees: wat is precies het probleem? Iran behoort misschien tot terrorist nations, maar ik niet. Tegelijkertijd stelde ik voor om de Amerikaanse ambassade in Den Haag te gaan bellen. Maar dan hebben we een rel.

Uiteindelijk kwam hun leidinggevende. Hij verontschuldigde zich voor de ontstane situatie. Met klem zei hij ‘welkom in Amerika’. Ter compensatie werd ik zonder verdere controle bij het volgende checkpoint naar de transitruimte gebracht.

Het waren dus allemaal immigranten die streng de Amerikaanse grenzen bewaken.

De Amerikaanse veiligheidsmaatregelen kan ik ook begrijpen. Er lopen wel duizenden rond die graag een aanslag willen plegen in de VS.

In Florida vertelde ik dit verhaal in gezelschap van een aantal (nogal) belangrijke Amerikanen. Toen ze het happy end hadden gehoord, zei een van die toehoorders: „Ik ben zo opgelucht dat u als vriend van ons land niet respectloos wordt behandeld.”

Vriend? Ja, ik ben een vriend. Maar hoe is de vijandschap beëindigd? Wie heeft tussen ons bemiddeld? De denkers Arendt, Tocqueville en vele anderen. Hoe komen de Amerikanen aan het onuitputtelijk vermogen zich te kunnen verzoenen met de vijanden die niet langer vijanden zijn?

Op het vliegveld kwam ik midden in de koude oorlog tussen de VS en Iran terecht. Deze hebben we te danken aan het islamitische Iran zelf. Maar één ding staat vast: op deze manier van controleren vind je geen Iraanse agenten op Amerikaanse vliegvelden. Velen van hen hebben al een Amerikaans paspoort. De bureaucratische grensbeveiligingen leidt tot schijnveiligheid.

En het dubbele paspoort? Het bezit daarvan is in de VS niet vanzelfsprekend als iemand op federaal niveau wil werken. Een Turkse Amerikaanse vertelde mij dat als Albayrak in de VS minister zou zijn, dan was het onmogelijk om met een dubbel paspoort te zwaaien. Alle andere Amerikanen die ik gesproken had, vonden het heel goed dat de moslims minister kunnen worden. Maar ze begrijpen het niet waarom ze twee paspoorten moeten hebben. Dit heeft ook alles te maken met patriottistische uitingen en symbolen. Wat de omgang met migranten betreft kunnen we nog veel leren van Amerika.