De Mak-reflex: je zou bijna moslim worden

Joost Zwagerman herleest Geert Maks pamflet en wordt getroffen door een passage over een lelijke kerstboom op de Dam

‘Lof der zotheid’ is het thema van deze Boekenweek, en het boekenweekgeschenk is dit jaar van Geert Mak. Zotheid en geschiedschrijving, dat is een opmerkelijke combinatie. Geert Mak is een historicus die meestal een opgeruimde indruk maakt, maar een lachebekje is het niet. In zijn boeken maakt hij zelden of nooit een grap. Dat mogen we misschien ook niet van hem verwachten, een boek van een historicus dat je grinnikend zit te lezen.

Geert Maks minst lollige publikatie is tevens de minst milde. Het is het veelbesproken pamflet uit 2005, Gedoemd tot kwetsbaarheid, over de staat van onttakeling waar Nederland in verkeerde na de moord op Theo van Gogh.

Eén passage uit Gedoemd tot kwetsbaarheid had bij een ander een grap kunnen zijn. Mak memoreert een wandeling door het centrum van Amsterdam. Hij passeert de Dam. Het is kersttijd, en traditiegetrouw staat op de Dam een grote kerstboom. Om die boom was een reusachtig spandoek gewikkeld met reclame voor een commerciële radiozender: een reclameboom. Mak zag er een symbool in van de verkwanseling van oude waarden. Dit is wat hij schreef – en let op de laatste zin: ‘Ik stond er een poosje naar te kijken (naar de verloederde boom, JZ). De leegte walmde je tegemoet. De bestuurlijke leegte, waarvan deze verkwanseling van de publieke ruimte de zoveelste uiting was. Maar ook de leegte aan cultuur, traditie, innerlijke waarde. Het volkomen gebrek aan trots. Je zou bijna moslim worden.’

Ik probeer het te begrijpen. Er staat een lelijke kerstboom op de Dam, Mak ergert zich eraan en zou bijna moslim worden. Waarom? Hebben moslims rond de kerst mooiere kerstbomen in huis dan christenen en atheïsten? Of bezitten volgens Mak moslims precies die trots, tradities en innerlijke waarden waar het Nederland aan ontbreekt? Of is het nog anders en zijn de innerlijke waarden van moslims sowieso rijker, weelderiger en inspirerender dan die van niet-moslims? En dan: wanneer ben of word je moslim? Ik dacht altijd: als je aan Allah gelooft en als de Koran voor jou het Heilige Boek is. Volgens Mak is het anders. Iemand wordt (bijna) moslim als hij of zij overal buiten de islam een innerlijke leegte en een gebrek aan trots ontwaart.

Indirect geeft Geert Mak een stigmatiserende typologie van ‘de Nederlanse moslim’. Niet-islamitische Nederlanders verspreiden een walmende leegte en gebrek aan traditie. Tegenover die leegte positioneert zich dan de moslim. Laat Geert Wilders dit maar niet horen; zonder moeite kan hij Maks Gedoemd tot kwetsbaarheid ter hand nemen en de bewuste passage laten gelden als een vingerwijzing naar de ‘tegenstrijdige loyaliteiten’ die hij onder Nederlandse moslims meent te bespeuren omdat ze een document bezitten dat ze niet kunnen en mogen inleveren.

De ironie wil dat het dankzij diezelfde Geert Wilders is dat bijna twee jaar na dato Maks verzuchting alsnog navoelbaar is. Die verzuchting was misschien een onwillekeurige reflex. Ik wil er graag een naam aan geven: de Mak-reflex.

Van kamerlid Geert Wilders mag het kamerlid Khadija Arib niets doen of zeggen dat een binding met haar moederland suggereert. Wat heeft zij misdaan? Arib, in bezit van Nederlands paspoort, had niet het Marokkaanse paspoort ingeleverd dat zij krachtens de Marokkaanse wetgeving niet kán inleveren.

Misschien strekt het tot aanbeveling de cv van Khadija Arib eens onder de aandacht te brengen. Zij voltooide de sociale academie, studeerde daarna sociologie, was beleidsmedewerker onderwijs- en jeugdzaken bij de gemeente Amsterdam. Zij was ook enkele jaren verbonden aan Erasmus Universiteit. Vrijwilligerswerk deed en doet ze ook. Zo was ze aantal jaar onbezoldigd lid van een adviescommissie voor mantelzorg.

En nu fungeerde Kadijah Arib voor Geert Wilders, op wiens cv geen mantelzorg of ander nobel vrijwilligerswerk te vinden is, als het dubbel bepaspoorte Barbertje dat moest hangen. Voeg bij Wilders’ eis tot beroepsverbod van mensen met een dubbel paspoort deze uitspraak: „Als moslims in dit land blijven wonen, dan moeten zij de helft van de bladzijden uit de Koran scheuren.” Het hoge woord is eruit. Want wat wil Wilders van moslims in Nederland? Geen grondwettelijke binding met het land van herkomst, een verbod op het bouwen van moskeeën, plus een lijfelijke schending van het boek dat heilig wordt geacht. Dat is geen vraag om integratie, dat is een dwang tot depersonalisatie. Afshin Elian trok in zijn zaterdagcolumn een onvermijdelijke conclusie: ‘Spijtig genoeg ontwikkelt Wilders zich in een hoog tempo in de richting van extreem-rechts.’

Wilders en zijn geestverwanten zullen niet rusten voordat iedere islamitische Nederlander vrij van genealogische en religieuze smetten is. Ik zeg hier niets nieuws, omdat de man die de eisen uitvaardigt het zal beamen. Voor Geert Wilders en zijn Partij voor de Vrijheid geldt: uitsluitend de heiligschennende en wetsovertredende is voor hem een acceptabele moslim. Onderwerp een Nederlandse christen aan dergelijke tirannieke dwang tot depersonalisatie, en het land zou, terecht, te klein zijn.

Hier nu past de Mak-reflex: je zou bijna moslim worden. De tijden zijn er nu zelfs naar om de Mak-reflex op te waarderen tot het Mak-principe.

Wat is het credo van het vierde kabinet Balkenende? Samen werken, samen leven. Het kabinet is koud geïnstalleerd of de minister-president had dit credo in praktijk kunnen brengen. Tot op heden heeft Balkenende noch enig ander uit het kabinet ook maar iets verklaard dat zelfs maar een tikje in de richting van een solidariteitsverklaring gaat. Zo is in één keer duidelijk dat het credo ‘samen werken, samen leven’ in de praktijk een kwestie is van een tot niets verplichtende retoriek.

Je zult intussen maar hoog opgeleid, intellectueel , kunstenaar, succesvol en moslim zijn. Word je niet als tweederangsburger naar de randen van de samenleving gedeporteerd door Wilders en de andere goed gecoiffeerden van extreem-rechts, dan krijg je via internetfora wel te horen dat je spoedig naast Theo van Gogh zal komen te liggen. Zou je, analoog aan het principe-Mak, bij achterstelling en stigmatisering, uit symbolisch protest bijna moslim worden? We moeten het anders formuleren. Zo, misschien. We heten allemaal Achmed Aboutaleb, Nebahat Albayrak, Kadjira Arib, Naima el Bezaz.

Die zin had natuurlijk al lang door anderen uitgesproken moeten zijn, door mensen uit wier mond het, vrij van zalving en galm, even noodzakelijk als vanzelfsprekend klinkt. Maar die mensen duiken tot op heden weg. Balkenende zal wel weer niet verder komen dan het eeuwig onhandige ‘zo gaan we dus niet met elkaar om.’ Wouter Bos laat eerst onderzoeken wat de electorale effecten van zo’n uitspraak zijn. Blijft over: André Rouvoet. Op hem, zijn wereldbeeld én zijn bevindelijkheid, moeten we onze hoop vestigen. Wie had dat kunnen denken? Want: kan een christen als Rouvoet zichzelf nog recht in de ogen kijken als onder een kabinet waarin hij zetelt in het parlement wordt opgeroepen tot bevoogding, knechting en uitsluiting van Nederlanders die tot één specifieke geloofsgemeenschap behoren?

Gniffelend over het Boekenweekthema ‘Lof der zotheid’ zingt buiten de Amsterdamse Stadsschouwburg de ‘Lof der lafheid’ dwingend rond. Tijd om de Mak-reflex om te vormen tot het Mak-principe. Hoor Wilders aan, en handel naar de morele verplichting: je zou bijna christen, moslim én ietsist tegelijk worden.