De Kon-Tiki expeditie van opa Heyerdahl nadoen

Zestig jaar geleden stak Thor Heyerdahl op een vlot de Stille Oceaan over. Wie naar Oslo reist kan daar het originele Kon-Tiki vlot bewonderen, schrijft Linda van Wijk

Thor Heyerdahl studeerde volkenkunde en was er van overtuigd dat Polynesië bevolkt was geraakt vanuit Zuid-Amerika. Hij had een jaar in Polynesië gewoond en gemerkt dat de wind altijd dezelfde kant op waait. Van oost naar west. Net als de zeestromingen. Daarnaast ontdekte Heyerdahl zoveel cultuurovereenkomsten in de mythen en sagen, de beeldhouwkunst en de uiterlijke kenmerken van de mensen aan beide zijden van de oceaan dat dit volgens hem niet op toeval kon berusten. Hij schreef zijn afstudeerscriptie over de migratie van Zuid-Amerika naar Polynesië. De theorie werd van tafel geveegd. ‘In de oudheid hadden de Inca’s balsavlotten en met deze primitieve vlotten kon geen oceaan over worden gestoken’, was het commentaar. De heersende opvatting was dat Polynesië vanuit Azië bevolkt was geraakt. Gefrustreerd en overtuigd van zijn gelijk besloot Thor Heyerdahl om een authentiek Incavlot te bouwen en daarmee de Stille Oceaan over te steken.

expeditie op eigen risico

Hij vond vier Noren en een Zweed bereid om met hem mee te gaan. Geen van allen hadden ze verstand van varen, maar dat was volgens Heyerdahl ook niet nodig. Een vlot kun je niet sturen, dat wordt voortgestuwd door stroming en wind. Dacht hij.

Ze kapten twaalf balsabomen in de jungle van Ecuador en lieten de enorme stammen de rivier afvlotten naar Callao in Peru waar ze in de marinehaven een Incavlot bouwden, dat ze de ‘Kon-Tiki’ noemden. Zonder een spijker of stuk ijzerdraad. De autoriteiten lieten de zes expeditieleden een verklaring ondertekenen dat de onderneming voor eigen risico was. Heyerdahl schreef een boek over de Kon-Tiki expeditie van 1947 en maakte er een documentaire over, die een Oscar won.

De drie maanden op zee waren een belevenis die Heyerdahl later vergeleek met die van zijn vriend Neil Armstrong tijdens de maanwandeling. „Het gevoel dat je alleen bent in een zee van ruimtelijkheid.” Omstebeurt hielden de expeditieleden de wacht bij het roer. Torstein Raaby en Knut Haugland hadden in de bamboehut op het vlot een hoek ingericht voor hun morseapparaat. Wat niet meeviel enkele centimeters boven de zeespiegel omdat alles dat je aanraakte een elektrische schok teweegbracht.

Voor degene die corvee had, begon de dag met het oprapen van vliegende vissen die ’s nachts aan boord waren gesprongen. Er ging geen dag voorbij zonder het bezoek van zeedieren. Zeeschildpadden, walvissen, haaien en diepzeedieren die ’s nachts met lichtende ogen aan de oppervlakte kwamen. De Scandinaviërs maakten een sport van het vissen in een overdadig gevulde zee en vingen haaien met hun blote handen. Tegen de tijd dat de watervoorraad was bedorven, hadden ze het gedeelte van de oceaan bereikt waar het regelmatig regent. Om van perspectief te wisselen konden de mannen in het kraaiennest klimmen – net boven het vierkante zeil – in een rieten mand onder het vlot afdalen of in een rubberbootje aan een touw een stukje van het vlot afdrijven. Bovendien had ieder een kist met persoonlijke spullen mee, zodat er geschreven, gelezen, getekend en gitaar gespeeld kon worden.

man over boord

Een keer viel er een man over boord. De Kon-Tiki kon niet keren of afgeremd worden en eenmaal over boord was je verloren. Knut Haugland bedacht zich geen moment, pakte het rubberbootje met het touw er aan, sprong in zee en redde het leven van Herman Watzinger. De bemanning van de Kon-Tiki trotseerde storm, wind, regen en de brandende zon tot vogels hen de boodschap brachten dat er land in de buurt moest zijn. Achtduizend kilometer na de start in Peru werd het vlot met een luid gekraak door de golven over een koraalrif gesmeten. Na 101 dagen hadden ze Polynesië bereikt.

Het enige dat de Kon-Tiki expeditie heeft bewezen is dat men in theorie met primitieve vaartuigen als een Incavlot de oceaan kon oversteken en een oceaan geen cultuurisolator hoeft te zijn. Dat Polynesië vanuit Zuid-Amerika bevolkt is geraakt, is tot op de dag van vandaag niet bewezen geacht.

ode aan opa

In 2006 deed de kleinzoon van Thor Heyerdahl de Kon-Tiki expeditie over. Als ode aan zij opa. „Mijn opa had verteld hoe op tweederde van hun reis een van de vijf zwaarden, die op willekeurige plaatsen tussen de twaalf balsabomen waren gestoken, kapot was gegaan”, vertelt Olav Heyerdahl (29) in het Kon-Tiki museum in Olso. „Op het moment dat ze het zwaard naar boven trokken wijzigde de Kon-Tiki een paar graden van koers en besefte mijn opa dat de Inca’s hun vlotten wel degelijk konden sturen. Simpelweg door de zwaarden omhoog te trekken of naar beneden te laten zakken. In 1947 zijn ze niet aan de slag gegaan met deze ontdekking.

„Wij bouwden in 2006 het vlot dat mijn opa gebouwd zou hebben als de verbeterde versie van de Kon-Tiki. Met vijf zwaarden en een drie keer zo groot zeil. Wij gingen niet met zes avonturiers, maar met zes zeilers op pad. Het sturen met de zwaarden hadden we zo onder de knie. Omdat we onze koers zeer nauwkeurig konden bepalen hoefden we ons niet eerst via de Humboldtstroom naar het Noorden te laten drijven alvorens naar het Westen te worden geblazen, zoals de Kon-Tiki. In plaats daarvan konden we vanuit Callao (Peru) in een rechte streep koers zetten naar Polynesië. Een van de meest shockerende verschillen met de Kon-Tiki expeditie was het ontbreken van haaien en tonijnen. Wij hebben onderweg vier haaien en een paar tonijnen gezien terwijl die het Kon-Tiki vlot dagelijks bezochten. Het doel van de Tangaroa expeditie was niet om mijn opa te verbeteren. Maar we bereikten Polynesië in zeventig dagen, eenendertig dagen sneller dan de Kon-Tiki. Jammer dat mijn opa in 2002 is overleden en het niet meer mee heeft kunnen maken.”

Olav Heyerdahl is door National Geographic Adventure Magazine genomineerd als ‘adventurer of the year 2007’.