Bloedtest op bèta-amyloïde voorspelt kans op Alzheimer

Een bloedtest die de kans op Alzheimer bij ouderen voorspelt, kan worden ontwikkeld door de aanwezigheid van de korte en de lange vorm van het amyloïde-eiwit in bloed te meten. Amerikaanse neurologen bevestigden deze week (Archives of Neurology, maart) wat Rotterdamse onderzoekers vorige zomer al lieten zien.

Het voorspellen van de ziekte van Alzheimer bij mensen die slechts lichte geheugenklachten hebben, of zelfs helemaal gezond zijn, is een actief onderzoeksterrein. Als er ooit een (preventieve) Alzheimerbehandeling komt, is het handig als de vroege herkenning al in orde is.

De afgelopen jaren werd al duidelijk dat ouderen meer kans hebben om dement te worden als ze een kleine hippocampus hebben (een belangrijk hersengebied voor het geheugen). Ook zijn in het hersenvocht, via een ruggenprik, eiwitten te vinden die de diagnose deels voorspellen. Maar een simpele bloedtest is sowieso een aantrekkelijker gedachte.

Artsen en psychologen van de Mayo Clinic in de Amerikaanse staat Minnesota zochten naar een eiwit dat al in hersenvocht en ruggenmerg als ‘biomarker’ erkend was: de 42 aminozuren lange versie van het Alzheimer-eiwit bèta-amyloïde. Die ongebruikelijke versie (in het dagelijks leven meet het eiwitje slechts 40 aminozuren) is een belangrijk bestanddeel van de plaques die de hersenen van Alzheimer-patiënten verzieken.

Na onderzoek van het bloed van ruim vijfhonderd ouderen – de meesten tegen de tachtig – was de uitslag dat weinig bèta-amyloïde-42 (Ab42) ten opzichte van de hoeveelheid bèta-amyloïde-40, nadelig is. De ouderen met een verhouding lager dan 42:40 hadden drie keer zoveel kans om binnen een paar jaar geheugenklachten of Alzheimer te krijgen. De Rotterdammers vonden vorig jaar een tien keer zo grote kans op dementie in de volgende acht jaar (The Lancet Neurology, 6 juli 2006).

De verklaring van het verschijnsel is geen een-tweetje. Enkele jaren her wezen twee andere Amerikaanse groepen juist veel Ab42 aan als boosdoener, gecombineerd met een snelle afname. Het hangt waarschijnlijk af van het moment waarop je test, zeggen de schrijvers van de huidige studie. Zowel Rotterdam als Minnesota opperen dat de concentratie in het bloed afneemt als het in plaques in de hersenen neerslaat, maar twijfels blijven.

Waterdicht is de test overigens niet. In de Amerikaanse studie bijvoorbeeld had maar een op de tien ouderen in de hoogrisicogroep na drie jaar last van zijn geheugen. Daarbij zou de Nederlandse overheid zo’n test voor de hele bevolking nu überhaupt niet toestaan, omdat er geen therapie is. Hester van Santen