Balkenende wil zijn kist niet zien

In zijn eerste toneelstuk, voor Annette Speelt, ageert schrijver Ilja Pfeijffer tegen de reactionaire tendensen in Nederland. „Een eng stuk”, zegt de regisseuse.

„In klassieke tragedies spelen almachtige goden met de mensen”, zegt regisseuse Anny van Hoof. „Maar in dit nieuwe toneelstuk zijn de goden gereduceerd tot nietsnutten. Apollo is bijvoorbeeld minister van Cultuur, die weinig om handen heeft.”

Van Hoof regisseert in Theater aan het Spui het stuk De eeuw van mijn dochter van schrijver, dichter en columnist Ilja Leonard Pfeijffer (1968). Volgens de bij de repetitie aanwezige auteur is het een „politiek toneelstuk, omdat de reactionaire tendensen in de huidige samenleving aan de kaak worden gesteld”.

Thijs Römer en Michel Sluysmans vormen de artistieke kern van gezelschap Annette Speelt. In de voorstelling Nu (2005) gebruikten Römer en Sluysmans een passage uit Pfeijffers Het grote baggerboek. De auteur was vereerd en de toneelacteurs vroegen Pfeijffer om nieuw werk. Sluymans: „Wat opvalt aan het Baggerboek is het telkens wisselen van register. Dat is natuurlijk de crux van het schrijven voor toneel.”

Na vele „fysiek zware bijeenkomsten in een Leids café”, aldus Pfeijffer, besloten de makers en auteur een voorstelling te brengen over de onstuitbare drang van meerdere kabinetten Balkenende om Nederland te verzadigen met ‘nostalgisch conservatisme’. Anny van Hoof: „De voorstelling begint met humor en een groteske uitbeelding van Nederland, maar gaandeweg wordt De eeuw van mijn dochter grimmig. De afgedankte goden Zeus, Athene en Apollo kunnen niets veranderen aan het Nederland dat Balkenende met aloude koopmansmentaliteit en blind optimisme naar de ondergang helpt.”

Het stuk begint met de toekomstige begrafenis van premier Balkenende. Zijn paladijn Jeroen Krabbé, de ‘grootste acteur van Nederland’, houdt een warme toespraak waarin hij het optimisme van Balkenende verheerlijkt. Maar ondertussen verleidt de grote acteur de weduwe en flirt hij met dochter Amélie.

Pfeijffer schreef het stuk in rijmende alexandrijnen: „Dat is als vorm zeker gepast bij een stuk dat uit de toekomst terugblikt naar nu. Bovendien is de taal als een dwingend keurslijf, net zoals de politieke dwangbuis waarin Balkenende zijn landgenoten wringt.”

Voor Thijs Römer en Michel Sluysmans is het maken van theater nauw verbonden met de politieke ontwikkelingen in Nederland. „Toneelschrijver Bertolt Brecht zei al dat je je moet ‘hoeden voor het begin’”, aldus Römer. „Dat geldt ook voor Nederland. Opeens waren we betrokken in een buitenlandse oorlog met Irak. De Kamervragen daarover zijn nooit afdoende beantwoord. Dat is ook zo’n methode van kabinet Balkenende. Aldoor het zwijgen ertoe doen. Nederland is een land geworden van mensen die ‘s avonds om zes uur de gordijnen sluiten, die fijn ontbijten en graag een show of musicalletje zien.”

Midden op de speelvloer prijkt een doodskist met op het deksel de initialen ‘JP’. Rondom deze kist speelt de tragedie zich af. Jaap Spijkers, in de rol van Jeroen Krabbé, zet met zijn ingenieuze tekst alles op scherp. Oppergod Zeus (Thijs Römer) verwijt Apollo (Michel Sluysmans) ‘een acteur te maken tot premier van een land’. Regisseuse Van Hoof vindt het Nederland van nu „beklemmend en huiveringwekkend”. Ze zegt: „Juist het accent op een premier als ijdele potsenmaker, als nogal leeghoofdige acteur, maakt het stuk eng.”

Zowel Jan Peter Balkenende als Jeroen Krabbé zijn voor de première uitgenodigd. De minister-president heeft laten weten niet van de uitnodiging gebruik te maken. „Dat vinden we jammer”, aldus een eensgezinde Van Hoof, Römer en Sluysmans. „Balkenende wilde toch de discussie aangaan met intellectueel Nederland. Nu krijgt hij de mooiste kans.” Anny van Hoof kent Jeroen Krabbé persoonlijk, maar ‘hij komt liever niet op de première’.

De eeuw van mijn dochter door Annette Speelt. Première: 17/3 Theater aan het Spui, Den Haag. Tel.: 070-3465272. Tournee t/m 16/5. Inl.: www.annettespeelt.nl