‘Alsof wij kinderen aan de drugs helpen’

Zestig van de 62 coffeeshops in Rotterdam moeten sluiten van het nieuwe kabinet, omdat ze te dicht in de buurt van scholen staan. „Symboolpolitiek, een ander woord heb ik er niet voor.”

Rotterdam, 17 maart. - Gegrinnik bij de entree van vmbo-school Zomerhof in Rotterdam-Noord. Of de leerlingen wel eens een blowtje kopen bij een van de drie nabijgelegen coffeeshops aan de Noordsingel, was de vraag. Na wat steelse blikken over en weer volgt een eensluidend ‘nee’. „Hebben wij niet nodig.”

Aan de overzijde van de singel, op hemelsbreed nog geen vijftig meter afstand, toont de verkoopster van ‘cannabisverkooppunt’ Tuda Fruta vanachter haar loket een A4’tje, met daarop in de rechterbovenhoek ‘1986’ gekrabbeld. „Zodra ik twijfel of iemand wel 21 is, vraag ik naar legitimatie. En dan kijk ik naar het geboortejaar.”

Tuda Fruta heeft twee filialen (Noord en Kralingen) in Rotterdam. Het bedrijf hanteert sinds begin dit jaar een strengere verkoopnorm, vertelt eigenaar Michel Wouters, tevens lid van de branchevereniging van lokale coffeeshopondernemers. Klanten jonger dan 21 jaar worden geweerd. „Omdat wij willen uitsluiten dat scholieren of vriendjes van scholieren zich met doorverkoop gaan bezighouden.”

Ook bij zijn collega’s even verderop aan de Noordsingel, in coffeeshop De Schurk, wordt naar eigen zeggen streng gecontroleerd, al hanteren ze hier de wettelijke benedengrens van achttien jaar. Een achter het raam bevestigd A4’tje herinnert bezoekers aan het toegangsbeleid. Wie zich bij de voordeur meldt, moet op de bel drukken. Pas na bestudering van de camerabeelden krijgt de bezoeker toegang.

Het ontmoedigingsbeleid past in de restrictieve aanpak die de gemeente sinds tien jaar voorstaat. Een coffeeshopeigenaar die wordt betrapt op een minderjarige in zijn zaak en/of de verkoop van alcohol, krijgt de rode kaart en kan zijn deuren sluiten. Mede door strikte handhaving van de regels is het aantal coffeeshops in Rotterdam ruimschoots gehalveerd, tot momenteel 62.

Maar voor de overgrote meerderheid (zestig van de 62) dreigt sluiting, nu het nieuwe kabinet in het regeerakkoord heeft vastgelegd dat alle coffeeshops in de buurt van scholen dicht moeten. De gemeente Den Haag hanteert inmiddels een grens van vijfhonderd meter, in Rotterdam is van een afstandscriterium (nog) geen sprake.

Wouters weigert het slachtoffer te worden van het ethisch reveil van regeringspartijen CDA, PvdA en ChristenUnie. „Wat is het doel van deze mensen? Geen sector die zo nauwlettend wordt gescreend als de onze, zelf informatie verstrekt en interne cursussen organiseert. En toch worden we weer in het verdomhoekje gezet. Als zouden we louche ondernemers zijn die kinderen aan de drugs helpen. Symboolpolitiek, een ander woord heb ik er niet voor.”

Maar daar is volgens fractievoorzitter Karen Duys van het Rotterdamse CDA geen sprake van. Het doel is helder, zegt zij. „Van een coffeeshop in de buurt van het lager, middelbaar en voortgezet onderwijs gaat een slecht voorbeeld uit. Gebruik op jonge leeftijd veroorzaakt leerproblemen, en kan later bovendien leiden tot andere vormen van drugsgebruik. Een friteskraam pal tegenover een school willen we met z’n allen ook niet, dus waarom dan wel een coffeeshop?”

Haar partij, aangevoerd door de huidige wethouder van onder meer jeugdzaken Leonard Geluk, stelde een jaar geleden het Manifest van Rotterdam op. Kern van het document, dat mede werd ondertekend door 37 schoolbesturen: terugdringing van het aantal coffeeshops, zeker in de buurt van scholen, met het oog op de volksgezondheid. De partij bracht het ‘harde onderhandelingspunt’ in tijdens de coalitiebesprekingen.

Met succes; ook de PvdA zette zijn handtekening onder het streven om tot ‘een kindvriendelijker stad’ te komen. „Maar wij beseffen dat sluiting van zestig coffeeshops geen realistische optie is”, zegt raadslid Marco Heijmen. Hij pleit voor „gestuurde spreiding”. „Geef een coffeeshopeigenaar bijvoorbeeld voorrang bij de toewijzing van een pand, dat voor alle betrokkenen wel op een acceptabele plek staat.”

Burgemeester Ivo Opstelten komt over ruim anderhalve maand met een plan van aanpak. Details zijn nog niet bekend. „Maar één ding is zeker: in een grote stad als Rotterdam ontkom je niet aan coffeeshops”, zegt zijn woordvoerder. „Door en masse te sluiten creëer je meer problemen dan je oplost.”

Wouters onderschrijft die mening. „Sluiting zal leiden tot een vlucht naar het illegale circuit, met alle problemen vandien”, voorspelt hij. „Daar is geen voorlichting, daar is geen sociale controle, daar regeren simpelweg de criminelen en hun scooterverkopertjes.” Vorig jaar constateerde het Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen & Verslaving in Rotterdam dat de nabijheid van een coffeeshop niet leidt tot meer cannabisgebruik onder scholieren. Wouters: „Wij zijn niet het probleem, het probleem zit bij de illegale verkooppunten. En bij ouders, die te druk zijn met werken en daardoor geen oog hebben voor hun kinderen.”

Bestuursvoorzitter Rald Visser van de Rotterdamse schoolbesturenkoepel LMC (10.000 leerlingen, 27 scholen) strijdt al zeven jaar tegen coffeeshops in de nabijheid van onderwijsinstellingen. Visser: „Ik heb geen principiële bezwaren tegen het fenomeen coffeeshop, alleen wel in de buurt van scholen, omdat een slecht voorbeeld nu eenmaal slecht doet volgen. Zeker in het geval van sociaal-zwakkere leerlingen.”

Vijf jaar geleden nam Visser burgemeester Opstelten mee voor een fietstocht door de stad. „Ik heb hem toen onder meer gewezen op een van onze scholen aan de Schietbaanlaan, waar twee coffeeshops op korte afstand van gevestigd zijn. Onacceptabel, vond ook hij. Maar sindsdien is er niets gebeurd.”