Zon én sneeuw in de lente

Langere dagen, jonge eendjes: nrc.next plaatst het fenomeen ‘lente’ in het aardse bestaan (en daarbuiten).

Vandaag: het weer

Hij weet het nog goed. Het was de lente van 1976 toen hij als arme student wis- en natuurkunde wat bijverdiende bij de plantsoenendienst. Normaal moest Harry Geurts, al 27 jaar persvoorlichter bij het KNMI, onkruid wieden. Maar deze lente mocht hij op een tractor door Nijmegen rijden om bomen water te geven. „Het was zo verschrikkelijk droog.”

In juni ontstonden op de Veluwe destijds diverse bosbranden. „Ik kon de rook vanuit Nijmegen zien.” De lente van 1976 staat op de tweede plaats van droogste lentes ooit. Er viel maar 66 mm regen. In 1998 hadden we de warmste lente ooit, het was gemiddeld 10,6 graden, tegen 8,4 normaal. Nog een opmerkelijke lente was die van 1979. Op eerste paasdag was het rond de 20 graden. „Ik zat toen lekker buiten in het zonnetje”, vertelt Geurts. De volgende dag, tweede paasdag, was het erg koud. „Volgens mij sneeuwde het zelfs.”

Die tegenstelling is opmerkelijk, maar ook heel tekenend voor de lente, legt Geurts uit. De lente, die meteorologisch gezien op 1 maart begint en astronomisch op 20 of 21 maart, bestaat uit tegenstellingen. „Het is een overgangsseizoen”, zegt Geurts. „We gaan gewoonlijk van koud winterweer naar warm zomerweer. Daartussen kan van alles gebeuren.” De verschillen tussen de temperaturen overdag en ’s nachts lopen uiteen. „Het kan ’s nachts 20 graden kouder zijn dan overdag.”

Het schommelende weer zien we deze lente ook. Afgelopen week was het prachtig weer, maandag mat het KNMI in Gilze Rijen 17,5 graden. ’s Nachts daalde het kwik in Twente tot min 2,7 graden. „En aan de grond vroor het zeven graden.” Nu komt een omslag. „Het mooie weer maakt dit weekeinde plaats voor buien, natte sneeuw en veel wind.”

Maar als we de modelberekeningen mogen geloven, wordt het dit voorjaar wel warm. Volgens Geurts is de kans dat we een warme lente krijgen groter na een zachte winter. En de winter van 2006 was de warmste in drie eeuwen. „Dan krijg je een naijl-effect”, zegt hij. De bodem kan na de sneeuwarme winter snel opwarmen. En de relatief warme Noordzee zorgt al gauw voor een warme luchttemperatuur. „Maar het blijft onzeker hoor”, benadrukt Geurts. „Denk aan de volkswijsheid: april doet wat -ie wil.”