Wandelende bomen

Armando: Soms. Augustus. 144 blz. € 15,90

‘Waar komt men vandaan. Waar gaat men heen’. Dat is het soort vragen dat Armando zich al zijn hele schrijversleven stelt. In Soms, een bundel verhalen die op één bladzijde passen, verdiept hij zich andermaal in ‘’s mensen ongerijmdheden en liefhebberijen’. Hij kan er, naar eigen zeggen, nog altijd geen touw aan vastknopen.

Van die bevreemding maakt hij zijn lezers telkens opnieuw deelgenoot. De ene keer overheerst het wantrouwen in de mens die maar al te graag bevelen opvolgt en ijverig meewerkt aan het verhoren en achter prikkeldraad stoppen van medeburgers. De andere keer is hij nieuwsgierig naar wat een willekeurige passant in de afvalbak gooit, of verwondert hij zich over het feit dat ook de meest kleurloze mensen stemrecht hebben.

Anders dan in De straat en het struikgewas (1988) of Mensenpraat (1994) laat hij ‘de medemens’ nauwelijks meer aan het woord, maar beziet hij hem van afstand. Wel praat hij af en toe met zichzelf. ‘Soms ben ik al thuis als ik thuiskom. Dan ben ik er al’. Maar vaker nog spreekt hij met of luistert hij naar dieren. Geen gewone dieren, maar sprookjesdieren: pratende en lezende honden, huilende en blaffende vogels, riviervarkens en uilen die komen logeren. Ook beschrijft hij wat hij zoal waarneemt in de omgeving: het bospad, de sloot, het struikgewas of ‘het rotsgebergte en wat dies meer zij’. Hij is altijd op zijn hoede. Er gebeuren vaak dingen die niet te verklaren zijn. Zoals mensen zomaar kunnen worden weggevoerd, zo gaat ook de natuur wel eens aan de wandel. ‘Soms gaan bomen zonder iets te zeggen zomaar ergens anders staan’.

Alle stukjes van Armando hebben een melancholieke ondertoon. Krachtige uitspraken worden niet gedaan. Verklaringen blijven uit. De mensen zien toe en wachten af, tot de dood erop volgt. ‘Ze wachten. Waarop wachten ze. Op wie. Op niets en niemand. Ze wachten.’ De pointeloosheid en de geringe substantie van deze mini- verhalen gaan op den duur wat vervelen. Het verlangen naar een gepeperde uitspraak of naar enige daadkracht wordt steeds groter. Maar tot het eind blijven de aarzeling en de slag om de arm oppermachtig. Ook kunst is, volgens Armando, een kwestie van wachten. ‘Je moet steeds op de loer liggen, je moet elke minuut waakzaam blijven, elk ogenblik kan het gebeuren.’ Zijn timing is wel eens beter geweest.