Van den Brink valt over bomen

Het college van B en W van Putten is gisteravond afgetreden nadat wethouder Wien van den Brink met een motie van wantrouwen naar huis was gestuurd. Een meerderheid van de gemeenteraad vindt het voormalig Tweede Kamerlid (LPF) niet langer geloofwaardig en betrouwbaar. Varkenshouder Van den Brink is vorig jaar door de politie beboet voor het illegaal kappen van bomen in een houtwal op zijn erf. De kwestie kwam aan het licht kort voordat Van den Brink namens de partij Gemeentebelangen aantrad als wethouder. Van den Brink verklaarde toen tegenover de raad onschuldig te zijn en de zaak voor de rechter te willen uitvechten. Van den Brink vindt nog steeds dat hij de wet niet heeft overtreden. Het vellen van de houtwal valt volgens hem niet onder de Boswet. Om „een lange juridische strijd” met een mogelijk nadelige uitkomst voor collega-boeren te voorkomen, heeft hij onlangs een schikkingsvoorstel van 550 euro boete geaccepteerd. Een raadsmeerderheid vat dit op als een schuldbekentenis en vindt dat Van den Brink het openbaar bestuur in diskrediet heeft gebracht. „Hij is hiermee totaal ongeloofwaardig geworden”, zegt fractievoorzitter Jan Kuit van het CDA. Het CDA, dat samen met de SGP en Gemeentebelangen het college vormde, steunde de motie van wantrouwen van de oppositiepartijen, waardoor deze met 12 stemmen voor en 7 tegen werd aangenomen. Hierop kondigden ook de wethouders van CDA en SGP hun ontslag aan. „Die bomenkap is eigenlijk bijzaak geworden”, verklaart CDA’er Kuit. „Een wethouder die altijd klip en klaar heeft gezegd onschuldig te zijn, kan niet als puntje bij paaltje komt een schikkingsvoorstel accepteren.” Van den Brink zegt dat frustratie in de Puttense raad een rol speelt. „CDA en ChristenUnie kunnen moeilijk verkroppen dat zij niet meer de grootste zijn.”