Snelle vingers uit het Oosten

China is het land van de grenzeloze groei, ook muzikaal. 240 miljoen kinderen zitten er op pianoles. Pianist Lang Lang, deze week in Nederland, is er een megaster.

Hij is het grote voorbeeld voor miljoenen Chinese pianoleerlingen. Om een kaartje te bemachtigen voor een concert van Lang Lang (24), tot de piano geroepen uit bewondering voor de Tweede Hongaarse rapsodie van Liszt in een tekenfilm van Tom en Jerry, liggen Chinese fans bij min twintig in de rij. Letterlijk – de beelden zijn terug te zien op de dvd die uitkwam als extraatje bij zijn vorig jaar verschenen cd Dragon Songs.

Lang Lang (letterlijk: Briljant Briljant) neemt zijn voorbeeldfunctie uitermate serieus. Hij geeft 150 concerten per jaar, maar doceert in China ook aan vijf conservatoria. „Even afgezien van het pianospelen heb ik een soort gave voor het omgaan met kinderen”, zegt hij in de Amsterdamse Studio Plantage, voorafgaand aan een live-optreden bij Pauw en Witteman. „Ik ben benaderbaar, ze vinden het leuk om met me te praten. En dat geeft me weer de mogelijkheid mijn liefde voor klassieke muziek over te dragen.” Ook in Rotterdam, waar hij deze week te gast is voor een recital in de Rotterdamse concertzaal De Doelen, staat voor morgenmiddag een masterclass voor jong talent ingepland. „Een missionaris voel ik me niet”, zegt Lang. „Maar ik beschouw het wel als mijn taak kinderen over te brengen waarom muziek leuk is. Dat muziek een transformerende sensatie kan geven, en je je opeens, even, heel anders voelt.”

De opkomst van jong toptalent als Lang (1982) en zijn collega-pianisten Yuja Wang (1987) en Yundi Li (1982), die eveneens onder contract staat bij het gerenommeerde klassieke label Deutsche Grammophon, is de uitkomst van dertig jaar China na de dood van Mao. En Lang, Li en Wang zijn alleen maar het topje van een muzikale ijsberg. Natuurlijk, de vorige generatie kende óók beroemde Chinese musici die in het Westen doorbraken. Maar tegenover de succesverhalen van de sowieso al in het Westen opgegroeide cellist Yo Yo Ma (1955) en componist Tan Dun (1957) staan gruwelverhalen als dat van pianist/oud-wonderkind Fei-Ping Hsu (1952-2001), die een studiebeurs voor Europa niet mocht aannemen en in plaats daarvan als ‘dienstpianist’ voor vier dollar per maand dagelijks het vingerbrekende Yellow River Concerto moest afwerken. Gelukkiger verging het cellist Jian Wang (1968), die als 11-jarige al ontroerde in de documentaire From Mao to Mozart (1979) – een verslag van een concertreis van violist Isaac Stern in China. Hij mocht zijn beurs voor het Westen wél aannemen, en is nu internationaal succesvol als solist.

Op dit moment hebben in China 240 miljoen kinderen pianoles. Minstens 20 miljoen Chinezen studeren professioneel piano aan een van de nationale conservatoria. „Wij zijn de eerste generatie Chinese musici van na de Culturele Revolutie”, zegt Lang. „Toen ik opgroeide was piano al populair, nu is het instrument nog populairder. Waarom weet ik niet. De piano is in Europa en de Verenigde Staten toch ook heel geliefd? Nou dan! Wij hebben gewoon tweehonderd jaar in te halen.” Viool is een instrument dat in China ook veel wordt gekozen. „Een goede tweede”, zegt Lang. Voor de andere Westerse instrumenten is ook wel animo, maar aanmerkelijk minder. „Mijn neef speelt klarinet, maar ook piano. Zo is het altijd. Iedereen speelt ook altijd een beetje piano.”

Het succesverhaal van

Lang Lang zou zich goed lenen voor een bestseller, die in China dan ook al verscheen toen hij 17 was. Zijn moeder, die danseres was, luisterde tijdens haar zwangerschap naar Westerse klassieke muziek om de foetale oortjes vast te wennen. Toen Lang twee was, investeerden zijn ouders een half jaarsalaris in een oude piano. Het instrument is terug te zien op de Dragon Songs-dvd en blijkt in werkelijkheid net zo lelijk als de legende doet geloven. Als negenjarige verhuisde Lang van zijn geboorteplaats Shenyang met zijn vader naar Bejing, opdat hij daar aan het conservatorium verder kon studeren. Vanaf zijn vijftiende werd hij verder opgeleid aan het gerenommeerde Curtis Institute in Philadelphia, waar hij nu nog een huis heeft.

Lang Lang deed nooit mee aan concoursen. Dat maakt zijn verhaal des te typischer, want juist bij muziekwedstrijden is de opkomst van Chinese musici duidelijk waarneembaar. Het laatste Utrechtse Liszt Pianoconcours (2005) werd gewonnen door een Chinees, Yingdi Sun. Zijn beroemdere landgenoot Yundi Li won de derde prijs in 1999, en brak door toen hij in 2000 het Chopin Concours won.

Het Liszt Concours houdt komend najaar dan ook voor het eerst live-auditierondes in Shanghai. Directeur Quinten Peelen: „Van de honderd vooraanmeldingen zullen er dit jaar naar verwachting veertig uit China afkomstig zijn. Die trend merkten we ook al bij het vorige concours, met een kwart Chinese deelnemers. Maar goed, Nederland is voor Chinezen een verre reis. Door naar ze toe te komen, hopen we dat we die aanzuigende werking vergroten.”

Bij het Koningin Elisabeth Concours in Brussel zijn dit jaar dertien Chinezen doorgedrongen tot de voorrondes. Michel-Etienne Van Neste, secretaris-generaal van de wedstrijd: „Natuurlijk, er zijn ook veel kanshebbers uit Korea, Rusland, Japan. Maar het aantal aanmeldingen van Chinese musici is enorm gestegen. Ze zijn jong, dat valt op. En technisch vaak zeer ver. Maar in bepaalde gevallen merk je vervolgens dat een klassieke sonate inhoudelijk nog net wat te hoog gegrepen is.”

Precies om die reden organiseert het Liszt Concours over een maand, dus ruim voor de auditierondes, een aantal masterclasses door Jacques Rouvier (oud-leraar van onder anderen Arcadi Volodos en Helene Grimaud) aan de conservatoria van Bejing, Shanghai en Guangzhou. Quinten Peelen: „Chinezen spelen graag Liszts Mefistowals, omdat je daarin kunt laten horen hoe duivelssnel je kunt spelen. Maar wie Mefistofele was, en wie Faust – dat weten ze niet. De masterclass is voor de studenten een goede kans zich op het concours voor te bereiden. En om wegwijs te worden in Liszts muziek, die altijd verwijst naar een boek, kunstwerk of opera en zonder wat basale kennis van de Europese cultuur en geschiedenis dus niet goed is uit te voeren.”

Muzikaal worden Chinese musici nog steeds voorbijgestreefd door collega’s uit Korea en Japan, zegt Michel-Etienne Van Neste van het Elisabeth Concours. „Maar dat duurt waarschijnlijk niet lang meer. De kansen voor jonge Chinese musici om in het buitenland te studeren nemen toe en ook dáár, in China zelf, zijn nu leraren die zelf al in het buitenland hebben gestudeerd, en zo ideeën over interpretatie kunnen overdragen.”

Ook op Lang Lang

is zulke kritiek wel geuit. Zijn techniek is fabuleus, maar een herkenbaar individueel geluid – daar moet hij nog aan werken. Aan de andere kant is Lang inmiddels zo beroemd dat zelfs de kritiek op hem een koosnaam heeft: Bang Bang. „Ik ben 24, mag ik alstublieft nog iets te leren hebben”, reageert hij met een zucht. „Kunst gaat om verandering, om groei. Ik kan niet garanderen dat ik beter blijf worden, wel dat mijn spel blijft veranderen.”

Lang soleert deze week bij het Koninklijk Concertgebouworkest onder Esa-Pekka Salonen in het Vierde pianoconcert van Beethoven. Hij heeft hetzelfde werk ook net opgenomen met het Orchestre de Paris onder leiding van Christoph Eschenbach, een van zijn meest trouwe promotoren. „Hij heeft enorm veel deuren voor me geopend en me geleerd dat de interpretatie van muziek onuitputtelijk is. Je kunt alles steeds weer anders benaderen, dat is het mooie.” Lang Langs tweede muzikale coach is dirigent/pianist Daniel Barenboim. „Om de binnenkant van de muziek te leren begrijpen”, vat Lang zelf samen. „Is er één musicus intellectueel beter onderlegd dan Barenboim?” Ze komen eens per twee maanden samen, vertelt hij. Dan raadt Barenboim hem tussen speelsessies door wat leesmateriaal aan, en praten ze over muziek en interpretatie. „En we bellen veel. Dan zegt hij ‘Hallo aap!’ Maar wel in het Chinees.”

Piano-impresario Marco Riaskoff programmeerde afgelopen november een recital met Lang Lang in zijn concertserie Meesterpianisten in het Amsterdamse Concertgebouw. Ook hem is de stroom Chinese nieuwkomers opgevallen. „Ik ken ze lang niet allemaal, maar word regelmatig getipt. Naast Lang Lang en Yundi Li zijn er meer die fabuleus moeten zijn, onder wie natuurlijk ook Yingdi Sun, de winnaar van het Liszt-concours. Maar ik ben voorzichtig; ik ga niet werken voor iedere pianist uit het oosten die snelle vingers heeft.”

Riaskoff beperkte zich tot nu toe tot Lang en Li. „Maar het zullen er vast meer worden. Het aantal technisch begaafden in China is enorm, en als ze écht goed zijn, komen ze vanzelf in contact met Westerse leraren voor de muzikale verfijning. Ik verwacht er veel van. Het leven in China is niet zo verwend; de discipline om iets te bereiken is gigantisch. Vergelijk het met de vroegere Sovjet-regime. Hun onderwijssysteem steunde op een oude traditie en is in die zin onvergelijkbaar, maar ook daar waren het de allerbesten die hun talenten in het buitenland mochten laten zien. China is de Culturele Revolutie voorbij, maar de prestatiedruk is wel vergelijkbaar. Daar komt nog bij dat ik zie dat Chinese musici zich in vergelijking met collega’s uit Japan en Korea emotioneel makkelijker geven. In de muzikale ontwikkeling kan dat een voorsprong blijken.”

Ook Quinten Peelen van het Liszt Concours signaleert de hoge prestatiedruk waaronder jonge Chinese musici studeren. „Ik ben nu een paar keer in China geweest en nog steeds doorgrond ik niet hoe het achter de schermen nu precies werkt”, zegt hij. „We merken alleen dat pianisten naar ons concours komen met zeer hoge verwachtingen. Conservatoria sturen vaak hele delegaties met hun kandidaat mee.”

Lang Lang zelf moet hartelijk lachen om de vraag naar de mogelijkheden van Chinese studenten om in het Westen te spelen. „Pardon? De Culturele Revolutie is voorbij, hoor. Iedereen mag auditie doen in het Westen, en als je wordt aangenomen – des te beter.”

En toch is de opkomst van Chinese musici in Europa vooralsnog beperkt. Aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag studeren jaarlijks wel al zo’n zes Chinezen, maar in de Nederlandse orkesten spelen ze niet of nauwelijks. „Chinese musici melden zich gewoon nog nauwelijks aan voor onze audities”, zegt Erma de Boer, P&O-manager van het Concertgebouworkest. „Japanners wél, die reageren in groten getale. Het zou een kwestie van naamsbekendheid kunnen zijn. We zijn dit jaar in Taipei op tournee geweest, misschien helpt dat?”

Lang Lang: „Wacht tien jaar, laat mijn generatie opgroeien. Ik heb zelf de indruk dat zo’n beetje de helft van de Chinese conservatoriumstudenten een tijd in het Westen gaat studeren. Als ik 35 ben, zal de verandering duidelijker zijn dan nu. Als je in de Verenigde Staten kijkt, zie je de trend al duidelijker. Een klasgenoot uit Beijing is nu eerste hoboïst in het New York Philharmonic, in het Chicago Symphony Orchestra spelen tien Chinese violisten. Europa moet het oude vooroordeel eerst nog afschudden.”

Lang Lang soleert vanavond bij het Kon. Concertgebouworkest, aanvang 20.15 uur. Recital in De Doelen, Rotterdam op zondag 18/3, 15 uur. Optreden/masterclass/signeersessie door Lang Lang op zaterdag 17 maart om 14 uur bij Boekhandel Donner, Lijnbaan 150, Rotterdam.