Peutertoets: verplicht of niet?

Woensdag meldde staatssecretaris Dijksma dat er een verplichte ‘peutertoets’ komt. Nu zegt ze dat ouders taalles wordt „geadviseerd”.

Woensdag meldde staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA, Onderwijs) dat er een verplichte taaltoets komt voor peuters om taalachterstanden op te sporen. Dat was een antwoord op een motie die VVD-leider Mark Rutte vorig jaar door de Kamer kreeg. Maar gistermiddag werd de tekst op de website van het ministerie veranderd.

Er stond nu nergens meer ‘verplicht’. Er stond wel dat, om te voorkomen dat kinderen al met een taalachterstand aan de basisschool beginnen, ouders wordt ‘geadviseerd’ hun peuter die een taalachterstand heeft, te laten deelnemen aan voorschoolse taalles’. ‘Adviseren’ klinkt al heel anders dan ‘verplichten’. Wordt de toets nou verplicht of niet?

„De woorden ‘verplichte toets’ gingen te zeer een eigen leven leiden”, zegt een woordvoerder van het ministerie. „Het is niet zo dat jonge kinderen een zware toets boven het hoofd hangt, het is slechts een screening. Die screening wordt inderdaad verplicht.”

Wat ook nieuw is aan het voorstel van Dijksma, is dat het kinderen bij wie een taalachterstand geconstateerd wordt, verplicht wordt naar een voorschool te gaan. Maar die verplichting komt pas „aan het eind van het traject” zegt het ministerie. Om iets verplicht te kunnen stellen, zal namelijk eerst het aantal plaatsen op crèches, peuterspeelzalen en ‘voorscholen’ uitgebreid moeten worden. Momenteel is er maar plek voor de helft van de doelgroep. En dan moeten er ook nog goede taalprogramma’s komen. Dit zal allemaal in eerste instantie in de vier grote steden gebeuren, en in Oost-Groningen en Zuid-Limburg, waar volgens de staatssecretaris de taalachterstand het grootst is.

Hoewel Dijksma haar woorden dus afzwakt, zijn ze wel een aanscherping van wat in het regeerakkoord staat over het onderwerp. Daar staat namelijk niets over een verplicht karakter van de voorschool (zie kader).

De PvdA, de partij van Dijksma, legt het nog even uit. „Ik vermoed eigenlijk”, zo zegt Kamerlid en onderwijsspecialist Mariëtte Hamer, „dat het helemaal niet nodig zal zijn om de ouders van kinderen met een taalachterstand te verplichten, omdat zij waarschijnlijk allemaal al vrijwillig meewerken. Pas als ze dat niet doen, kan een verplichting worden ingevoerd”, zegt Hamer. Dan kan wat haar betreft ook weer eens worden gesproken over een verlaging van de leeftijd van de leerplicht. Momenteel ligt die bij vijf jaar. Dat kan wat Hamer betreft, best vier jaar worden. Toch vindt ze dat ook ‘symboolpolitiek’. Momenteel gaat slechts één procent van de vierjarigen niet naar school. „Overigens was het CDA altijd tegen een verlaging van de leerplichtige leeftijd”, zegt Hamer.