Oom Toms huis

Moeten Nederlandse huizenkopers rekening houden met de hypotheekcrisis in de Verenigde Staten? Sinds begin dit jaar oogt de Amerikaanse woningmarkt ongezond. De prijzen stijgen niet meer, de activiteit loopt terug. Daarmee wankelt een belangrijke pijler onder de economische groei, want juist hypotheekkrediet uit de overwaarde van woningen was een manier voor de Amerikaanse burger om zijn bestedingen toch op te voeren terwijl de koopkracht nauwelijks steeg. De ontwikkelingen hebben geleid tot een crisis aan de onderkant van de hypotheekmarkt, waar de armste Amerikanen ook leningen konden afsluiten. Nu de rente is gestegen, komen zij massaal in de problemen. Een op de zeven van dit soort hypotheken kent nu al een betalingsachterstand. Dat geeft een druk op de woningprijzen, die op hun beurt de hypotheekcrisis kunnen versterken.

Eventuele gevolgen voor de Amerikaanse economie zijn nog niet goed in kaart te brengen. Vaststaat wel dat de VS dit jaar al een periode van lagere groei gaan doormaken. Een woningcrisis kan het dal dieper maken. Dit zal niet aan Europa voorbijgaan, zij het dat de fase van de conjunctuur waarin de landen van de eurozone zich bevinden, hen nu relatief ongevoelig maakt. Dat wil niet zeggen dat een Amerikaanse crisis per definitie een lokale affaire blijft. In de financiële sector legt de hypotheekcrisis inmiddels een heel netwerk bloot van complexe handel in hypotheken en daarvan afgeleide verhandelbare producten. Dat maakt een diagnose van de ernst van de situatie vooralsnog lastig. Niemand weet op dit moment precies waar het risico gebleven is en wie er schade lijdt.

In Nederland zit de hypotheekmarkt anders in elkaar dan in de Verenigde Staten. Hoewel banken en andere aanbieders hun standaard voor het nemen van hypotheken de afgelopen jaren hebben verruimd, is de markt relatief stevig. Wel wordt de nieuwe gedragscode, waarbij een maximum is gesteld aan het uit te lenen bedrag, helaas niet overal even strikt gehanteerd. Het is mogelijk dat banken indirecte verliezen zullen lijden als gevolg van de Amerikaanse crisis, maar dat zal vermoedelijk niet tot een merkbare verstrakking van hun kredietbeleid leiden. De Nederlandse huizenkoper kan zelfs profiteren van de crisisstemming op de financiële markten. Beleggers vluchten in tijden van onzekerheid graag in veilige staatsobligaties en drukken de langetermijnrentes zo naar beneden. Dat kan een lichte daling betekenen van de hypotheekrentes, waarvan de hoogte samenhangt met de langetermijnrentes op de financiële markten.

Nationale woningmarkten houden bovendien weinig verband met elkaar. In Ierland bijvoorbeeld zijn de huizenprijzen adembenemend gestegen, terwijl er in Duitsland al jaren geen beweging in zit. Ook de Nederlandse woningmarkt is goeddeels de resultante van nationale ontwikkelingen. Demografie, inkomensontwikkeling en de – ook kwalitatieve – verhouding tussen vraag en aanbod blijven toonaangevend. Amerikaanse toestanden zijn hier onwaarschijnlijk. En dat mag een geruststelling heten.