Onderzoeker mag zelf profiteren

Wetenschappers moeten zelf ook geld verdienen als hun onderzoek een financieel succes oplevert. „Onderzoekers moeten net als in Amerika een percentage krijgen van de opbrengsten”, zei minister Ronald Plasterk (Onderwijs en Wetenschappen, PvdA) gisteren in Rotterdam. Hij sprak op het congres ‘De kunst van het verzilveren’ over de vraag hoe Nederland beter kan profiteren van wetenschappelijke kennis.

Plasterk was de afgelopen jaren directeur van een onderzoeksinstituut voor ontwikkelingsbiologie, samen met Hans Clevers, een van de oprichters van het biotechnologiebedrijf Crucell. Dat bedrijf behoort inmiddels tot de vijftig grootste Nederlandse beursfondsen met een waarde van meer dan een miljard euro. „Tegelijk bleef Hans Clevers een academisch toponderzoeker”, zei Plasterk. „Dit onderstreept dat er geen tegenstelling bestaat tussen excellent academisch onderzoek en de vertaling naar de markt.”

In Amerika kan 70 procent van de octrooien in de industrie toegeschreven worden aan onderzoek dat zijn oorsprong vindt in publieke organisaties als universiteiten. In de Europese Unie is dat slechts 5 procent.

De minister wil financiële stimulansen inbouwen om te zorgen dat individuele onderzoekers hun werk ook omzetten in bedrijvigheid. In de VS is met wetgeving geregeld dat onderzoekers recht hebben op een deel van de opbrengsten van het intellectuele eigendom. Plasterk wil dat ook invoeren in Nederland. In de Nederlandse octrooiwetgeving staat nu dat onderzoeksinstellingen er zelf voor moeten zorgen dat onderzoekers een belang krijgen. Hoeveel dat moet zijn, is niet vastgelegd.

Plasterk gelooft meer in de kracht van individuele onderzoekers dan in een roep om ‘beter samenwerken’. Hij refereerde aan het voorbeeld van Chicago dat vaak wordt genoemd. „Er is toch niemand die serieus denkt dat wetenschappers in Chicago rond de tafel gaan zitten om na te denken over de vraag: hoe kunnen we het belang van Chicago dienen? Dat doen ze niet! En juist omdat ze dat niet doen, zijn ze succesvol.”