Ministerie van Nationale Identiteit

Hakim El Karoui, een Franse zakenbankier en essayist, schreef onlangs in Le Figaro dat Frankrijk bang lijkt te zijn. Bang voor het verlies van macht en aanzien in de wereld. Bang voor economische neergang. En bang voor sociale ontwrichting. De positie van het Westen, en van Frankrijk als westerse natie, wordt alom betwist, schreef hij. Van de opkomst van China tot het verzet tegen het Westen in islamitische landen: er zou een algehele „ontwestersing van de wereld” aan de gang zijn. En dat kunnen we hier maar moeilijk accepteren.

Ook wie aarzelt om aan landen een gemoedstoestand toe te schrijven, moet erkennen dat er in Frankrijk al jaren onzekerheid heerst. Het is de bekende Europese kwaal van deze tijd: een zeurende identiteitscrisis, met vlagen van depressiviteit en een electoraat dat vaak in de contramine is.

Die stemming zie je terug in het grillige verloop van de verkiezingscampagne. Ségolène Royal, nog maar een paar maanden geleden de frisse belofte van links, lijkt haar populariteit al weer kwijt te zijn. Haar rivaal Sarkozy heeft er ook veel moeite mee om zijn natuurlijke achterban te overtuigen dat hij geschikt is voor het presidentschap. En de snel opkomende François Bayrou (‘candidat de l’extrême centre’) moet maar hopen dat de kiezers niet binnen een maand al op hem zijn uitgekeken.

De Franse vertwijfeling zie je ook in de boekwinkels, waar niet geforceerde Scherts, Satire en Ironie de boventoon voeren, maar eerder een diepe onzekerheid. Er verschijnen boeken met introspectieve titels als De ziel van Frankrijk (L'Âme de la France, van de historicus Max Gallo) of Wat is Frankrijk? (Qu’est-ce que la France?, van de filosoof Alain Finkielkraut). In de Figaro gingen beide auteurs deze week met elkaar in discussie, onder de kop: Hoe kan men Frans zijn? Ooit waren dat allemaal vanzelfsprekendheden, nu zijn het kennelijk urgente vragen zonder duidelijk antwoord.

Dankzij het gelijkheidsbeginsel van de Franse republiek speelt het etiket ‘allochtoon’ – waarmee we in Nederland immigranten en hun nageslacht generaties lang blijven achtervolgen – geen rol. Dat één van de presidentskandidaten een immigrantenzoon is doet er niet toe. Wat wél tot ophef heeft geleid, is zijn voorstel om een ministerie van Immigratie en Nationale Identiteit in te stellen.

Dat plan van Sarkozy, geboren als Nicolas Sarközy de Nagy-Bocsa, zoon van een Hongaarse vader, stuitte meteen op felle kritiek van links. Want wordt de nationale identiteit soms bedreigd, vroeg Royal, die het plan weerzinwekkend noemde. „De natie maakt geen onderscheid tussen blank, zwart, geel, christen, jood of moslim. We zijn allemaal burgers met gelijke rechten en plichten. Iedereen kan houden van zijn geboortegrond in Bretagne of Algerije, en tegelijk volledig Frans burger zijn. Het Frankrijk van morgen zal steeds diverser zijn, maar altijd trouw aan zijn wortels.”

Het is hartverwarmend en belangrijk om die beginselen voor ogen te houden. Maar ze bieden geen antwoord op het heersende crisisgevoel, op de onzekerheid over wat die wortels nog zijn, en op de vaag of de nationale identiteit niet hard bezig is uiteen te vallen. Neem de geschiedenis: van oudsher een pijler van het nationale gevoel. „Maar de geschiedenis verenigt niet meer”, zegt Gallo. „Want het verleden, dat is ook de slavernij en het kolonialisme.”

Sarkozy heeft zijn omstreden voorstel inmiddels wat bijgesteld. Sinds gisteren bepleit hij een ‘ministerie van Immigratie en Republikeinse Identiteit’. Dat doet iets minder denken aan het nationalisme van het extreem-rechtse Front National. Maar hij had de stemming goed aangevoeld. 55 procent van de Fransen vindt een ministerie voor Nationale Identiteit een goed idee. Wat zo’n ministerie zou moeten doen, is overigens niet helemaal duidelijk. De nationale identiteit bewaken? Maar die was toch juist zoek?

Door migratie, globalisering en Europese integratie zijn nationale identiteiten allang geen helder omlijnde categorieën meer. Zeker in immigratielanden als Frankrijk en Nederland lopen ze voor steeds meer burgers in elkaar over. Je kan in het diepst van je wezen tegelijk Fransman zijn en Algerijn, Nederlander en Turk – daar kan geen ministerie iets aan doen (en daar helpt ook het afschaffen van dubbele paspoorten niet tegen).

Het is een werkelijkheid die ingewikkeld kan zijn, verwarrend of zelfs beangstigend. Maar zeggen dat ‘we trouw blijven aan onze wortels’ zegt niets – want ‘we’ zijn veranderd, en dus ook die wortels, ook die identiteit. Alleen door over die nieuwe, complexe identiteit open kaart te spelen, kunnen politici beginnen de angst bij hun kiezers te overwinnen.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.