Minder coulant voor investeerders

China wordt strenger voor de buitenlandse investeerders. Peking verhoogde vandaag de belastingen. „Producenten van schoenen en textiel zullen nu misschien naar Vietnam of de Filippijnen gaan.”

Thijs Cox kwam in 1992 met zijn recyclingbedrijf Ciparo naar China. Hij kreeg direct een voordeel: hij hoefde de eerste vijf jaar niet het volledige belastingtarief te betalen omdat hij zijn bedrijf opstartte in de zogeheten ‘speciale economische zone’ van de stad Tianjin. „Dat belastingvoordeel was welkom. We konden het bedrijf vanaf de grond opbouwen. Nu betaal ik het volle tarief, maar daar heb ik geen problemen mee”, zegt Cox, die plastic en papier van Nederland naar China exporteert.

Veel buitenlandse bedrijven die zich in de toekomst in China vestigen zullen, in tegenstelling tot het bedrijf van Thijs Cox, niet meer kunnen profiteren van het belastingvoordeel. Vandaag is op de laatste dag van het Chinese Volkscongres, het door de communistische partij gedomineerde parlement, een nieuwe belastingwet aangenomen waarin is bepaald dat buitenlandse bedrijven in de toekomst evenveel belasting moeten betalen als Chinese ondernemingen. Met de introductie van de wet lijkt Peking aan te geven dat buitenlandse investeringen minder van belang zijn voor de economische groei. Tevens probeert men zo de hoge economische groei af te remmen.

De belastingherziening markeert een omslag. Sinds de jaren tachtig, toen Deng Xiaoping de markteconomie introduceerde, heeft China buitenlandse bedrijven belastingvoordelen geboden om investeringen aan te trekken. Alleen al afgelopen jaar stroomde er 69 miljard dollar (51,8 miljard euro) aan investeringen het land binnen.

Maar de autoriteiten vrezen al enige tijd dat de economische ontwikkelingen te snel gaan en dat buitenlandse productiebedrijven te veel grondstoffen gebruiken. Ook wil China lokale bedrijven meer kansen geven zich te meten met de buitenlandse concurrenten. In een beleidsnota vorig jaar werd benadrukt dat er bij buitenlandse investeringen zal worden gelet op kwaliteit en niet op kwantiteit.

Om de concurrentiepositie van het Chinese bedrijfsleven te verbeteren, is het tarief van de vennootschapsbelasting voor buitenlandse én lokale bedrijven vastgesteld op 25 procent. Belastingvoordelen zullen voor bedrijven die zich onder de huidige belastingwet in China hebben gevestigd de komende vijf jaar geleidelijk worden afgeschaft.

Het huidige belastingtarief is 33 procent, zowel voor lokale als buitenlandse bedrijven. Buitenlanders betalen dit echter vrijwel nooit omdat lokale overheden bedrijven die zich vestigden in de speciale ontwikkelingszones belastingvoordelen geven, waardoor het tarief in de praktijk eerder op 15 procent ligt.

Volgens investeringsadviseur Ian Vermont van de Amerikaanse consultant Vermilion is de wet dan ook nadelig voor buitenlandse bedrijven. Maar hij verwacht niet dat die het land nu gaan mijden. „De lonen zijn nog altijd lager en de markt biedt nog steeds ongekende mogelijkheden.”

Bovendien is er een aantal uitzonderingen waardoor er alsnog minder belasting betaald hoeft te worden. Zo worden sommige bedrijfstakken gespaard. Kleine bedrijven met lage winstmarges betalen op grond van een aparte regeling 23 procent belasting en technologiebedrijven hoeven maar 15 procent af te dragen. Ook in achtergestelde gebieden waar overwegend etnische minderheden wonen, blijven belastingvoordelen bestaan.

„De Chinese overheid heeft zich de laatste decennia vooral gericht op staatsbedrijven en buitenlandse investeerders”, aldus Vermont. „De particuliere bedrijven hebben dan ook het meest geklaagd over de in hun ogen oneerlijke belastingvoordelen voor buitenlandse bedrijven.” Met de wet wil Peking niet alleen buitenlandse bedrijven aanpakken maar ook zogenaamde buitenlandse ‘nepinvesteerders’. Dat zijn Chinese bedrijven die geld in- en uitvoeren om aangemerkt te worden als buitenlands bedrijf, om op die manier belastingvoordeel te halen.

Volgens Vermont zullen vooral buitenlandse producenten van goedkope producten, zoals schoenen en kleding, last krijgen van de vandaag aangenomen wet. „De textiel- en schoenenindustrie haalt haar winstmarges juist uit het enorme belastingvoordeel. Het is mogelijk dat zulke bedrijven hun productie in de toekomst zullen verplaatsen naar Vietnam, India of de Filippijnen, waar de belastingtarieven nog wel laag zijn.”