Met jou begin ik een huwelijksbureau in Israël

De schrijver Louis Ferron heeft al tijden last van zijn maag als hij in de zomer van 2005 eindelijk naar de dokter gaat. Hij blijkt kanker te hebben, met uitzaaiingen in de alvleesklier, de lever en de darmen. Niets meer aan te doen. Zijn laatste weken brengt hij door in de tuinkamer van zijn huis in Haarlem. Op 26 augustus sterft hij, 63 jaar, nadat de huisarts hem de ‘finale prik’ heeft toegediend. Lilian Blom, de vrouw van Louis Ferron, schreef er een boek over, De tuinkamer.

Dat boek gaat ook over het begin van hun relatie, twintig jaar eerder in een Haarlems café. Louis Ferron staat daar dronken te oreren over een op te richten neostalinistische actiegroep en roept, als hij Lilian Blom ziet, dat hij met ‘die vrouw’ een huwelijksbureau wil beginnen in Israël.

Lilian Blom had een joodse vader, die na de oorlog zijn voornaam van ‘Salomon’ in ‘Frits’ liet veranderen en er verder nooit meer over wilde praten. De vader van Louis Ferron was een Duitser, een getrouwde man, die in de oorlog met een Nederlands meisje ging vrijen. Dat maakt de relatie er in het begin ook al niet gemakkelijker op. Maar gelukkig probeert

Lilian Blom nergens haar man psychologisch te verklaren, maar door in haar verhaal vroeger en nu steeds af te wisselen weet ze de lezer er wel van te overtuigen dat in dat verleden de oorzaak van Ferrons schrijverschap moet worden gezocht. Het enige wat jammer is in De tuinkamer: de taal die Lilian Blom mensen in de dialogen laat spreken, met lange zinnen en woorden als ‘beste knul’ en ‘mijn o zo zorgeloze jeugd’. Een beetje onecht.

Lilian Blom: De tuinkamer.

De Bezige Bij, 160 blz. €16,90

***--