Lang leve de onzin uit de vorige eeuw

Vorige week zijn zestien Marokkaanse ‘probleemjongeren’ vanuit Rotterdam naar het Rifgebergte gevlogen voor een studiereis waarin ze – o.a. door vlinders te vangen – een beter begrip moeten krijgen van natuur en milieu. Een aantal van de hangjongelui, begreep ik uit de krant, is voor lichte vergrijpen eerder in aanraking geweest met justitie. Hun reis wordt georganiseerd door het Rotterdams Milieu Centrum (RMC).

Wist u dat Rotterdam een eigen Milieu Centrum heeft? Ik niet. Dat wil zeggen: ik had het kunnen vermoeden. Zoals ik ook niet raar zou opkijken als ik hoorde dat Meppel een wethouder voor Ontwikkelingssamenwerking heeft, of Noordeloos een afzonderlijke gemeenteraadscommissie voor Defensie. Was Amsterdam in jaren zeventig van de vorige eeuw niet al een atoomvrije stad?

Maar ja, dan noem je ook iets: de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen niemand nog van Pim Fortuyn had gehoord, laat staan van Geert Wilders.

Rotterdams Milieu Centrum (RMC). Ik zie het wel voor me. Niet al te riant behuisd, vijf man personeel waarvan twee vrijwilligers, en een directeur die weliswaar een heel behoorlijk salaris verdient, maar zich natuurlijk niet zoveel marmer op zijn dienst-wc kan veroorloven als indertijd bijvoorbeeld Tjibbe Joustra, die toen nog niet eens nationaal coördinator terrorismebestrijding (NCTb) was, maar slechts bestuursvoorzitter van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).

Ze hebben neem ik aan een klein budget. Maar omdat Marco Pastors de verkokering in Rotterdam aardig heeft teruggedrongen, kunnen ze wat gemakkelijker samenwerken met andere koepels, zoals politie, jeugdzorg en straathoekwerk. Toen een van de twee RMC-vrijwilligers via een brainwave op de ‘vlindertrip’ was gekomen, bleken een paar belletjes naar drie of vier departementen meteen al genoeg om de moeilijk opvoedbare allochtone rakkers voor 30.000 euro (all in) op pad te kunnen sturen.

En het blijft niet bij dat uitje.

‘De jongeren’, las ik in NRC Handelsblad, ‘moeten bij terugkeer op hun school vertellen over hun ervaringen tijdens de Marokkaanse vlinderjacht. Ook worden er een rap en een videofilm gemaakt, die eind mei respectievelijk worden uitgevoerd en vertoond tijdens een cultureel festival. Bij terugkomst leggen de deelnemers bovendien nog een (door burgemeester Opstelten te openen) vlindertuin aan in de Rotterdamse Kaapstraat.’ De kosten van wat ‘het thuisproject’ wordt genoemd, bedragen nog eens 20.000 euro.

Als je zoiets opstart, moet je het tenslotte goed doen. Dat was de Rotterdammers wel toevertrouwd. Na de reis eerst een spreekbeurt, dan een rap, een videofilm, een cultureel festival, en als klap op de vuurpijl een vlindertuin – dan is het ineens een heel traject geworden.

Zal het in termen van heropvoeding vruchten afwerpen?

Nee natuurlijk. We hebben het tenslotte over het sociaal-academische ideeëngoed van de jaren zeventig van de vorige eeuw dat nooit anders dan nutteloze ideeën heeft voortgebracht. Ik herinner me nog een toen gehouden wandeltocht naar Santiago de Compostela waarvan een groep jonge voetbalvandalen, mede door de voorbeeldfunctie van twee meegestuurde opvangwerkers, zeker zou genezen. Achjezus. Ze waren nog niet op de helft of ze hadden de twee begeleiders in elkaar geslagen.

Maar van wie komen kamervragen over de vlinderreis? Dat is de ellende van 2007. Niet van een verstandige parlementariër die langs z’n neus weg opmerkt dat we met die onzin moeten ophouden – maar van een gekozen dorpeling uit de omgeving van Venlo, die rood van woede eist ‘dat dergelijke wanstaltige reizen nooit meer zullen plaatsvinden.’

Geert Wilders. Als blanke roomse hangkinderen naar de paus hadden kunnen vliegen, zou hij royaal in de collectebus hebben geblazen. Maar kleine moslimboefjes vindt hij per definitie ‘wanstaltig’ .

Zo voel ik me verdorie nog verplicht om uit te roepen: blijf met je Limburgse rotpoten van onze belachelijke rotideeën uit de jaren zeventig van de twintigste eeuw af.